De laatste sessie die ik tijdens de Managementconferentie van het Consortium voor Innovatie heb bezocht, was een verdiepingssessie die mijn collega Liesbeth Kester heeft verzorgd over het ontwerpen van praktijkgericht opleiden. Liesbeth heeft ons flink aan het werk gezet.
Doelmatigheid van opleidingen op macroniveau is een bijzonder complex en dynamisch terrein. Politici en vertegenwoordigers van ‘de arbeidsmarkt’ zouden zich dat beter moeten realiseren, als zij weer met grote verhalen pleiten voor het beter aansluiten tussen MBO en bedrijfsleven.
Op 23 november aanstaande verzorgt OU-hoogleraar Loek Nieuwenhuis van 15 tot 16 uur een online lezing over het samen ontwerpen van werkplekleren voor beroepsonderwijs. Deelname is gratis, inschrijven verplicht.
Hoe ontwerp je eigentijds beroepsonderwijs? Kan de 4C-ID ontwerpmethodiek een rol spelen bij het herontwerpen van jouw beroepsonderwijs? Hierover gaat de gelijknamige OpenU masterclass, die relevant is voor docenten en onderwijsontwikkelaars in het beroepsonderwijs.
Gisteren is Jan Geurts benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Jan heeft grote betekenis gehad voor het Nederlandse beroepsonderwijs, en heeft er mede voor gezorgd dat ik me ben gaan bezig gaan houden met e-learning. Als pragmatisch republikein heb ik daarom met genoegen een bijdrage geleverd aan deze terechte maatschappelijke waardering. In deze blog post vind je mijn steunbetuiging.
Hoe wordt een leerling/student van beginner een expert? Deze vraag staat centraal tijdens de OpenU Masterclass Hoe ontwikkel je expertise? Tijdens deze online masterclass wordt stil gestaan bij de rol van kennisverwerving, oefenen en het ontwikkelingsniveau van de leerling/student hierbij. Deze masterclass is relevant voor alle vormen van beroepsonderwijs, van het (V)MBO tot universiteit.
De afgelopen week heb ik met genoegen dé Conferentie voor Onderwijsvernieuwing en ICT gevolgd. Tijdens deze conferentie is door zestien bloggers intensief verslag gedaan. In deze blogpost wil ik op basis van diverse bijdragen kijken of er trends zijn te ontdekken. Ik eindig met twee stellingen.
De plenaire opening van de managementconferentie van het Consortium voor Innovatie (CvI) werd via een flash mob door leerlingen verricht.
Daarna was het de beurt aan drie keynotesprekers die elk in 18 minuten hun boodschap mochten verkondigen. Ik zou op deze plek kunnen volstaan met een verwijzing naar Jef van de Hurk, die al heeft geblogd over deze bijdragen. Ik wil echter ook eigen accenten leggen.
De eerste spreker was Ad Verbruggen (Beter Onderwijs Nederland), een bekend criticaster van competentiegericht onderwijs dat hij overigens steevast 'competentieleren' noemde. Verbruggen hoopte dat er een frisse wind ging waaien door het MBO. Hij vond het van lef getuigen dat de organisatie hem als criticus van het middelbaar beroepsonderwijs had uitgenodigd en zag dit als een bevestiging dat hij toch geen onzin verkocht. Zijn tweede flauwe opmerking was de vraag aan de aanwezigen wie er zelf les gaf. Het thema van de conferentie was volgens Verbruggen immers "de docent als eigenaar van het onderwijsproces". Uiteraard gingen in de zaal weinig handen de lucht in. Deze conferentie is immers niet bedoeld voor docenten. Dit is net zo iets als op een herenzitting in Kerkrade vragen of er vrouwen in de zaal zitten. Verbruggen zocht overduidelijk naar een bevestiging van zijn eigen 'gelijk'.
Verbruggen plaatste zijn kritiek op het middelbaar beroepsonderwijs op een wat warrige manier in het kader van een bredere maatschappijkritiek. Hij hekelde de vervreemding in de samenleving, die volgens hem een gevolg is van een neo-liberale revolutie met de 'vrije markt' en deregulering als eigenschappen. Verbruggen pleitte voor het Rijnlandse model -in plaats van het Angelsaksische model- waarin het onderhouden van het sociale kapitaal en beroepseer een belangrijke rol spelen. Docenten moeten dus weer trots zijn op hun werk, en een grote mate van autonomie hebben om met hun professionele bagage hun vak vorm en inhoud te geven.
