De leraar als coach bij blended learning? #tollnet16

Vandaag heb ik in Antwerpen een keynote verzorgd tijdens de Toll-net studiedag Blended Learning “Waar passie, lesgeven en ICT elkaar ontmoeten”. Ik heb daarin betoogd dat de docent of trainer bij ‘blended learning’ veel meer is dan een coach, en dat dit veel vergt van een docent.

Onlangs heb ik ter voorbereiding op deze sessie al over dit onderwerp geblogd.

Ik ben begonnen met te inventariseren wat volgens de aanwezigen de belangrijkste werkzaamheden van een leraar bij blended learning zijn. Vervolgens heb ik benadrukt dat de werkzaamheden afhankelijk zijn van een aantal contextuele factoren, zoals:

  • De organisatie waarin je werkt. Als je binnen een organisatie werkt waarin een onderscheid gemaakt wordt tussen curriculumontwikkelaars en docenten of tussen docenten en tutoren, dan zullen de werkzaamheden van deze personen verschillen.
  • De doelgroep waar je mee te maken hebt, in relatie tot de inhoud. Je kunt de doelgroep bij het ontwerpen betrekken. Bij compliancytrainingen is dat minder aan de orde.
  • De leertechnologie die je gebruikt. Beschik je over virtuele klas-technologie? Dan zien de werkzaamheden er anders uit dan bij asynchrone vormen van online leren.

Daarna heb ik vier fasen onderscheiden waarin de werkzaamheden van een docent/trainer bij blended learning kunnen worden onderverdeeld:

  1. Fase 1: voorbereiding. In deze fase werkt een ‘leraar’ dikwijls aan het ontwerp, verdiept h/zij zich in leertechnologieën en ontwikkelt h/zij online content (zoals screencasts of formatieve toetsen). Inhoudsdeskundigheid is hierbij van groot belang. Een belangrijk aandachtspunt is dat het deels online karakter van de leeractiviteiten de kwaliteit van het ontwerp transparant maken. Ook heb je niet altijd gelegenheid om bijvoorbeeld online video’s ‘even’ aan te passen.
  2. Fase 2: start. Een interessant discussiepunt hierbij is of je een docent nodig hebt bij start en uitvoering van het online gedeelte. Terry Anderson stelde ooit dat een gebrek aan student-teacher interaction gecompenseerd kan worden met student-student interaction en student-content interaction. Anderen stellen dat de leraar juist een belangrijke rol heeft in het bevorderen van participatie en motivatie.
  3. Fase 3: uitvoering. De werkzaamheden in deze fase zijn afhankelijk van de leeractiviteiten die je uitvoert en de leertechnologieën die je daarbij inzet. Bij samenwerkend leren moet je bijvoorbeeld aandacht besteden aan de kwaliteit van de opdracht of vraag (authentiek, betekenisvol, uitdagend, niet te complex, samenwerking noodzakelijkmakend. Bij communicatie moet je er voor waken dat jij vooral aan het werk bent. Verder monitor je vooral de voortgang van lerenden.
  4. Fase 4: Afronding en evaluatie. In deze fase beoordeel je vooral, en evalueer je het leertraject.

We hebben daarbij ook een inschatting gemaakt van de tijdsbesteding en deze vergeleken met de inschatting die Diana Laurrilard verleden week tijdens de Online Educa Berlijn presenteerde.

Hieronder vind je mijn slides:

This content is published under the Attribution 3.0 Unported license.

Posted in Organisatorische aspecten e-learning
Tags: , , ,

Notificaties via mail?

Via email geattendeerd worden op nieuwe berichten?

Volg

Subscribe via RSS
oktober 2018
M D W D V Z Z
« sep    
1234567
891011121314
15161718192021
22232425262728
293031  

Archief

Categorieën

%d bloggers liken dit: