mrt 022013
 

De markt van talentmanagement systemen groeit sneller dan verwacht. Dat blijkt uit een analyse van Josh Bersin. De ontwikkeling van deze systemen illustreert ook dat de ‘leerfunctie’ binnen bedrijven aan het veranderen is.

Continue reading »

dec 072011
 

We hebben het bij e-learning dikwijls over serious gaming, simulaties en augmented reality. In feite hebben deze toepassingen één ding met elkaar gemeen: ze proberen de lerende in de virtuele leeromgeving op te zuigen. Leren moet 'beleven' zijn (denk aan Marcel de Leeuwe's blog Leerbeleving). Leren moet meeslepend zijn.

Daarom spreken CELSTEC-collega's, die zich bezig houden met o.a. serious gaming, ook over 'immersive learning'. In mijn ogen is dat een mooi koepelbegrip die de trend aangeeft dat wij dankzij steeds geavanceerde technologieën, steeds krachtigere en interactievere leersituaties kunnen helpen vormgeven.

Volgens Erica en Sam Driver bepalen vijf factoren de mate van meeslependheid van een leeromgeving of leerervaring: visueel, tastbaarheid, auditief, interactief en gericht op samenwerking.

In deze al wat oudere blogpost geven zij een overzicht van kenmerken van meer en minder 'immersive' leeromgevingen. 

 

nov 272011
 

Learning analytics zijn binnen technology enhanced learning een heuse trend. Dat deze ontwikkeling deel uit maakt van een groter geheel laat het Harvard Business Review-webinar Competing on Talent Analytics zien.

Talent Analytics makes use of data about your employees to find new insights that links people decisions to organizational performance.

Nieuwe technologieën maken geavanceerdere (en vaak ongebruikelijke) analysemethodes mogelijk. Bijvoorbeeld: een casino meet de 'glimlachfrequentie' van klanten en traint medewerkers om ervoor te zorgen dat klanten vaker glimlachen (als klanten meer plezier hebben, besteden zij meer geld).

Talent Analytics kent risico's en roept vragen op. Maar volgens mij heeft deze aanpak ook mogelijkheden voor het evalueren van vormen van informeel en nonformeel leren.

okt 072011
 

Moderne kenniswerkers scheiden leren en werken niet langer. Deze les trek ik uit de blogpost The Future of Work Is Learning van Luis Suarez. In deze blogpost laat hij o.a. een ondernemer aan het woord die illustreert dat je in de huidige postindustriële netwerksamenleving geen harde grenzen kunt trekken tussen werk en vrije tijd, en dat je in feite ook permanent leert terwijl je werkt. Dit wordt onder meer mogelijk gemaakt doordat je dankzij moderne technologie permanent in verbinding kunt staan met je netwerk.

Suarez zelf benoemt in deze blogpost enkele kernbegrippen voor de toekomst van werk, die volgens mij ook van toepassing zijn op de toekomst van leren:

open, transparent, trustworthy, networked, meaningful

Impliceert dit dat je bijvoorbeeld niet meer deelneemt aan een studiedag of cursus? Nee. Maar deze leeractiviteiten zijn niet los te zien van je werk. Het betekent ook dat we bijvoorbeeld in CAO's geen aparte afspraken meer maken over hoeveel werktijd wij gaan besteden aan 'scholing'. Binnen het onderwijs is dit nog steeds praktijk (ik pleit al langer voor integratie van onderwijsontwikkeling en professionalisering).

Je maakt wat mij betreft überhaupt zelfs geen afspraken meer over hoeveel tijd je besteed aan werk (tijdschrijven doe je alleen voor jezelf), en over waar en wanneer je werkt. Afspraken hebben te maken met te behalen resultaten, beloningen en faciliteiten die jou als kenniswerker ter beschikking staan om te werken en leren. Die faciliteiten hebben op hun beurt te maken met technologie, ruimtes om in te kunnen leren, individuele en teambudgetten en autonomie om zelf invulling te geven aan je werkzaamheden. Bij het zelf geven van invulling aan je werk hoort dan ook: het inbouwen van reflectiemomenten.

Natuurlijk: je realiseert dit niet 1-2-3. Werk anders organiseren is een leerproces voor de organisatie en de werknemers. Maar het zou wel het perspectief moeten zijn.

jul 192011
 

De Educause Learning Initiative heeft een "7 things you should know about"-editie over persoonlijke digitale magazines uitgebracht. Dankzij de opkomst van de iPad beschikken wij nu over applicaties waarmee je fraai vormgegeven digitale tijdschriften kunt samenstellen op basis van sociale media die jij gebruikt. Daarmee kan de eindgebruiker, en niet de uitgever,  bepalen wat h/zij belangrijk vindt. Dergelijke applicaties stellen gebruikers ook in staat online informatie te filteren (met apps als Scoop.it kun jij dat vóór anderen doen).

Deze applicaties (zoals Flipboard en Zite) zijn voorbeelden van een belangrijke internettrend: personalisering van het web. De kracht van de menigte krijgt een persoonlijke 'touch', wat bevorderend werkt voor de betrokkenheid en motivatie.

Personalized digital magazines may represent a shift from mass-market publications created for a broad reading audience toward content selected for, designed for, and delivered to the individual reader. (…)

More significantly, these products change who has control of content.

Volgens de auteurs van deze editie krijg je wel nog te maken met vraagstukken rond copyrights en financiering. Zelf denk ik dat je er vooral ook voor moet waken dat je wel een brede blik op ontwikkelingen houdt (cureer niet op wat jou bij voorbaat aanspreek)t.