jun 062012
 

Tot nu toe hoorde je eigenlijk alleen maar juichende verhalen over de mogelijkheden van medewerkers/lerenden om hun eigen technologie mee te nemen naar de onderwijsinstelling of het bedrijf, en te gebruiken. Deze juichstemming lijkt nu voorbij. BYOD/T blijkt namelijk een prijs te hebben. Zijn we bereid die te betalen?

Continue reading »

jun 042012
 

IBM heeft medewerkers toestemming gegeven om hun eigen ‘device‘ te gebruiken, maar wordt nu geconfronteerd met de risico’s. De ICT-afdeling van deze IT-multinational investeert in het beheer van eigen apparaten, en in het vergroten van het bewustzijn van werknemers.

Continue reading »

feb 222012
 

Als je lerenden toestaat hun eigen technologie op school te gebruiken, dan kun je de schaarse middelen van school gebruiken voor die lerenden die geen eigen tools hebben. Daardoor kunnen per saldo meer lerenden gebruik maken van ICT op school. Deze redenering valt te lezen in de blog post BYO Tech: good plan for schools?

Continue reading »

feb 082012
 

Door sociale media te blokkeren, belemmeren scholen leerlingen feitelijk om te leren. Dat betoogt Graig Watkins in The Huffington Post. Watkins illustreert hoe jongeren sociale media gebruiken om te leren. Door het gebruik van sociale media te verbieden, werk je als onderwijsinstelling in feite verschraling van leermogelijkheden in de hand.
Continue reading »

dec 122011
 

Begin november besteedde ik al aandacht aan technologie trends voor 2012. TechNewsWorld doet nu ook een duit in het zakje. Ik signaleer overlap, maar ook verschillen. Beide artikelen laten o.a. zien dat technologie steeds krachtiger, intelligenter en gebruikersvriendelijker wordt. Tegelijkertijd krijgen we te maken met complexe privacyvraagstukken.

TechNewsWorld benadruktook onder meer  het belang van het besturen van apparaten met je stem, of de ontwikkeling van 'touch' waarbij sprake is van een vervagende scheidslijn tussen tablets en notebooks (het is vreemd dat zij een nieuw besturingssysteem van Microsoft als 'trend' bestempelen).

Verder gebruiken we internettechnologie steeds meer via apps, en ICT-toepassingen via cloud computing. Apparaten worden bovendien steeds dunner. Tablet PC's zullen vaker in andere apparaten (zoals auto's) worden ingebouwd (TIS: Tablets in Stuff), denkt de auteur.

TechNewsWorld voorspelt ook het verval van e-mail. Ik merk er overigens nog niets van.

nov 012011
 

Het einde van het jaar nadert, en dus verschijnen er weer artikelen die voorspellen met welke ICT-trends wij in 2012 te maken krijgen. Zo'n artikel is Gartner: The top 10 strategic technology trends for 2012

Onderzoeksbureau Gartner voorspelt hierin onder meer dat 'bring your own technology' de norm wordt dankzij tablets die ook nog eens functioneel krachtiger worden. Verder komen komen steeds meer mobiele applicaties beschikbaar die worden bediend via aanraken, beweging en geluid. Het gebruik van ICT vindt ook steeds meer contextgebonden plaats. De auteur spreekt van social and contextual user experience:

A contextually aware system anticipates the user's needs and proactively serves up the most appropriate and customized content, product or service 

Eindgebruikers beslissen bovendien in toenemende mate over welke apllicaties ze willen beschikken, en de technologie laat dat op zich ook toe. Organisaties zullen diversiteit moeten leren hanteren.

Internet is bovendien alom tegenwoordig. Diverse apparaten in onze omgeving worden via internet bediend. Deze apparaten worden steeds intelligenter. Dit leidt onder meer tot nieuwe privacy vraagstukken.

Er komen ook nieuwe mogelijkheden om prestaties en kosten te monitoren. Mobiele technologie gaat hier ook een belangrijke rol bij spelen. Het artikel spreekt van next-generation analytic, die het mogelijk maken om gezamenlijk beslissingen te nemen.

Organisaties beschikken over steeds grotere hoeveelheid data, die zij nauwelijks nog kunnen opslaan en beheren. Het gebruik van flash geheugen in apparaten van eindgebruikers zal daarnaast sterk toenemen. Mogelijk zal deze technologie het gebruik van cloud computing afremmen, verwacht de auteur.

Er komen servers beschikbaar die extreem minder energie kosten, dan nu het geval is. De prestaties van de machines zullen niet verminderen, maar juist verbeteren (o.a. in staat zijn grote hoeveelheden data op te slaan en te ontsluiten).

Het belang van cloud computing neemt tenslotte af, maar blijft van groot belang:

Going forward, enterprise IT will be concerned with developing hybrid private/publiccloud apps, improving security and governance 

In een ander artikel benadrukt Gartner het belang van de uitstroom van medewerkers (en de noodzaak om medewerkers bij te scholen), en de impact van sociale netwerken als belangrijke trend op het gebied van ICT: 

The collective is just beginning to have an impact on business operations and strategies but most organizations do not have a plan for enabling or embracing it.    

Over het algemeen kun je volgens mij zeggen dat ICT alomtegenwoordig, krachtiger, toegankelijker, socialer en persoonlijker wordt. Persoonlijk denk ik dat 'bring your own technology' positief van invloed kan zijn op het gebruik van ICT binnen het onderwijs.Context-bewuste technologie en sociale netwerktechnologie bieden in combinatie met mobiele technologie didactisch gezien grote kansen (leren in een authentieke context, netwerk leren).

Tegelijkertijd leveren nieuwe technologische ontwikkelingen ook weer nieuwe maatschappelijke en organisatorische vraagstukken op. Eén les trek ik in elk geval uit dit artikel: er komt nu echt een definitief einde aan het centraal beheren en beheersen van ICT. 

mrt 092011
 

Lorentz Stout heeft vandaag op Frankwatching een geslaagde poging ondernomen om een relevante internetontwikkeling te beschrijven: het gebruik van eenvoudige "vaak single task-georiënteerde programmaatjes" die  slim gebruik maken van het internet en van eigenschappen van het betreffende toetsel. 

Deze 'apps' gebruik je op smartphones, tablet pc's (zoals de iPad) en sinds kort ook op MacBooks (ik voorspel dat er ook apps voor niet-Apple producten zullen komen). Via internet -dankzij cloud computing- zijn deze programma's op verschillende apparaten ook met elkaar verbonden. Ter illustratie: ik gebruik ReadIt Later als app op mijn Macbook, iPhone en iPad. Als ik een artikel op mijn iPad als 'gelezen' markeer, dan synchroniseert ReadIt Later dit met mijn andere apparaten.

Voor sommige functionaliteiten (zoals Twitter en Evernote) maak ik nog praktisch uitsluitend gebruik van apps. Het gebruikersgemak ervan is groter dan bij de web-based versie van het programma, ook al is de functionaliteit ervan veelal beperkter. Voor lerenden en onderwijsgevenden werken 'apps' dan ook drempelverlagend als het gaat om het gebruik van ICT in het onderwijs.

Ik herken dus de ontwikkeling van het 'app-internet', die Stout beschrijft. Maar ik zie voor het onderwijs ook nog wat hobbels op de weg. In de eerste plaats vraag ik me af of de Nederlandstalige educatieve markt interessant genoeg is voor de ontwikkeling van specifieke 'onderwijs-apps'. Ik durf daar geen harde uitspraken over te doen, omdat ik geen zicht heb op de ontwikkelkosten van die apps. Het aantrekkelijke van apps is op dit moment dat je geen dure software hoeft aan te schaffen, maar dat je kunt volstaan met de aanschaf van goedkope apps die massaal worden gekocht (en daardoor goedkoop kunnen blijven).Veel van de bestaande apps kunnen uiteraard al voor leerdoeleinden worden gebruikt.

Op de tweede plaats zijn apps vaak nog niet platformonafhankelijk. De apps die ik gekocht heb voor mijn iPad kan ik niet op een andere tablet PC gebruiken, mocht ik ooit willen switchen. Dit kan onderwijsinstellingen en lerenden op kosten jagen.

Op de derde plaats vraagt het 'app-internet' om een andere benadering van het beheer van ICT. In zijn bijdrage voorspelt Stout o.a. ook dat deze ontwikkeling nogal wat vraagt van de ICT-afdeling. Daarbij gaat hij sterk uit van een sterk gecentraliseerde ICT-functie.

Ik denk persoonlijk dat het 'app-internet' een dergelijke sterk gecentraliseerde ICT-functie onbeheersbaar en onhoudbaar maakt. Je zult het beheer van computers veel meer in handen van de gebruiker moeten geven, en je beperken tot enkele centraal beheerde applicaties. Het is immers ondoenlijk om de snelle doorlooptijd van de versies van apps vanuit een centrale dienst bij te benen.

Dit vraagt overigens niet alleen een verandering van de ICT-functie van onderwijsinstellingen, maar ook een grotere mate van deskundigheid van de eindgebruiker als het gaat om het basale beheer van hun apparatuur (bring your own technology). Het zal dan ook nog wel even duren voordat sprake is van 'app-onderwijs'.

dec 162010
 

In From Users to Choosers: Central IT and the Challenge of Consumer Choice beschrijft Ronald Yanolski uitdagingen, waarmee ICT-afdelingen van onderwijsinstellingen heden ten dagen mee te maken hebben:

We're well on the way into the much-anticipated age of ubiquitous computing, when smart resources don't just sit on our desktops but, rather, surround us. New devices, faster networks, and new modes of service delivery are freeing us from stationary machines and are allowing us to create personal information environments whose virtual components might physically reside (for all we know) next door, across an ocean, or (to coin a phrase) up in the clouds.

Consumerization van ICT noemen we deze ontwikkelingen ook wel in goed Nederlands. Eindgebruikers nemen hun eigen technologie (hardware en software) mee, en verwachten ook in toenemende mate zelf beslissingen te kunnen nemen over de tools die zij willen gebruiken bij hun werken en leren.

Dit vraagt een behoorlijke omslag in denken en werken van ICT-afdelingen. Yanolski is daarbij van mening dat de kwaliteit van 'IT-leiderschap' daarbij belangrijker is dan de kwantiteit van het aantal diensten dat een ICT-afdeling kan verlenen. Hij schetst uitvoerig de veranderende positie van de ICT-afdeling binnen grote onderwijsinstellingen, door de jaren heen. Daarbij valt op hoe zeer de 'business' afhankelijk is geworden van de dienst ICT. De zogenaamde personal computer en de komst van het internet luidden bijvoorbeeld geen tijdperk van 'democratisering' van ICT in, maar een volgend stadium van beheer en controle. De huidige situatie typeert Yanolski als volgt:

Central IT shares power, but it serves as a sort of first among equals. It typically retains control over key assets including the campus backbone, Internet connectivity, central user support, and major data centers, as well as playing a crucial coordinating role in IT governance. These factors give central IT a set of carrots and sticks that no other technology unit enjoys. The central unit's enterprise authority—its ability to define computing norms that protect the interests of the institution and, thus, the interests of the user community as a whole—flows from them.

Langszamerhand neemt de afhankelijkheid van de ICT-afdeling daarmee af. Eindgebruikers krijgen de beschikking over web-based applicaties, en ook voor ondersteuning kunnen ze terecht bij tal van (sociale) netwerken. Daarnaast vragen apparaten als de iPad ook om minder ondersteuning dan de klassieke PC. De autonomie van de gebruiker neemt daardoor toe, de afhankelijkheid van de dienst ICT af. Wel constateert de auteur:

Yet the concerns of the enterprise, from system and data security to process efficiency and appropriate use, will be as critical as ever.

Yanolski geeft aan dat er weer nieuwe vraagstukken opdoemen, zoals de betrouwbaarheid van leveranciers van cloud computing services, de integratie van de veelheid aan applicaties of beveiliging van data. In feite vraagt dat van de ICT-afdeling dat zij zich meer zullen opstellen als begeleider en adviseur van opleidingsafdelingen (bijvoorbeeld als het gaat om het opstellen van richtlijnen rond privacy) dan als uitvoerder (het installeren en technisch beheren van applicaties, om maar wat te noemen). Ook ziet de auteur de dienst ICT een belangrijke rol spelen als het gaat om het certificeren van leveranciers en op het terrein van ICT-governance. Op het gebied van services die consortia van onderwijsinstellingen op het terrein van technologie aanbieden, spelen ICT-afdelingen uiteraard ook een belangrijke rol.

Yanolski concludeert dan ook dat de dienst ICT een vitaal onderdeel zal blijven van een onderwijsinstelling, maar dat hun rol wel fors zal veranderen met gevolgen voor de bekwaamheden van de mensen die er werken:

To continue to play its vital role in this process, central IT will need to better master the arts of "soft power." The common thread in its future role will be the need to meet enterprise responsibilities through influence, negotiation, and informed risk management rather than through official, hard-wired enterprise authority.

