nov 022012
 

Technologie is niet van invloed op ons brein, maar beïnvloedt wel onze leerstrategieën. Dat concludeer ik op basis van het betoog Is technology changing how students learn? van cognitief psycholoog Daniel Willingham.

Continue reading »

jun 082012
 

De laatste paar jaar wordt er veel aandacht besteed aan de werking van de hersenen, in relatie tot onderwijs en leren. Docenten zouden meer moeten weten over de werking van de hersenen, om daar didactisch op in te kunnen spelen. Cognitief psycholoog Daniel Willingham noemt dat je reinste tijdsverspilling.

Continue reading »

jun 032012
 

Er wordt veel onderzoek gedaan naar ‘wat werkt’ op het gebied van het onderwijs. Maar we gaan ook vaak uit van aannames en valse theorieën. Eén van de wetenschappers die kritisch reflecteert op wat werkt en niet werkt op dit terrein, is hoogleraar Daniel Willingham. Willingham stelt onder meer dan mensen op verschillende manieren leren, maar dat leerstijlen niet bestaan.

Continue reading »

mei 242012
 

Er wordt binnen het onderwijs en binnen opleidingen, cursussen en trainingen, weinig onderzoek gedaan naar de effecten van technologie. Als wel onderzoek wordt gedaan, dan blijkt dat het gebruik van technologie vaak andere effecten heeft dan verwacht. Daarom is het m.i. belangrijk om een brede scope aan verwachtingen te formuleren. Zoals nu bijvoorbeeld het geval is met de iPad.

Continue reading »

apr 102012
 

Op 23 mei 2012 organiseert Kennisnet de jaarlijkse conferentie over Wat werkt met ICT in het onderwijs. Dit jaar wil men de bijeenkomst een bijzonder praktijkgericht karakter geven. Vragen uit de onderwijspraktijk en antwoorden op basis van onderzoek over de opbrengst van ICT staan centraal, belooft Kennisnet.

Continue reading »

jun 102011
 

Deze literatuurstudie over didactische benaderingen en (t)e-learning van Graham Attwell en Jenny Hughes staat ook al erg lang in mijn 'Read it Later'-lijst. Graham schrijft hierover o.a.

The review was designed to ensure the qualifications are up to date and will support the development of the skills needed by the modern teacher, tutor or trainer.
However, we recognised that the gap in technology related skills required by teaching and learning professionals cannot be bridged by qualifications alone or by initial training and a programme of opportunities for continuing professional development (CPD) is also needed to enable people to remain up to date.

Het rapport gaat op een groot aantal aspecten in. Onder meer op de wijze waarop jongeren ICT gebruiken, op digitale geletterdheid, op didactische theorieën en op de impact van ICT op leren. De auteurs beschrijven ook enkele trends op het gebied van (t)e-learning, en zij gaan in op docentkwalificaties en professionalisering.

Ik heb vooral gekeken naar de didactische theorieën en naar de impact ervan op (t)e-learning. Daarbij valt op dat de auteurs vooral gekeken hebben naar opvattingen uit de 'constructivistische school' (als je hen kent, verbaast je dit overigens niet). Binnen dit kader bieden zij een overzicht van verschillende concepten, zoals de community of inquiry of het connectivisme. Helaas vormen deze concepten niet de kapstok voor dit hoofdstuk, maar beschrijven zij summier een groot aantal aspecten van constructivistische opvattingen over leren. Voorbeelden zijn:

  • Het concept van de community of practice (Wenger cs)
  • Het belang van discourse, samenwerking en metacognitie voor leren.
  • Bricolage: het creëren, remixen en delen van artefacten.

De aspecten zijn van een heel verschillende orde, waardoor het hoofdstuk m.i. minder samenhang heeft dan mogelijk was geweest. Ook mis ik bijvoorbeeld bij het onderdeel over scaffolding de opvattingen van Bruner.

Over de impact van ICT op leren schrijven de samenstellers onder andere

Surveys on impact have tended to attempt to quantify impact in terms of student outcomes: an almost impossible undertaking given the many different possible causal factors.

Er zijn betrekkelijk weinig onderzoeksgegevens bekend over de effecten van het gebruik van ICT op leren, schrijven de auteurs. Wel is duidelijk dat er een verband is tussen de expertise van docenten en de kwaliteit van het gebruik van ICT voor leren. Daarbij gaat het niet zo zeer om technische vaardigheden, maar vooral om technologisch-didactische expertise. Verder onderstreept het literatuuronderzoek het belang en de invloed van de context waarbinnen ICT voor leren wordt ingezet.

Ook dit hoofdstuk ontbeert m.i. een heldere en eenduidige structuur. Verder valt op dat de samenstellers met geen woord reppen over het TPACK-model. Terwijl hun bevindingen m.i. hierin prima in te plaatsen zijn.

 

nov 022010
 

In de blogpost "The Flight of a Butterfly” or “The Flight of a Bullet”: The Impossible Dream of Transforming Teaching into a Science verzet Larry Cuban zich tegen beleidmakers en onderzoekers die een grote nadruk leggen op efficiency en de 'wetenschap' van value-added measures (VAM). Aan de hand van een historisch overzicht laat Cuban de beperkingen zien van deze benadering. Hij stelt dat veel onderzoekers onvoldoende onderkennen dat onderwijs niet rationeel en voorspelbaar is, maar onvoorspelbaar en onzeker. Hij vergelijkt onderwijs daarom met de vlucht van een vlinder, in plaats van met de vlucht van een kogel.

Larry Cuban beschrijft hoe technocratische onderwijswetenschappers geprobeerd hebben het onderwijs te overstelpen met “educational objectives”. Tevergeefs. Heel vaak negeerden leerkrachten deze doelen eenvoudigweg. Ook onderzoek naar de relatie tussen docentgedrag en leeropbrengsten -voortgekomen uit een behaviouristische onderzoekstraditie- bleek de nodige beperkingen te hebben, schrijft Cuban. Er spelen te veel factoren een rol om aan te kunnen geven wat het verband is tussen het 'proces' en het -excusez le mot- 'product'.

Desalniettemin lijkt het lerend vermogen van menig onderwijsonderzoeker beperkt te zijn, dan wel hun langere termijngeheugen erg kort:

And here in 2010, the re-engineering of teaching through science again seeks “the flight of the bullet.” Who among researchers and policymakers ever mentions the artistry of teaching? Evaluating and paying teachers on the basis of student test scores through value-added measures dominates reform talk.

Cuban neemt waar dat menig onderwijsdistrict 'VAM' wederom omarmt, en onderzoek doet naar het meten van docenteffectiviteit. Cuban stelt:

The point of all this is to be clear that, yes, some parts of teaching can be improved through scientific studies. Empirical findings time and again have improved teaching from decoding skills in reading to classroom management. But what has been' learned from science is not the lion’s share of what constitutes daily teaching. (…) Those who still dream of engineering classrooms into rational places where empirically-derived prescriptions help teachers become effective have failed to grasp that daily teaching is a mix of artistry, science and uncertainty.

Een wijze les, als je het mij vraagt. Ook relevant in Nederland waarin vaak wordt gedaan alsof onderwijsonderzoek hetzelfde is als laboratoriumonderzoek naar de effecten van medicijnen (lees ook de vaak treffende reacties op Cuban's bijdrage). Het is best mogelijk om na te gaan welke leeractiviteiten, voor welke doelgroep, onder welke condities, binnen welke context en voor welke leerdoelen en leerinhouden kunnen werken. Je moet er alleen voor waken om -vaak vanuit politieke of onderwijsideologische overwegingen- het onderwijs te vatten in een simplistisch input-output model.

 

sep 192009
 

Bewijzen, bewijzen, bewijzen. Niet alleen in Nederland willen ‘we’ steeds vaker aan tonen dat ICT in het onderwijs werkt. Het Britse Becta heeft in de zomervakantie een interim review gepubliceerd: Evidence on the impact of technology on learning and educational outcomes (met dank aan Vicki Davis).

De belangrijkste boodschap van de notitie staat wat bij betreft aan het begin. Er zijn tal van technologieën in gebruik, binnen zeer diverse contexten. Dus:


We must not wrongly transfer findings from specific uses of technology to broader judgements about the role of technology in learning.


Over het algemeen, concludeert Becta, is overall sprake van een positieve invloed van technologie op leren en leereffecten. Maar je moet met tal van variabelen rekening houden. Een voorbeeld van zo’n variabele is de mate van ‘e-maturity’ van de organisatie, die zich kenmerkt door een systematische en planmatige aanpak van de invoering van (t)e-learning.


‘E-maturity’ is the extent of provision, management and use of technology to support learning across the curriculum.


Verder zijn belangrijk: professionalisering van docenten, ondersteuning bij curriculumontwikkeling (in relatie tot ICT), een duidelijke visie op leren en een leerconcept, en het gebruik van ICT voor leerdoeleinden door lerenden thuis.

De review presenteert eerst algemene conclusies en bespreekt daarna summier verschillende studies. De bevindingen komen sterk overeen met publicaties van Kennisnet op dit gebied.