Is de elektronische leeromgeving te vergelijken met V&D?

Het faillissement van V&D heeft diverse oorzaken. Onvoldoende beleving en onvoldoende focus op de doelgroep zijn daar twee van. De afgelopen week kreeg ik de vraag gesteld of elektronische leeromgevingen niet te vergelijken zijn met het failliet gegane warenhuis. In deze blogpost probeer ik een antwoord te geven op deze vraag.

Warenhuis

Foto: Skitterphoto

De afgelopen week heb ik een sessie verzorgd over het bekijken van leertechnologie door een didactische bril. Ik gaf daarbij aan dat elektronische leeromgevingen vaak heel veel functionaliteiten bevatten die niet echt ‘geweldig’ zijn. Er komen steeds meer applicaties beschikbaar die één functie -zoals feedback geven of het proces van summatief beoordelen- heel goed faciliteren. Verder heeft menig ELO de afgelopen jaren onvoldoende geïnvesteerd in user interaction design, waardoor de uitstraling vaak niet meer van deze tijd is.

Vervolgens kreeg ik de vraag of ELO’s dan te vergelijken zijn met de winkels van V&D. Deze opmerking heeft me aan het denken gezet.

Ik heb vanochtend een artikel van hoogleraar Cor Molenaar uit mei 2015 gelezen waarin hij beschrijft wat er mis was met V&D (zoals onvoldoende investeringen, geen gebruik van internet en technologie, geen focus op de doelgroep maar op het assortiment dat ook nog eens in het lastige middensegment zit, geen beleving, te hoge kostenstructuur, geen visie). Hij formuleert in dit artikel ook de lessen van succesvol retailing.

In hoeverre zijn die lessen relevant voor ELO’s?

  1. Sfeer in de winkel, stimuleer het geluksgevoel van bezoekers
    Bij ELO’s heeft dit m.i. te maken met het user interaction design, met de ‘look and feel’. Die is vaak, zacht gezegd, voor verbetering vatbaar.
  2. Focus sterk op je doelgroep (duidelijk omschreven).
    ELO’s hebben te maken met een zeer diverse doelgroep. Dan heb ik het niet alleen over docenten, lerenden, managers en beheerders. Binnen deze segmenten hebben docenten bijvoorbeeld ook heel veel, specifieke, wensen. Die wensen hebben vaak te maken met opvattingen over onderwijs en opleiden. De ene docent wil vooral instrueren, terwijl de andere docent lerenden samen wil laten leren. Als je als ELO ontwikkelaar elke manier van leren wilt ondersteunen, dan leidt dit tot een complexe en diffuse applicatie. Ik ben daarom groot voorstander van een basissysteem, bijvoorbeeld een portaal, waar je andere, specifieke, applicaties in integreert. Bij voorkeur beleven gebruikers deze oplossing als één systeem.
  3. Wees relevant voor je klanten.
    Je moet dus vooral in staat zijn docenten en lerenden te helpen bij hun kernactiviteiten. En liefst op een zo efficiënt mogelijke manier. Slagen ELO’s daar voldoende in?
  4. Zorg ervoor dat de economische basis gezond is.
    Dit geldt uiteraard ook voor ELO’s. Je moet ruimte hebben om te blijven investeren. Hebben ELO’s dat voldoende? Mogen zij van hun financiers substantieel investeren in de doorontwikkeling?
  5. Betrek personeel en technologie in het helpen kopen van klanten en vervul een sterke lokale functie.
    Hier zie ik de relevantie niet van voor ELO’s.
  6. Wees loyaal aan je klanten maar ook aan je personeel.
    Ik heb geen zicht op hoe ELO-leveranciers met hun personeel omgaan. Deze les is verder in elk geval zeer relevant voor ELO’s. Volgens mij gaan ELO-leveranciers wisselend met hun klanten om. Zonder namen te noemen: ik heb positieve en negatieve ervaringen opgedaan met ELO-leveranciers.
  7. Bied extra services, voor, tijdens en na de koop.
    Dit punt lijkt me ook zeer relevant voor ELO-leveranciers of voor organisaties die ondersteunen bij de implementatie van een ELO. Volgens mij zijn hier ook wisselende ervaringen mee. Ik spreek ook uit eigen ervaring.
  8. Ieder “touch point” moet betrokkenheid en service uitstralen.
    Loop eens over een beurs tijdens een e-learning conferentie. Hoe vaak zie je een vertegenwoordiger bezig met laptop en smartphone zonder dat hij bezig is met een potentiële klant of belangstellende?

De meeste lessen voor “new retailling” kun je m.i. dus ook betrekken op ELO’s en ELO-leveranciers. Er is echter ook een groot verschil. Je wisselt de V&D makkelijker in voor de Bijenkorf of Bol.com dan dat je overstapt naar een andere ELO. Maar ook dit laatste komt voor.

This content is published under the Attribution 3.0 Unported license.

Tags: ,
Top

%d bloggers liken dit: