apr 092013
 

Morgenmiddag gaat de tweejaarlijkse managementconferentie van het Consortium voor Innovatie in de Gieterij te Hengelo van start. Ik ben er bij, en verheug me er erg op. Het thema ‘IJzersterk’ slaat wat mij betreft namelijk op sfeer, concept, organisatie en inhoud van de CvI-conferenties (als Vriend van het CvI ben ik uiteraard niet objectief). Waar kunnen jullie de komende dagen blogposts over verwachten?

Continue reading »

nov 022011
 

In de aanloop naar Dé Onderwijsdagen 2011 publiceert de organisatie een aantal gastblogs van Edubloggers. Ik heb ter voorbereiding op dit congres een bespiegeling geschreven over deelname van 'gewone' docenten en managers aan Dé Onderwijsdagen.  De originele post is op de blog van de Onderwijsdagen te vinden. Gelieve ook daar te reageren.

Eén van de vragen, die tijdens Dé Onderwijsdagen met regelmaat wordt gesteld, is: hoe kunnen we er voor zorgen dat meer ‘gewone’ docenten en managers deelnemen aan Dé Onderwijsdagen? Want over het algemeen wordt deze conferentie met name bezocht door beleidmedewerkers, informatiemanagers, adviseurs en ICT en Onderwijs-coördinatoren.

Mijn reactie: je moet wellicht niet eens willen dat ‘gewone’ docenten en managers deelnemen aan Dé Onderwijsdagen. De inhoud ervan sluit namelijk onvoldoende aan op hun ‘zone van naaste ontwikkeling‘ en belevingswereld. Natuurlijk zijn er docenten bij wie de inhoud van Dé Onderwijsdagen wel aansluit bij hun belevingswereld. Maar dat zijn uitzonderingen. En dat geldt ook voor sommige managers.
Wil je er wel voor zorgen dat de inhoud van dit congres meer betekenisvol wordt voor deze doelgroepen, dan zijn het waarschijnlijk Dé Onderwijsdagen niet meer.

Publiek tijdens Dé Onderwijsdagen 2009

Concrete voorbeelden voor docenten
Docenten hebben volgens mij vooral behoefte aan concrete voorbeelden van ICT-toepassingen in het onderwijs. Professionalisering werkt bij hen waarschijnlijk het beste als zij op een didactisch goede manier leren gebruik te maken van ICT die verweven wordt met onderwijsontwikkeling . Bijvoorbeeld via TPACK-sessies. Keynotes op het gebied van learning analytics of disruptive innovation vallen bij docenten als zaad op de rotsen. Zonde van tijd, energie en geld.

Verspillen
En we verspillen deze ‘resources’ al zo gemakkelijk. Denk bijvoorbeeld eens aan al die docenten die in groten getale de Nederlandse Onderwijs Tentoonstelling bezoeken, zonder concreet doel voor ogen. Of denk aan het docententeam van een grote scholengemeenschap uit het midden van het land dat twee jaar geleden met z’n vijfentwintigen drie dagen lang de internationale beurs voor leertechnologieproducten BETT (en uiteraard ook London zelf) bezocht en thuis kwam met de conclusie: dat SharePoint van Microsoft, daar willen we wel eens wat meer van weten.

Doorsnee manager
Dan de doorsnee manager. Als je een manager met weinig affiniteit met ICT in het onderwijs (ze bestaan nog steeds) bijvoorbeeld meeneemt naar een conferentie zoals Dé Onderwijsdagen, dan loop je het risico dat je binnen drie maanden bezig bent een technologie te implementeren waarvan onduidelijk is welk probleem deze tool eigenlijk moet oplossen. En hoe kom je er dan ooit nog van af? Voorbeelden zijn niet nodig, lijkt me. Dergelijke managers gaan overigens het liefst naar congressen in het buitenland.

Bezoekers sessie Dé Onderwijsdagen 2010

Bezoekers sessie Dé Onderwijsdagen 2010

Nee. Gewone managers moeten vooral door ons (beleidmedewerkers, informatiemanagers, adviseurs, en ICT en Onderwijs-coördinatoren) geïnspireerd en geadviseerd worden. Zij moeten open staan voor nieuwe ontwikkelingen, goed luisteren, ontwikkelingen koppelen aan een visie op leren, afwegingen maken en besluiten nemen. Dat betekent ook dat bezoekers van Dé Onderwijsdagen organiseren dat datgene wat geleerd is, ook intern gedeeld wordt (en niet alleen door een link naar Slideshare te delen). Maar dat doen wij uiteraard altijd. Toch?

Netwerken en inspiratie
Dé Onderwijsdagen, en ook andere conferenties, zijn prima gelegenheden om te netwerken, inspiratie op te doen (bijvoorbeeld voor nieuwe projecten), anderen te informeren over relevante initiatieven (komt allen naar mijn sessie op woensdagmiddag) en uiteraard te leren (ook buiten sessies om). Maar niet voor de doorsnee docent en manager die eenmalig naar zo’n conferentie gaat, en er vervolgens onvoldoende mee kan. Leren is immers een proces, waar een gebeurtenis als Dé Onderwijsdagen deel van uit zou moeten maken.

aug 272010
 

Onderstaande slides zijn ook prima te volgen, zonder het begeleidende verhaal (wat meestal niet het geval is). Je leert hoe je conferenties meer effectief kunt maken, onder meer door de fysieke omgeving van een conferentie aan te passen. Enkele lessen hieruit:

  • Sessies op een conferentie moeten gemeenschappelijk en democratisch zijn (belang participatie deelnemers).
  • Sessies moeten horizontale structuren bevatten (beperkte monologen; 'one to many' is verticaal).
  • Er moet sprake zijn van een transitie van push naar pull. Nieuwelingen hebben er baat bij als een organisatie beslist waar de 'reis' naar toe gaat. Meer ervaren bezoekers moeten zelf invloed kunnen uitoefenen op de bestemming, snelheid en route.

De presentatie bevat ook diverse praktische tips. Handig en bruikbaar. Nu nog toepassen (ja, ook ik kom in de verleiding om aanwezigen te overladen met informatie).

Via Is het nu generatie X, Y of Einstein?

jun 262010
 

De afgelopen dagen ben ik twee relevante bijdragen tegen gekomen over het gebruik van de iPad in leersituaties. David Muir is onder de indruk van de iPad. Muir start met wat kritiekpunten (zoals het ontbreken van een klok en rekenmachine, of het onvermogen om via bluetooth te printen). Maar verder is hij lovend over de batterijduur, het gewicht, de mogelijkheden om aantekeningen te maken, e-booken te lezen, te surfen en over de vele apps.

In iPad Conferencing vraagt James Clay zich af of de iPad invloed zal uit oefenen op de manier waarop conferenties georganiseerd worden. Met andere woorden: leidt de iPad tot andere werkvormen en manieren van interactie?

Clay gaat in op het gebruik van Twitter (bepaald niet uniek voor de iPad) of (andere) back channel toepassingen, en het ontbreken van een camera. Hij verwacht niet dat deelnemers nu al actiever zullen worden in een back channel, dan zij al zijn. De iPad vervangt hooguit de netbook of smart phone. Conferentiedeelnemers zullen volgens mij hooguit actiever worden omdat meer deelnemers gebruik maken van microblog tools.

Andere toepassingen, die Clay voor zich ziet, zijn:

  • Een iPad App als conferentieprogramma.
  • Interactieve plattegronden en het gebruik van GPS zodat je niet verdwaalt.
  • Contactinformatie delen.
  • Gezamenlijk notities maken of een whiteboard gebruiken.
  • Live streaming.
  • Life bloggen of reflectief bloggen.
  • Feedback geven tijdens sessies.
  • Bookmarks en foto's delen.

Zelf denk ik bijvoorbeeld ook aan werken in groepjes, waarbij je zoekopdrachten gebruikt of mensen laat discussiëren over videofragmenten.

De auteur concludeert m.i. terecht:


All of the above can be easily done now even if delegates only use their laptops or their phones.(…) However the key isn’t it in fact with the technology but the culture of both the conference organisers and very importantly the conference delegates. (…) It is key for any of the above to work that giving each delegate an iPad isn’t sufficient, they also need to be motivated to participate over and above been a passive delegate at the conference. That is a responsibility for both the delegates and the conference organisers.


De afgelopen jaren heb ik congressen ook versterkt zien worden doordat deelnemers zijn gaan twitteren, foto's zijn gaan delen, Flip's zijn gaan gebruiken of zijn gaan bloggen. Daarbij gaat het niet om de massa deelnemers. Maar gezamenlijk produceert de minderheid behoorlijk wat relevante content tijdens een congres. Opvallend is wel dat het initiatief hiervan aanvankelijk lag bij deelnemers zelf. De laatste jaren zie je wel vaker dat congresorganisaties het gebruik van mobiele technologie en social media bevorderen.

nov 062009
 

Het conferentieseizoen is weer losgebarsten. Deze weken kun je elke week wel naar een groot event, als het gaat om ICT in het onderwijs. Ik ben dit conferentieseizoen lid van maar liefst twee programmacommissies (de Onderwijsdagen 2009 en het congres over ICT en onderwijsvernieuwing) en één adviesraad (het nationale e-learning congres).