Verbruggen stelde daarbij dat beroepseer docenten ook verplicht om hun professie te onderhouden. Zij zijn daar dus zelf verantwoordelijk voor. Daarnaast verzette hij zich tegen de grote mate van autonomie van schoolorganisaties ("democratische verantwoordelijkheid is belangrijk"), en pleitte hij voor goede lerarenopleidingen en een leven lang leren voor docenten. Als docent moet je je vakgebied beheersen. Daarnaast moet je vrijheid hebben om dat in te vullen, en achteraf verantwoordelijkheid af leggen. Schoolorganisaties moeten docenten daartoe faciliteren.
Ad Verbruggen stipte veel aan, maar had zich m.i. beter kunnen focussen op enkele kernelementen. Ik had het gevoel dat hij nogal moeite had met het format. Zijn pleidooi voor meer aandacht voor sociaal kapitaal en beroepseer deel ik overigens, al vraag ik me af of er geen alternatief moet komen voor het Rijnlandse model met z'n corporatisme. De zelfverantwoordelijkheid voor docenten om hun vakgebied bij te houden, vind ik ook belangrijk. Ik vermoed overigens dat menig BON-volgeling zich niet bewust is van de gevolgen van dit pleidooi…..
Verbruggen ging tenslotte ook nog in op het belang van het vak, en onderwijs dat is ingericht op basis van vakkenstructuren. Hij stelde dat dit bij 'competentieleren' verwaarloosd wordt. Vaardigheden komen dan los te staan van vakmatigheid, beweerde Verbruggen. Ik geloof daar niet in, al sluit ik niet dat dat zeker in de begintijd van competentiegericht onderwijs er soms eenzijdig is gekeken naar zaken als kunnen samenwerken en jezelf presenteren.
Spreker twee was Olaf McDaniel. Hij doet onderzoek in opdracht van de MBO Raad naar de kracht in de professie van de docent. Sommige MBO-instellingen verplichten hun docenten schijnbaar hier aan mee te doen (hoezo autonomie?). Op basis van dit onderzoek concludeert McDaniel dat de kwaliteit van het onderwijs voor 67% bepaald wordt door de kwaliteit van de interactie tussen onderwijsgevende en leerlingen. Verder constateert hij dat docenten, in vergelijking met andere professionals, niet altijd voldoen aan criteria voor professionals.
In zijn onderzoek vormt de Wet BIO een belangrijk kader. Zeven clusters van deze niet-normatieve wet (zie dia 3) worden onderzocht via een self assessment. In dit ontwikkelassessment wordt gekeken naar het zelfbeeld van docenten, en naar hun ambitie voor de komende tijd (om zich te ontwikkelen op het gebied van die clusters). Aangezien de Wet BIO geen normen bevat, heeft McDaniel zelf vijf niveaus van competent zijn onderscheiden.
Enkele voorlopige conclusies uit zijn onderzoek zijn:
- 17% van de docenten vodoet volgens eigen zeggen aan de wet BIO.
- Docenten die kort in dienst zijn hebben veel ambitie, docenten die langer in dienst zijn hebben een geringer ambitieniveau.
- Hoe langer docenten in dienst zijn, des te minder geneigd zijn zij om te innoveren, maar vooral routinematig te werk gaan.
Olaf McDaniel stelde ook dat de bestaande manier van scholing zich vooral richt op het versterken van de sterke kanten van een docent, niet op het bestrijden van hun tekorten. McDaniel constateert dat de ontwikkeling van de professionaliteit complex is. De manager speelt volgens hem een belangrijke rol bij die ontwikkeling. Hij constateerde dat de docent inderdaad eigenaar moet zijn van het onderwijsproces, maar dat de professionaliteit van docenten dan wel verbeterd moet worden.
Deze tweede spreker schetste wat mij betreft dus een somber beeld van de professionaliteit van docenten, ook al onderstreepte hij wel de aanwezige potentie hiervan in het onderwijs. Opvallend in deze discussie is m.i. dat de ontwikkeling van het toenemende aantal (senior) instructeurs binnen het MBO (ten koste van docenten) in relatie tot professionaliteit van onderwijsgevenden, niet werd belicht. Tijdens zijn betoog deelde McDaniel overigens wat gemakkelijk enkele snieren uit naar Verbruggen, die geen gelegenheid had hier op te reageren. De dia's, die hij gebruikte, waren achter in de enorme zaal niet te lezen. Maar gelukkig staan ze ook online.
De spreker die mij het meeste aansprak, was Matthieu Weggeman. Dat komt door zijn unieke combinatie van een stijl met veel humor en anekdotes, gekoppeld aan een inhoudelijke boodschap. Volgens Weggeman is de docent eigenaar van het onderwijsproces mits de school over een collectieve ambitie beschikt, en de docent pedagogisch, dididactisch en vakinhoudelijk goed is in z'n vak. Weggeman gebruikte het begrip 'Flow' van Mihaly Csikszentmihalyi om het belang te benadrukken dat docenten maximaal productief en maximaal tevreden met hun werk moeten zijn (zie dia 3 van onderstaande presentatie). 'Flow' uit zich volgens Weggeman o.a. verschijnsel dat mensen niet meer echt letten op hun uiterlijk.
Hij benadrukte dat managers betekenis moeten schetsen voor docenten. Gedeelde waarden zijn namelijk essentieel voor de collectieve ambitie. Binnen het MBO moet dat niet moeilijk zijn, gezien de maatschappelijke opdracht van deze onderwijssector, stelde Weggeman. Bovendien leven wij in een advanced economy waarbinnen de de behoeften van piramide Maslow nagenoeg allemaal gerealiseerd. Alle gelegenheid, dus, om ons te richten zelfactualisatie, zelfverwerkelijking.
De vraag die ik hierbij heb, is: kun je docenten wel afrekenen op zaken als rendement of terugdringen van het voortijdig schoolverlaten? Wellicht wel als McDaniel gelijk heeft dat de kwaliteit van het onderwijs voor een zeer groot deel afhankelijk is van de kwaliteit van de interactie tussen lerenden en onderwijsgevenden.
Docenten moeten dus inderdaad meer eigenaar worden van hun eigen onderwijs. Meer autonomie krijgen ten aanzien van hoe zij het primair proces willen inrichten. Voorwaarde hiervoor is wel dat de docent professioneel is (vakinhoudelijk, didactisch en pedagogisch), en zelfverantwoordelijkheid neemt voor die professionaliteit.
En juist daar ontbreekt het vaak aan.
De professionele ontwikkeling van docenten zou wat mij betreft dus prioriteit nummer 1 moeten krijgen. De collectieve ambitie van het onderwijs zou daarbij het fundament moeten vormen. En volgens mij wordt juist daar veel te weinig de dialoog over gevoerd binnen het onderwijs. Tenslotte is een attitude om een leven lang te willen leren en ontwikkelen ook cruciaal hiervoor. Leidinggevenden zouden juist daarop moeten sturen.
Deze kwestie heb ik ook terug zien komen tijdens de diverse workshops van Gilde Opleidingen, die ik heb bijgewoond. De thematiek van de drie keynotes sloot dan ook uitstekend aan op het thema 'de teammanager als spil in de organisatie'.
Waar ik deze week naar toe had willen gaan… (#in #cvimc #elearningcongres)
…als ik mezelf had kunnen opdelen:
- Vandaag naar TEDx Maastricht. Overigens live via video te volgen. De twitter hash tag is #TEDxMaastricht. Ik heb tijdens de lunch wat fragmenten bekeken, en me gerealiseerd dat presentaties vooral bedoeld zijn om te inspireren, en minder om kennis te delen. Sprekers vertellen vaak weinig nieuws, als je je vakgebied via internet bij houdt. Maar ze kunnen je wel boeien en nieuwsgierig maken. En zo aanzetten tot leren.
- Het Nationale E-learning Congres. Als lid van de jury van de Nederlandse e-learning awards en als lid van de programma-adviesraad had ik hier natuurlijk bij moeten zijn. Inhoudelijk zeker de moeite waard. Inderdaad prijzig, als je geen relatie bent van de Branchevereniging voor E-learning Technologie. Helaas niet live via video te volgen. Wel via twitter: #elearningcongres. Als lid van de adviesraad heb je maar beperkt invloed op de organisatie
- Een heisessie van mijn nieuwe werk. Daar had ik eigenlijk ook de hele week bij moeten zijn.
Vandaag heb ik echter het nodige aan bureauwerk te doen, en morgen vertrek ik richting Domburg voor de managementconferentie van het Consortium voor Innovatie (het congres zelf begint woensdag). Daar heb ik nog aangename verplichtingen vanuit mijn vorige werk (en als vriend van het CvI, natuurlijk).
Dit is de titel van een masterclass over ICT in het onderwijs, die ik vanmiddag verzorg tijdens het symposium Beroepsonderwijs op 1, dat georganiseerd wordt door Stichting Consortium Beroepsonderwijs, Stichting Mobiliteitsleren en Stichting Praktijkleren.
Mensen die enthousiast zijn over ICT in het onderwijs zijn vaak enorm technologie-gedreven. Het gaat er echter vooral om dat je zoekt naar de toegevoegde waarde van ICT voor het leren. Tijdens deze masterclass gaat Wilfred Rubens mede aan de hand van concrete voorbeelden in op een didactisch zinvol gebruik van ICT in het beroepsonderwijs.
