Wat kunnen we leren van de ervaringen van de Rabobank met sociale media? Daarover ging de openingskeynote van het Edu Academy seminar dat vandaag in het Abe Lenstra Stadion te Heerenveen werd gehouden.
Gisteren bezocht ik een SURF-bijeenkomst over de digitale leer- en werkomgeving. Daarbij werd onder meer de stelling geponeerd dat onderwijsinstellingen sociale media meer zouden moeten gebruiken voor communicatie met lerenden. De vraag die ik daarbij heb, is: wat willen lerenden zelf? Gaan we niet te veel uit van aannames?
Martin Harrysso beschrijft een relatief nieuwe ontwikkeling op het gebied van sociale media. Er komen steeds vaker tools beschikbaar waarmee je het sentiment ten aanzien van jouw organisatie, dienst of product kunt meten. Hierdoor zijn organisaties in staat om data te verzamelen en te analyseren, en op deze manier ‘sociale intelligentie’ te distribueren. Volgens mij kun je deze tools ook inzetten als leertechnologie.
Vandaag vond in Nieuwegein het congres Social Media in de Zorg plaats. Tijdens dit congres zijn veel praktijkervaringen gedeeld met sociale media. Ik mocht dagvoorzitter zijn. Deze blogpost bevat een algemene impressie. Ambassadeurs op sociale media blijken voor instellingen bijvoorbeeld goud waard te kunnen zijn. Daadwerkelijk committment vanuit de organisatieleiding is ook hierbij van groot belang.
Word je ook zo moe van email? Alexandra Samuel wel. Zij pleit voor een heuse vendetta tegen email. De bestaande tips en strategieën om efficiënt om te gaan met email schieten volgens haar tekort. Het aantal ontvangen emails is Too Big For One Person (TB41P).
What matters is acknowledging that there is some threshold between an inbox that's acceptable and one that's TB41P. And for many of us, that threshold is drawing nearer, or already a distant smirch in the rear-view mirror.
De kosten van communicatie zijn bij email verschoven van de verzender (die een vraag of probleem heeft) naar de ontvanger (die opgezadeld wordt met werk). Samuel pleit daarom voor het herzien van de sociale conventie dat alle emails die om een reactie vragen, ook daadwerkelijk een antwoord verdienen. Het zou de ontvanger moeten zijn, die bepaalt of h/zij reageert op een mail. Dat zou via een auto-reply aangekondigd moeten worden.
Samuel gaat dit zelf proberen. Via de hash tag #TB41P kun je de ervaringen volgen.
Op zich herken ik het probleem. Ik heb voor mezelf ook besloten om niet meer altijd te reageren op elke persoonlijk geformuleerde vraag. Ik maak echter geen gebruik van een auto-reply. Dat genereert alleen maar nog meer mail. En spammers weten dan dat je mailadres nog in gebruik is. Conventies ontstaan immers ook uit gewoonte. Daar vertrouw ik op.
Daarnaast ben ik erg voor een verschuiving in communicatie-gewoonten (communication shift?). Korte vragen stellen via via snellere media als Twitter of Yammer, bijvoorbeeld. En persoonlijk (of via Skype) aanschieten.
Training ICT-ers komen van Mars, businessmanagement van Venus (#in)
De afgelopen maanden heb ik me onder meer bezig gehouden met de ontwikkeling van de training ICT-ers komen van Mars, businessmanagement van Venus: sturen en samenwerken op Warp speed!.
Eindelijk is het zover. De training wordt in oktober/november 2010 en in januari 2011 aangeboden.
Wat elke manager over ICT én ICT-ers moet weten
Deze tweedaagse training richt op 'niet-ICT' leidinggevenden/adviseurs. Wij rusten hen toe om op een meer effectieve manier om te gaan met ‘hun techneuten’.
De training wordt verzorgd onder de vlag van het Digitaal Communicatielab. Ik werk hierbij samen met Hanneke van Stokkom (@HannekevS) en Eric Hendriks (@eric_hendriks), die ik overigens dankzij Twitter heb leren kennen.
Wij bieden de training vooralsnog twee keer aan. Daarbij werken wij met kleine groepen. Daarnaast is het ook mogelijk om de training incompany te verzorgen.
Ik maak vooral gebruik van vier sociale netwerken, voor verschillende doelgroepen:
- Hyves, met name voor privédoeleinden.
- LinkedIn, voor zakelijke contacten.
- Facebook, met name ook voor zakelijke contacten.
- Twitter.
Tweeps -mensen die twitteren- zijn een geval apart. De meesten hebben dezelfde beroepsmatige belangstelling als ik, maar delen ook privézaken met elkaar (denk aan emoties bij voetbaluitslagen, treinvertragingen, en dergelijke). Een aantal tweeps ken ik persoonlijk, waarbij persoonlijke communicatie -tot op zekere hoogte- ook publiek wordt gedeeld. Twitter is een ontzettend handig en snel medium om mensen te attenderen (bijvoorbeeld op artikelen, video's of bijeenkomsten), om vragen te stellen en te beantwoorden of om anderzins informatie uit te wisselen. Vooral dankzij applicaties op smartphones is Twitter een middel waarmee je altijd verbonden kunt zijn met je netwerk.
Op al deze netwerken kun je aangeven wat je aan het doen bent. Ook kun je er blogberichten op achter laten (integraal of via een verwijzing). Ik heb echter geen zin om steeds naar deze vier netwerken te gaan om bijvoorbeeld de status te updaten.
Daarom vind ik het erg handig dat ik kan instellen dat mijn blogposts -die ik via Typepad plaats- ook automatisch worden gepubliceerd op mijn netwerken. De kans dat je bijdrage wordt 'gezien' is groter, en je bereikt er verschillende doelgroepen mee. Ik krijg ook reacties op mijn bijdrages via de verschillende netwerken. Mensen, waarmee je via meerdere netwerken contact hebt, kunnen berichten snel scannen zodat het met de informatie-obisitas wel mee valt (is ook mijn ervaring als 'consument').
YouTube kent dezelfde optie (als je een video tot favoriet bombardeert), en dat geldt ook voor de social bookmarktool Delicious. Deze applicatie 'twittert' helaas alleen een link zonder toelichting (daarom staat deze optie bij mij weer uit).
Via Twitter kun je ook meteen je status op LinkedIn, Facebook en Hyves aanpassen. Een aantal mensen uit mijn LinkedIn-netwerk gaf echter te kennen daar niet altijd op te zitten wachten. Ook al was het laatst handig toen ik vast zat in het verkeer en geen telefoonnummer bij de hand had waarmee ik degenen die op mij zaten te wachten, kon bellen.
Maar in de regel had een aantal LinkedIn-connecties geen behoefte aan spinning resultaten, treinreizen of terrasbezoek bij Café Jos (althans niet aan de tweets daarover). Toen ik vandaag daarom de connectie tussen Twitter en LinkedIn wilde verbreken, zag ik de optie om alleen tweets voorzien van de hash tag #in automatisch op LinkedIn te plaatsen. Erg handig als je:
- Via één kanaal wilt publiceren.
- Mensen in je netwerk via meerdere kanalen wilt bereiken.
- Mensen in je netwerk meer op maat wilt bereiken.
Heeft Facebook die mogelijkheid ook? En is er een handige applicatie (ook voor de iPhone) om reacties via één kanaal te ontvangen (niet zijnde e-mail)?
Stel: je bent manager en wilt een reorganisatie doorvoeren van je back office. Jij huurt consultants in, die met het advies komen om een langdurig en grootschalig verandertraject aan te gaan, dat volgens de ICT-afdeling onuitvoerbaar is. De ICT-afdeling stelt een volstrekt andere projectaanpak voor. Over deze kwestie gaat het artikel IT Versus the Consultants. And You're the Judge.
Je bent geneigd de consultants te volgens, maar stel de ICT-afdeling heeft toch gelijk?
If you agree with IT, it will cause a big kerfuffle with the consultants and result in another series of endless meetings to decide how to break up the big program into a series of small ones. If you agree with the consultants, your relationship with IT will be severely damaged. You don't think they have the nerve to escalate the issue, but they might. Best guess is that IT will reluctantly agree to go along and you'll spend the next three years waiting for them to say, "We told you so."
De auteur van het artikel weet geen pasklare oplossing, en ik ook niet. Maar wat me wel opvalt, is dat ICT-ers en niet-ICT-ers vaak zo weinig met elkaar daadwerkelijk communiceren over problemen, oplossingen, perspectieven en beweegredenen. En volgens mij is een dialoog een noodzakelijke voorwaarde om nader tot elkaar te komen.
