Hoe scoren blended learning modellen op dimensies van flexibiliteit?

Twee dagen geleden heb ik elf modellen voor blended learning onderscheiden. Daarbij heb ik ook summier aangegeven in welke mate deze modellen ‘scoren’ op flexibiliteit’. In deze bijdrage wil ik hier uitgebreider op ingaan.

Dimensies onderwijs op maat

Bron: SURF (2016). Whitepaper Onderwijs op maat anno 2016

In het whitepaper Onderwijs op Maat anno 2016 (pdf) spreekt Surf over persoonlijk en flexibel onderwijs. Bij persoonlijk onderwijs stellen lerenden hun eigen leerroute samen, op basis van eigen wensen en voorkeuren. Bij flexibel onderwijs hebben lerenden verschillende vormen van keuzevrijheid. Volgens Surf zijn er in totaal vijf dimensies:

  1. Inhoudelijke keuzevrijheid
    Lerenden zijn in staat binnen een cursus of binnen een opleiding keuzes te maken waardoor de opleiding aansluit bij hun ambities, interesses, talenten en vaardigheden. Daarnaast zijn lerenden in staat keuzes te maken ten aanzien van de instellingen waar zij willen leren.
  2. Passend bij hun achtergrond
    Er wordt rekening gehouden met (voor)kennis, vaardigheden en ervaring van de lerenden. Dat betekent dat een deeltijdstudent, die over werkervaring beschikt op het betreffende onderwerp, andere leerinhouden bestudeert dan een voltijdstudent zonder kennis en ervaring. Feedback wordt ook aangepast aan de ervaring van lerenden.
  3. Eigen tijd, plaats en tempo
    Deze vormen van flexibilisering behoeven geen toelichting. Ik vind het overigens wel vreend dat Surf deze drie vormen onder één noemer schaart. Een webinar stelt lerenden bijvoorbeeld wel in staat om te leren waar men wilt, maar kent geen flexibiliteit in tijd en tempo.
  4. Op je eigen niveau
    Het is mogelijk om excellente lerenden meer complexe leerinhouden aan te bieden, terwijl andere lerenden binenn de kaders van de eindkwalificaties onderwijs op een lager niveau volgen.
  5. Op je eigen manier
    Volgens Surf kunnen lerenden succesvoller zijn als zij kunnen leren op een manier die het beste bij hen past. Eerlijk gezegd vraag ik me af waarop men dit baseert. Het riekt naar de ‘leerstijl-mythe’. Wel is het zo dat lerenden verschillende voorkeuren hebben ten aanzien van leeractiviteiten. Als ontwerper en ontwikkelaar moet je echter vooral oog hebben voor effectieve leeractiviteiten. Bovendien moet het ook organiseerbaar zijn. Het is te arbeidsintensief om dezelfde leerinhouden op verschillende manieren ‘behandelen’.

Over het algemeen geldt: hoe meer ICT gebruikt wordt, des te groter de flexibiliteit. En hoe meer asynchroon geleerd wordt, des te flexibeler het onderwijs wordt. Dit wil overigens niet zeggen dat je altijd moet streven naar zo veel mogelijk flexibiliteit. Lerenden hebben bijvoorbeeld vaak behoefte aan structuur, terwijl die structuur de flexibiliteit inperkt.

In onderstaande tabel maak ik een inschatting van de mate waarin de elf modellen ‘scoren’ op deze vijf dimensies.

This content is published under the Attribution 3.0 Unported license.

Posted in Theorieën
Tags: , , , , ,

Notificaties via mail?

Via email geattendeerd worden op nieuwe berichten?

Volg

Subscribe via RSS
februari 2019
M D W D V Z Z
« jan    
 123
45678910
11121314151617
18192021222324
25262728  

Archief

Categorieën

%d bloggers liken dit: