Tijdens de vierde workshopronde van de Onderwijsdagen heb ik een sessie bijgewoond over ontwikkelingen van de digitale leer- en werkomgeving. Drie thema's zijn aan de orde gekomen: strategie, de gebruikersbehoefte en didactiek.
Volgens architect Greg Stack moet de fysieke structuur van scholen ook veranderen. Volgens hem zijn er zeker tien verouderde faciliteiten die het beste afgeschaft kunnen worden.
Metaforen zijn vaak erg geschikt om je ergens een voorstelling van te kunnen maken, en om de dialoog op gang te brengen. Je kunt bijvoorbeeld ook over wenselijke leeromgevingen nadenken via metaforen. Leer je het liefst in een grot, of rond een kampvuur? Steve Wheeler laat Stephen Harris hierover aan het woord.
Volgens Stephen Harris van het Sydney Centre for Innovations in Teaching bestaat de leeromgeving van een lerende uit een aantal ruimtes en plaatsen:
- Het kampvuur: een sociale leerruimte, waar lerenden elkaar ontmoeten en met elkaar converseren.
- De grot: een persoonlijke leerruimte voor individueel leren en reflecteren, voor het uitstippelen van individuele leerpaden.
- De zandbak: een plaats om nieuwe ideeën uit te proberen, en te experimenteren waarbij jongeren niet bang hoeven te zijn om fouten te maken (psychologisch veilige omgeving).
- De waterbron: informele ruimte voor spontaan, toevallig, leren.
- De bergtop: plek waar jongeren hun werk en ideeën kunnen delen en verspreiden (publiceren). Zelfs wereldwijd.
Volgens mij missen we nog een aantal leerruimtes, aangezien deze metaforen vooral gericht zijn op kleinschalige manieren van leren. Ik mis ook metaforen die gericht zijn op klassieke instructie (de apenrots?)
De sociale leer- en werkomgeving (#in)
Dit bericht is oorspronkelijk gepost op de weblog van Dé Onderwijsdagen 2011.
Hogeschool Windesheim Flevoland heeft een nieuwe ‘elektronische leeromgeving’ ontwikkeld, waarin sociale media een grote rol spelen. Gertjan Flinterman presenteerde tijdens Dé Onderwijsdagen 2011 de omgeving met de naam WISE.
Flinterman schetste eerst de realisatie van Hogeschool Windesheim Flevoland. In 2010 begonnen, als onderdeel van Windesheim maar met o.a. een eigen didactisch concept.
Traditionele ICT-faciliteiten
In dit onderwijsconcept staat projectmatig creëren (opleiding faciliteert co-creatie), persoonlijk contact, doorlopend studeren en het opbouwen van zelfstandigheid centraal. De traditionele ICT-faciliteiten van Windesheim konden dit concept onvoldoende mogelijk maken. Het voordeel van deze hogeschool was dat men met een blanco blad kon starten, ook wat ICT betreft.
Vanuit verschillende persona’s (user cases, bijvoorbeeld rond studenten en docenten) heeft men een functioneel ontwerp gemaakt voor de nieuwe omgeving. Uit die user cases kwam vooral de behoefte aan een samenwerkingsomgeving naar voren.
Gebruiker centraal
In een demo liet Flinterman onder meer zien hoe de gebruiker centraal staat, hoe onderwijs wordt aangeboden, hoe er wordt samengewerkt, hoe je informatie kunt zoeken en vinden en hoe de portaalfunctie werkt (één centraal punt voor alle ICT-voorzieningen).
Bij de gebruiker centraal kunnen studenten zichzelf bijvoorbeeld profileren, of zelf communities aanmaken en aanpassen. Ook kun je mededelingen meer gericht doen. Als gebruikers inloggen komen zij in een persoonlijke pagina, waarin de activity stream centraal staat. Als gebruiker bepaal je zelf welke informatie jij wilt zien. Uitzonderingen daarbij zijn centrale communities waar gebruikers verplicht lid van zijn. Het verplichte deel is echter zo klein mogelijk gemaakt.
Eigenaar community
Bij het aanbieden van onderwijs is de docent eigenaar van een community. Docenten moeten de opleidingscommunity van de eigen opleiding of het eigen vak gebruiken voor opleidingsgerelateerde informatie. Deze ruimtes bevatten eenvoudige en geavanceerde opties. Studenten bepalen zelf of zij zich willen inschrijven voor een bepaalde module. Binnen opleidingscommunities vindt interactie plaats via een vorm van micro-bloggen. Berichten (posts of vragen) kunnen ‘ge-liked’ worden, becommentarieerd, gedeeld en ‘opgevolgd’ (‘hier moet ik nog wat mee’). Flinterman was aanvankelijk bang dat studenten van bijvoorbeeld verpleegkunde opleidingen niet met deze omgeving over weg zouden kunnen. WISE blijkt echter goed aan te sluiten bij het sociale karakter van deze opleidingen.
Samenwerken vindt eveneens plaats in communities die gebruikers ook zelf kunnen starten en waarvoor internen en externen kunnen worden uitgenodigd. Deze communities kunnen openbaar zijn of privé.
De wijze waarop deze hogeschool WISE gebruikt heeft overlap met de manier waarop ‘mijn’ Open Universiteit OpenU inzet. Al zie ik ook duidelijke verschillen (met OpenU richten we ons o.a. op andere doelgroepen).
Positieve ervaringen
De ervaringen zijn tot dusver positief. Er worden bijvoorbeeld geen scheldwoorden gebruikt als bijvoorbeeld iets misgaat. Wel blijkt, dankzij het ene loket, dat WISE ook de schuld geeft als roosterprogramma Untis uit de lucht is. Ook blijken aanpassingen in de omgeving eenvoudig doorgevoerd te kunnen worden omdat gebruik wordt gemaakt van standaard technologie.
Nota bene: Sharepoint 2010, Newsgator 2.0 en Sharepoint LMS 2010 vormen de basis van WISE. De hogeschool heeft uitsluitend aanvullende code geprogrammeerd.
De invloed van de leeromgeving op creativiteit, speelsheid en samenwerking (#in)
Je kunt vaak veel leren door over de schutting van je eigen organisatie en sector te kijken. En dat is exact wat de bijdrage What Schools Can Learn From Google, IDEO, and Pixar doet. De auteurs kijken hierin naar de werkomgevingen van innovatieve bedrijven als Google, IDEO en Pixar. Deze omgevingen zijn gericht op het bevorderen van creativiteit, speelsheid en samenwerking.
De auteurs laten zien hoe zeer de inrichting van de omgeving waarin mensen werken, van invloed is op deze drie aspecten. Voor een leeromgeving zou hetzelfde gelden:
What if the process of education were as intentionally crafted as the products of education (…). What if teachers were treated as designers?
De bijdrage bevat ook voorbeelden van scholen, die ingericht zijn om leren op een vernieuwende manier vorm te geven. Sleutelwoorden daarbij zijn: een mix van disciplines, een combinatie van werken en spelen, afwisseling tussen analoog en digitaal, spontane ontmoetingen, en de vrijheid voor medewerkers/lerenden om zelf invulling te geven aan de eigen omgeving.
Learning commons als faciliteit of concept voor meer informeel leren (#in)
Is het een bibliotheek? Is het een mediatheek? Is het een computerlab? Nee, learning commons wordt in deze editie van 7 Things You Should Know About beschreven als een
full-service learning, research, and project space. As a place where students can meet, talk, study, and use “borrowed” equipment, the learning commons brings together the functions of libraries, labs, lounges, and seminar areas in a single community gathering place.
Deze met technologie uitgeruste gemeenschappelijke leeromgevingen -waar lerenden ook een beroep kunnen doen op begeleiders- zijn m.i. bij uitstek geschikt om meer 'informaliteit' in het onderwijs in te brengen. Volgens de samensteller van dit paper is het overigens niet de technologie die de doorslaggevende succesfactor is, maar de ondersteuning van connecties. Steeds vaker zullen lerenden technologie immers zelf mee nemen (dure schermen of apparaten als de Surface uitgezonderd).
Technologie kan deze ontwikkeling een behoorlijke stimulans geven:
Technological challenges on the horizon include increased mobile use, augmented-reality learning scenarios, and more touch- and gesture-based computing. These innovations mean that the commons as a physical space will be obliged to integrate even more of the virtual world into the faceto- face environment it now successfully provides.
De voorbeelden in dit paper hebben vooral betrekking op learning commons binnen bestaande onderwijsinstellingen. Maar je kunt learning commons ook als centraal stellen binnen je leerconcept, zoals Guido Crolla in feite doet.
Screendumps van ELO’s gezocht (#in)
Ik heb jullie hulp nodig. Tijdens de komende Onderwijsdagen verzorg ik een zogenaamde featured sessie met als titel: vormt motivatie de sleutel tot leren in 2011?. De omschrijving luidt:
De aandacht voor nieuwe technologieën binnen publicaties staat in schril contrast tot het gebruik ervan in het onderwijs. Verschillende internettoepassingen hebben vaak een grotere impact op het leven van docenten en lerenden, dan op onderwijs en leren (de zogenaamde 'daily divide'). In deze sessie verkennen we de rol van motivatie bij het vormgeven van 'leren 2.0': hoe motiveer je docenten om nieuwe manieren van leren te ontwikkelen, en hoe kun je nieuwe technologie gebruiken om lerenden te motiveren om te leren?
Ik zoek hiervoor screendumps van enkele geslaagde en minder geslaagde voorbeelden van het gebruik van een elektronische leeromgeving. Zouden jullie mij enkele screendumps kunnen mailen? Geef daarbij svp kort aan waarom je deze geslaagd vindt, of niet. Ik vermeld je naam op deze blog en op een slide. Je kunt de screendumps mailen naar wilfred[at]wilfredrubens.com.
Factoren van invloed op de leeromgeving van de toekomst
Tom Warger en Gregory Dobbin hebben in opdracht van de Educause Learning Initiative een paper geschreven met als titel "Learning Environments: Where Space, Technology, and Culture Converge". In dit paper blikken de auteurs vooruit naar de leeromgeving van de toekomst. Met dit paper willen zij diverse betrokkenen laten nadenken over het concept 'leeromgeving'.
Een aantal ontwikkelingen is van invloed op de omgeving waarin mensen leren. In de eerste plaats natuurlijk technologie. Dankzij mobiele en draadloze technologie (en de beschikbaarheid over massa's online informatie) kun je in feite overal informatie zoeken, verwerken en er over communiceren. Een tweede ontwikkeling betreft de veranderende pedagogisch-didactische inzichten. En op de derde plaats zijn er andere factoren die volgens de auteurs leren beïnvloeden:
Those factors include space, of course, but a broader look at the conditions and circumstances of learning reveals that learning is equally influenced by people, by technology and the resources it affords access to, and by the cultural backdrop against which learning takes place.
In dit paper werken de auteurs dit verder uit.
De term 'leeromgeving' moet volgens Warger en Dobbin breed worden opgevat:
The term learning environment encompasses learning resources and technology, means of teaching, modes of learning, and connections to societal and global contexts. The term also includes human behavioral and cultural dimensions, including the vital role of emotion in learning, and it requires us to examine and sometimes rethink the roles of teachers and students because the ways in which they make use of spaces and bring wider societal influences into play animates the educational enterprise.
De auteurs geven bijvoorbeeld aan dat leeromgevingen er in het verleden vooral op gericht waren om afleiding te voorkomen, om los te komen van het leven van alle dag (de metafoor van de Ivoren Toren). Dankzij ICT kun permanent in verbinding staan met "het leven van alle dag". Bovendien wordt niet uitsluitend meer binnen gebouwen of campussen geleerd ("unbounded learning"). Het onderwijs worstelt daar mee, stellen Warger en Dobbin. Dankzij nieuwe technlogieën kun je volgens de auteurs ook op andere manieren leren (hoef je nog wel eerst noten te leren, voor je leert piano te spelen). Bovendien stelt de samenleving van de 21ste eeuw ook andere eisen aan lerenden, die leiden tot nieuwe manieren van leren.
Zij vinden ook dat je ook oog hebben voor de manieren waarop ICT leren daadwerkelijk kan belemmeren. Het risico van afleiding is bijvoorbeeld heel reëel. Ook wordt ICT al te vaak als doel op zich beschouwd.
In een aparte paragraaf gaan Warger en Dobbin in op de veranderende positie van docenten en lerenden in het onderwijs. In een onderwijsmodel waarin kenniscreatie vaker plaatsvindt dan de transmissie van informatie is hun verhouding bijvoorbeeld minder hierarchisch geworden, stellen zij.
De auteurs proberen ook grip te krijgen op de leercultuur. Het begrip bakenen zij niet echt af, maar in feite doelen zij hierbij op de wijze waarop men gewend is te leren. Zij constateren dat lerenden steeds vaker geworteld zijn in diverse leerculturen. Verschillen tussen deze culturen zouden dan met extra ondersteuning hanteerbaar gemaakt moeten worden. Warger en Dobbin schrijven hierover ook onder meer:
Any learning environment will reflect a set of cultural values about teaching and learning, and understanding these values and the degree to which the design of learning environments will influence the attitudes of students and faculty is a vital part of the broad discussion about learning environments. But the next step is for learning environments to facilitate the development of a culture that breaks learning out of isolated courses or topics and expands it to include all areas of inquiry.
Voordat de auteurs vooruit blikken, staan zij ook stil bij de wijze waarop reflectie en beoordeling plaats vindt. De manier van beoordelen zou volgens hen niet alleen een kwantitatief element moeten hebben, maar ook kwalitatief van aard zijn (dus niet alleen kale cijfers).
In de laatste paragraaf proberen zij aan te geven welke stappen je moet zetten om de leeromgeving van de toekomst vorm te geven, als je rekening houdt met deze veranderende factoren. Zij spreken daarbij van een "ecologie van leren" aangezien de verschillende factoren zich op een bepaalde manier tot elkaar verhouden. Zij raden onder meer aan het grote geheel (big picture) niet uit het oog te verliezen, alles ter discussie te durven stellen en naar alle ideeën te luisteren.
Warger en Dobbin laten in vogelvlucht een aantal relevante factoren de revue passeren die van invloed zijn op de leeromgeving van de toekomst. Dat is positief. Ik ben er minder over te spreken dat zij daarbij blijven hangen op een behoorlijk abstract niveau.
Gina Trapani van Lifehacker.com denkt dat Google Wave de potentie heeft om e-mail te moderniseren. Trapani schrijft dat email zich eigenlijk nooit ontwikkeld heeft. Het is in al die jaren in feite de vervanger van de gewone post gebleven. En daarmee schiet email te kort. Mensen willen namelijk ook online verdiepende conversaties voeren met groepen mensen. De auteur laat zien dat email daar niet voor geschikt is.
Google Wave kan volgens Trapani -op termijn- een alternatief vormen voor email. Google Wave behandelt conversaties namelijk als levende documenten. Om dit te illustreren heeft Trapani deze film ge-embed.
Een heldere illustrate van hoe Google Wave werkt. Opvallend genoeg gemaakt door iemand die zelf nog geen uitnodiging heeft ontvangen voor Google Wave.
Terug naar Trapani. Ondanks dat Gina Trapani veel potentie ziet in deze nieuwe Google applicatie, vindt zij Google Wave wel erg complex. Dat heeft voor een deel te maken, schrijft zij, met het nieuwe paradigma dat ten grondslag ligt aan Google Wave. Email was voor de meeste mensen gemakkelijk te bevatten omdat een bestaand proces werd vervangen en verbeterd.
Google Wave fundamentally conflates messaging and document-editing, so there's no obvious existing parallel for what you do in Wave to what you do now. It's not quite email, and it's not quite writing a Word document. Google Wave is both and neither, and that feels totally foreign, and makes Wave difficult to explain.
Een interessant vraagstuk. Zo te lezen valt Google Wave dus niet binnen de 'zone van naaste ontwikkeling' van de meeste internetgebruikers. Het is inderdaad de vraag wat voor gevolgen dit heeft voor de acceptatie van deze technologie.
Ik merk bij mijzelf ook dat een applicatie erg intuïtief moet zijn. Ik moet me niet hoeven door te worstelen door handleidingen. En ik wil al helemaal niet naar een cursus om Google Wave te kunnen gebruiken.