Hoe (onderwijs)organisaties sociale media gebruiken?
Josh Gordon beschrijft in welke mate organisaties bekend zijn met sociale media, en in hoeverre men van plan is deze applicaties te gaan gebruiken (en waarvoor). Gordon focust daabij op marketing en interne communicatie. Hij beschrijft onder meer dat traditionele marketingkanalen hun langste tijd hebben gehad, en dat consumenten marketing ook wantrouwen. Sociale media, daarentegen, richten zich vooral op betrokkenheid, gemeenschap en autoriteit:
Your marketing approach in the attention economy, should be to create a community of loyal visitors and "evangelists" for your brand, willingly spreading the word about what you do.
Gordon geeft aan dat sociale media relatief weinig worden gebruikt voor interne samenwerking en communicatie (en ondersteuning van de verkoop).
Wat ook opvalt in zijn bijdrage, is dat sociale media het meest populair zijn bij de kleinere organisaties. En het zijn juist de grotere organisaties die sociale media voor de interne communicatie gebruiken.
Bedrijven stimuleren het gebruik van sociale media ook vaker dan dat zij het ontmoedigen. Wat betreft tools worden LinkedIn, Facebook, Twitter en weblogs het vaakst toegepast. Maar liefst 75,3% van de bedrijven zegt gebruik te maken van Twitter. Wiki's moeten het bijvoorbeeld doen met 27%. Naar de toekomst toe verwachten organisaties met name weblogs te gaan gebruiken (hoewel die door sommigen als 'oude' sociale media worden betiteld, schrijft Gordon).
In een tweede bijdrage gaat Josh Gordon uitgebreider in op het gebruik van Twitter door organisaties. Hij maakt daarbij onderscheid in extern gebruik (vooral om nieuws te delen, en om persoonlijker over te komen richting klanten), en extern gebruik (onder meer voor netwerken en kennis delen).
En hoe zit het met het onderwijs?
Op die vraag gaat Kimberly Melton in. Melton richt zich daarbij vooral op Facebook en Twitter. Deze media, schrijft Melton,
provide another way to reach out to plugged-in parents, residents without kids and even students themselves.
Daarbij gaat het om nieuwtjes en mededelingen verstrekken, en de mogelijkheid om klachten online te deponeren. Volgens Melton leidt het gebruik van sociale media wel tot nieuwe beheersmatige vragen (o.a. over consistentie van informatie). Het lijkt er ook op dat veel scholen vooral aan de slag gaan met deze applicaties omdat zij bang zijn de boot te missen, en niet omdat zij een goed doordacht plan hebben. Ook zijn er scholen die geen gebruik maken van applicaties zoals Facebook omdat zij deze site zelf blokkeren.
Het valt me op dat er verschil is tussen opvattingen over het gebruik van sociale media bij bedrijven en bij onderwijsinstellingen. Het onderwijs past applicaties zoals Hyves of Twitter nauwelijks toe om een gemeenschap van 'evangelisten' te vormen.
Ik heb wel ooit van één initiatief gehoord waarbij een opleiding Hyves gebruikt om zittende studenten nieuwe studenten te laten voorlichten.
Je ziet ook dat lerenden zelf hyves aanmaken over de eigen opleiding (ook al worden die vaak amper gebruikt). Het komt ook voor dat deze 'bijenkorven' worden aangemaakt om te klagen. Daarbij valt vooral het verschil in perceptie op. Onderwijsgevenden tillen daar vaak erg zwaar aan, terwijl een hyve voor lerenden vaak een doodgewoon medium is. Zij verbazen zich dan over de ophef die dit bij volwassenen te weeg brengt.
Ik denk dat sociale media voor onderwijsorganisaties vooral interessant zijn om doelgroepen te bereiken die anders lastig te bereiken zijn. Neem ouders. Beheersmatig is het een hele uitdaging om het toegang te geven tot een elektronische leeromgeving en intranet, die vaak gekoppeld zijn aan administratiesystemen. Via sociale netwerken kunnen ouders zelf aangeven of zij lid willen worden en wanneer dit niet meer hoeft.
Leerlingen zelf worden vaak op andere manieren bereikt. Toepassingen zoals Hyves beschouwen zij vaak als privé, terwijl zij (nog) nauwelijks Twitteren. YouTube, weblogs, wiki's en dergelijke zijn vaak wel prima als leermiddel te gebruiken.