Ronald Yanolski schetst een goed beeld van ontwikkelingen aan de 'harde' kant van ICT, met gevolgen voor de positie en competenties van de ICT-afdeling. Volgens mij zitten wij momenteel in een overgangssituatie. Veel organisaties hanteren nog een sterk gecentraliseerd en gecontroleerd beheer over de ICT-omgeving. Een groot deel van de gebruikers is bovendien nog niet in staat om op een zelfstandige manier om te gaan met (eenvoudige) ICT-applicaties, en eenvoudige problemen -al dan niet met hulp van een netwerk- op te lossen. Tegelijkertijd zie je wel degelijk dat 'bring your own technology' actueler wordt en leidt tot nieuwe vraagstukken. Een dergelijke overgangssituatie stelt volgens mij extra hoge eisen aan de ICT-afdeling, wat betreft visieontwikkeling, het vermogen de dialoog aan te gaan met gebruikers, operationeel management (o.a. prioriteiten stellen) en de aanpak van een diversiteit aan vraagstukken.

aug 292010
 

Ik ben een groot voorstander van Bring Your Own Technology (BYOT): gebruikers moeten in staat zijn die technologie te gebruiken, die zij zelf willen gebruiken. Meer keuzevrijheid betekent meer betrokkenheid en een grotere motivatie, wat positief van invloed is op de prestaties van mensen.

BYOT kan echter ook op gespannen voet staan met een efficiënt beheer. Veel gebruikers zijn vaak minder goed in staat ICT-problemen op te lossen. Dankzij BYOT is geen sprake van een standaard ICT-omgeving, waardoor meer geïnvesteerd zal moeten worden in ondersteuning. Ook zal intensiever gescreend moeten worden of eigen applicaties geen virussen of trojaanse paarden bevatten.

Een mogelijke oplossing is om alleen gebruik te maken van web based applicaties. Gebruikers hebben dan geen toegang nodig tot een intern netwerk. Toegang tot het wereldwijde web is voldoende om programma's van de eigen organisatie te gebruiken. Data wordt in de 'cloud' opgeslagen. Helaas zijn applicaties lang niet altijd web based.

Via een collega werd ik onlangs geattendeerd op Citrix XenApp, dat ook aansluit bij het concept BYOT. Via de applicatie Citrix Receiver kun je allerlei (Windows-)applicaties van je organisatie gebruiken, terwijl jij de baas bent over je eigen computer. Jij beschikt dus over een eigen computer, die jezelf mag beheren. Via Citrix Receiver gebruik je dan MS Word, Powerpoint en zelfs zware 3D toepassingen van jouw organisatie. Daarbij maakt het niet uit of je werkt met een Windows laptop, een Macbook, iphone of iPad.

Je kunt op je iphone of iPad de Citrix Receiver gratis installeren en toegang krijgen tot een demo omgeving. Ik heb bijvoorbeeld MS Word op mijn iPad gebruikt. Dat werkte heel behoorlijk. Het opstarten van de applicatie duurt wat langer dan op een laptop, en de applicatie zelf reageert ook trager.

Desalniettemin vind ik dit een veel belovende ontwikkeling (er zijn vast ook concurrerende alternatieven), ook al heb ik wel nog vragen over de kosten, beveiliging (o.a. de impact van een besmette laptop op de applicaties) en de performance (moet beter zijn dan in de demo-omgeving).

Heb jij ervaring met Citrix XenApp in een productieomgeving (of met een vergelijkbaar alternatief)? Dan ben ik benieuwd naar je bevindingen.

 

jul 162010
 

Cloud computing is binnen het onderwijs een zeer actueel thema. Tegelijkertijd leven er nogal wat vragen over dit thema. Het artikel Is there safety in the cloud? verkent deze vragen rond veiligheid, data integriteit, eigenaarschap, vertrouwen in de leverancier en privacy. De auteurs stellen onder meer dat requests for proposals meer rekening zouden moeten houden met het kritische karakter van informatie die in de 'wolk' wordt opgeslagen.

Wat doe je bijvoorbeeld met authenticatie? Maak je gebruik van de logingegevens van de instelling (waartoe je een derde partij dan toegang toe geeft)? Hoe zit het met de beveiliging van het datacentrum zelf? En welke partij voert audits uit?

Het artikel geeft voorbeelden van hack-pogingen bij cloud computing. Jij als systeembeheerder van de organisatie die diensten afneemt, hebt geen zicht op die 'inbraakpogingen'. Encryptie van data is dan belangrijk.

Deze bijdrage beschrijft een aantal aspecten en vragen waar je rekening mee moet houden als je besluit om data en applicaties via 'de wolk' toegankelijk te maken. De auteurs maken duidelijk dat de ICT-afdeling minder controle heeft over een aantal processen, terwijl de organisatie wel verantwoordelijk blijft voor de bescherming van data. Wetgeving op dit gebied, schrijven de samenstellers, staat nog in de kinderschoenen. Voordat je gebruik maakt van cloud computing moet je dus wel een aantal aspecten goed regelen. Dit artikel -vooral voor CIO's, informatiemanagers en ICT'ers- biedt goed zicht op deze aspecten. Andere publicaties over cloud computing stappen daar vaak snel overheen.