Volgens mij is dat ook de reden waarom computergebruikers maar zo'n klein deel van de functionaliteiten van hun PC of laptop gebruiken. Waarom ligt mijn netbook werkloos tegen over me? Onder andere omdat ik geen zin heb me te verdiepen in de manier waarop je onder Linux software kunt updaten en toevoegen.
Ik ben dus ook erg benieuwd naar de ontwikkeling van Google Wave. Email heeft wat mij betreft in de huidige vorm zijn langste tijd gehad (te veel 'push', te weinig gericht op effectieve groepscommunicatie). En ik deel de mening van auteurs die schrijven dat de huidige 'social media' (zoals Twitter en Facebook) geen volwaardig alternatief zijn.
Trouwens: Lifehacking.com heeft de afgelopen tijd geïnventariseerd waarvoor mensen Google Wave zouden willen gebruiken. Vooral mensen uit het onderwijs hebben hierop gereageerd.
Dozens of teachers, students, and academics of all stripes wrote in saying that they need better and faster ways to communicate and collaborate in and out of the classroom.
Je zou zeggen dat deze doelgroep voor deze doeleinden de beschikking heeft over een elektronische leeromgeving….
Passen centralistische ELO’s bij een ‘decentrale’ samenleving?
Martin Weller heeft artikel geschreven waarin hij stelt dat je elektronische leeromgevingen (ELO) kunt beschouwen als metafoor waarmee de uitdagingen en kanssen van de informatiesamenleving verkend kunnen worden. Traditionele ELO's representeren volgens Weller vooral het traditionele klaslokaal. Volgens hem gebeurt dat wel vaker met nieuwe technologieën: zij worden vaak op een ouderwetse manier toegepast. Nieuwe technologieën bewerkstelligen veelal een evolutie en geen revolutie ten aanzien van de processen waar zij betrekking op hebben.
Technologie -stelt Weller- kan daarentegen specifiek leeraanbod bereikbaar maken, waarvoor zonder e-learning geen markt zou zijn. Ook kan het onderwijs meer gepersonaliseerd worden met behulp van ICT. Dankzij ICT kun je ook veel sneller inspelen op veranderende eisen, en je kunt op een betere manier vormen van informeel leren integreren.
Eigentijds onderwijs vraagt om andere, minder centralistische, leeromgevingen, vindt hij. We leven immers in een tijd waarin andere eisen worden gesteld aan mensen, en waarin technologie ook andere manieren van kennisontwikkeling kan ondersteunen. Er is anno 2009 sprake van decentralisatie van tal van processen binnen onze samenleving. En dat zou ook gevolgen moeten hebben voor leren.
De adoptie van gedecentraliseerde modellen door het onderwijs verloopt echter niet heel soepel. Dat komt volgends Weller omdat bijna alle aspecten van het onderwijs zijn gebaseerd op centralisering (zoals de autoriteit van een docent en het filteren van informatie).
Tegenover de centralistische leeromgeving zet Weller het volgende concept:
The concept is that learners have a central profile where they list their learning goals, contacts, resources, and tools. The system uses an open API (Application Program Interface), so any third party application can write to it. In essence this allows any application to become a learning tool.
Op die manier onstaat een persoonlijke leeromgeving, die bij uitstek gedecentraliseerd is.
Een goed opgebouwd artikel. Wat mij wel opvalt, is dat Weller eenzijdig sleutelt aan technologie en didactiek. Maar hij besteedt weinig aandacht aan de leerinhouden, leerdoelen en manieren van beoordelen. Als deze nog sterk gecentraliseerd zijn, zal een decentrale leeromgeving en didactiek vooral tot spanningen leiden. Hoe complex ook, je zult het wat mij betreft integraal moeten aanpakken.
Daarnaast merk ik dat docenten en lerenden sterk moeten wennen aan een decentrale leeromgeving. Om een voorbeeld te geven: veel eindgebruikers (ongeacht leeftijd) kunnen slecht tegen veel keuzemogelijkheden bij de configuratie van een leeromgeving.
Tenslotte zie je ook dat elektronische leeromgevingen zich ontwikkelen, en niet altijd sterk gecentraliseerd (meer) zijn.