In die gremia werd en wordt overigens vooral gesproken over de inhoud van de conferenties. De formats liggen zo goed als vast. En dat geldt ook voor zaken als locatie, catering en toegangsprijs (voor het geval je me daar op aan wilt spreken).

Desondanks was ik erg nieuwsgierig naar de bijdrage The Battle For Next Generation Conference And Membership Revenue Models Has Just Begun toen ik via de blog van Gary Woodill daarover getipt werd.

Jeff Hurt gaat in The Battle For Next Generation Conference And Membership Revenue Models Has Just Begun namelijk in op de ontwrichtende innovatie die de conferentiewereld volgens hem te wachten staat.

Volgens Hurt zouden de traditionele conferenties gericht zijn op communicatie van lage kwaliteit (o.a. oppervlakkige informatie). Sprekers vertellen grosso modo steeds dezelfde verhalen, en organisatoren nemen genogen met 70% tevreden bezoekers. Nieuwe concepten zouden zich meer richten op communicatie van hoge kwaliteit (analyse, debat en kennis). Deze concepten worden mogelijk gemaakt door


online free content, quality unconferences with low registration fees and the ability for people to create their own online tribes (community).


Helaas gaat Hurt wat lang door over toegangsprijzen, en bespreekt hij nauwelijks hoe een alternatieve aanpak er uit kan zien. Maar hij zet mij wel aan het denken. Ik denk namelijk dat hij een punt heeft wat betreft het 'leerrendement'  van veel congressen. Dat valt vaak vies tegen, terwijl vormen van "unconferencing"  juist vaak erg leerzaam zijn. 

Als lid van de programmacommissies en als deelnemer aan congressen (bijvoorbeeld de Online Educa in Berlijn) constateer ik dat organisatoren bezig zijn om kritisch te kijken naar de opzet van hun conferentie. Met name de vrienden van het Consortium voor Innovatie durven daarbij hun nek uit te steken. Steeds vaker kijken organisatoren naar andere werkvormen, en naar het gebruik van social software voorafgaand, tijdens en na afloop van het congres (variërend van live streaming tot het gebruik van back channels). Ik zie ook dat organisatoren alternatieve vormen een plek geven tijdens de conferentie, zoals de Teachmeet de afgelopen week tijdens het I&I-congres.

Maar het blijft volgens mij bij een 'gewone' manier van innoveren. Van transformatie is geen sprake. Mogelijk met als uitzonderig het jaarlijks congres van Elliot Masie. De Nederlandse 'teachmeet-goeroe' Fons van den Berg gaf nog niet zo lang geleden ook aan te verwachten dat alternatieve vormen naast bestaande concepten blijven bestaan (ontwrichtende innovaties hebben immers ook vaak betrekking op doelgroepen die tot nu toe nog niet bereikt worden).

Ik ben het met Fons eens. Ik heb ook het gevoel dat deelnemers en presentatoren lang niet altijd staan te wachten op hele nieuwe dingen. Ik kan me een workshop tijdens een internationaal congres herinneren waar een aantal deelnemers de zaal verliet toen we aankondigden dat we hadden gekozen voor een andere formule dan de "lezing met vragen" variant. Laten we wel wezen: de doelgroep die zoekt naar andere vormen (mede gebruik makend van nieuwe technologieën is nog steeds relatief klein). 

De afgelopen twee weken heb ik ook zo'n 70 presentatievoorstellen mogen beoordelen. De indieners moesten daarbij een keuze maken uit een aantal "vormen van de presentatie". De frontale benadering wordt toch wel heel vaak gekozen. Bovendien hebben de klassieke congressen nog steeds succes. De noodzaak om te transformeren wordt vaak niet gevoeld bij organisaties.

Het duurt volgens mij dus nog wel even voordat conferenties daadwerkelijk worden geconfronteerd met 'ontwrichtende innovaties'. Het aanbod zal wel diverser dankzij alternatieve vormen die opkomen (unconferencing), en veranderingen van bestaande initiatieven. En dat is ook winst.