Waardering massale karakter van een MOOC beïnvloed door opvattingen over leren?

Lerenden die leren via een MOOC hebben vaak moeite met het massale karakter. Dit kon wel eens te maken hebben met hun opvattingen over leren. Maar wellicht is er ook meer aan de hand.

Information overload

Foto: SparkCBC

Jeremy Knox staat in de bijdrage ‘Digital culture clash: “massive” education in the E-learning and Digital Cultures MOOC’ stil bij de waarde van de omvang van massive open online courses. Daarbij gaat het hem niet zo zeer om de schaal in relatie tot toegankelijkheid, productiviteit en efficiëncy van het hoger onderwijs. Hj benadert MOOCs vanuit het perspectief van de mogelijkheid voor individuen om met behulp van centrale en dezelfde instructies zelfgestuurd (dus onafhankelijk van docenten en organisaties) kennis te kunnen ontwikkelen. Volgens hem wordt er in de literatuur vervolgens weinig aandacht besteed aan wat er gebeurt als duizenden lerenden bij elkaar komen en een specifiek arrangement van educatief materiaal bestuderen.

Knox reflecteert op dit vraagstuk vanuit de casus van de vijf weken durende MOOC E-learning and Digital Cultures, waarvan hij docent was. Deze MOOC is binnen Coursera verzorgd, maar had ook een specifiek onderwijsontwerp. Er hadden zich zo’n 43 duizend belangstellenden ingeschreven waarvan 51% daadwerkelijk heeft geparticipeerd. Drie ontwerpprincipes leiden tot massale participatie:

  • Discussie en interactie waren de belangrijkste activiteiten van lerenden.
  • De cursusinhoud bestond mede uit leerinhouden die door deelnemers waren gemaakt.
  • Er was geen sprake van groepsvorming.

De leerinhouden waren vooral gericht op het bevorderen van open discussies. Knox laat zien dat 2.615 deelnemers in totaal 8.718 bijdragen en 5.146 commentaren hebben geplaatst. Daarnaast hebben 300 deelnemers 1.340 bijdragen op eigen weblogs geplaatst. Facebook, Google + en met name Twitter zijn ook intensief gebruikt (18.745 tweets).

Knox stelt dat deelnemers het massale karakter van de MOOC dikwijls als negatief hebben betiteld. Deelnemers voelden zich vaak overdonderd en gedesoriënteerd. Men had het gevoel het overzicht uit het oog te verliezen. Door deelnemers gemaakte content werd vaak bestempeld als te veel en overbodig. Deelnemers beschouwden de grote hoeveelheid aan bijdragen als ruis, die hen belemmerden bij het leren.

Veel deelnemers verwachtten dat zij alle content moesten bestuderen om een authentieke leerervaring te hebben. Bovendien waardeerde een bepaalde groep alleen bijdragen die door de organisatie cq docenten werden verstrekt. Daar tegenover stonden lerenden die juist niet meer centrale sturing wensten, en die benadrukten dat kennisontwikkeling juist via interacties binnen gemeenschappen en netwerkvorming plaats vindt.

Knox werpt daarom de vraag op

whether such a bifurcation is a matter of student expectation or the influence of educational theory and teacher conviction.

Met andere woorden: opvattingen over leren (en leervoorkeuren) kunnen de waardering van het massale karakter beïnvloeden. De auteur suggereert ook dat je op basis van dezelfde content meer kleinschalige open online cursussen zou kunnen opzetten. Een alternatief zou zijn dat je uitgaat van een pluriform samengestelde menigte van lerenden die eigen leerdoelen nastreven, in plaats van een uniforme massa.

Ik denk eerlijk gezegd dat de mate van waardering ook mede afhankelijk is van de bekwaamheid van lerenden om grote hoeveelheden interacties en bronnen te filteren. Veel mensen participeren mede om deze reden ook niet of maar beperkt in sociale media. Wellicht is ook op het terrein van de MOOCs sprake van ‘filter failure’.

Nota bene: ik heb het artikel van Knox via de digitale bibliotheek van de Open Universiteit gelezen. Normaliter is het vrij verkrijgbaar. Op dit moment (10 juni 2014 rond 17.30 uur) werkt de link even niet.

This content is published under the Attribution 3.0 Unported license.

Tags: , , ,
Top

%d bloggers liken dit: