Stappenplan technology enhanced learning ontwikkelen

Bij het ontwerpen en ontwikkelen van technology enhanced learning (blended of volledig online) doorloop je een aantal stappen. In deze bijdrage werk ik deze stappen verder uit.

Stappenplan TEL ontwerpenIn 2015 heb ik geschreven over een stappenplan voor de ontwikkeling van blended learning.  Dit stappenplan heb ik verder uitgewerkt. Het kan ook worden gebruikt voor het ontwerpen en ontwikkelen van volledig online leren.

Je begint op macroniveau en gaat daarna aan de slag op het niveau van het curriculum (meso) en het niveau van de leersituatie (micro). Docenten, opleiders en ontwikkelaars hebben meestal te met de stappen op meso- en microniveau. Leidinggevenden en onderwijskundig leiders (niet persé dezelfde groep) houden zich met het macroniveau bezig.

Macro (organisatie)

a) Context
Binnen deze stap analyseer je de externe invloeden die ertoe leiden dat je aan de slag gaat met blended learning of volledig online leren. We hebben het dan bijvoorbeeld over technologische ontwikkelingen, opvattingen over leren, opleiden en onderwijs, maar bijvoorbeeld ook over de ‘business drivers’ van de organisatie (zoals de noodzaak om de ‘time to market’ van nieuwe producten te verkorten). Tijdens deze stap kijk je ook naar je doelgroep of naar veranderingen op dit gebied (denk aan de toenemende aandacht van een leven lang leren). De context is van belang voor het bepalen van de relevantie van technology enhanced learning. Belanghebbenden worden zich meer bewust van de betekenis van technology enhanced learning voor de eigen organisatie.
Deze stap voer je uit via een documentanalyse, interviews en/of workshops.

b) Huidige situatie
Tijdens deze stap kijk je naar verbeterpunten ten aanzien van je huidige onderwijs of opleidingen. Voor welk probleem is ICT een oplossing? Je analyseert bijvoorbeeld aan de hand van dit beschrijvingskader hoe ICT op dit moment gebruikt wordt binnen je onderwijs.
Deze stap zet je dikwijls in het verlengde van de eerste stap (ook tijdens workshops).

c) Doelen technology enhanced learning
Hierbij doel ik niet op leerdoelen, maar op de doelen die je wilt bereiken met blended learning of online leren. Je kunt onderwijs en opleidingen dankzij leertechnologie op verschillende manieren flexibiliseren. Je kunt de kwaliteit van het onderwijs/opleiden versterken (een meer activerende didactiek, de kwaliteit van de begeleiding verbeteren, de praktijknabijheid vergroten, enzovoorts). De doelen die je nastreeft, zijn van invloed op de keuzes die je maakt (bijvoorbeeld ten aanzien van leertechnologie).
Deze stap zet je meestal ook tijdens een workshop.

d) Model technology enhanced learning
Ik onderscheid elf modellen voor blended learning. Een aantal van de elf modellen kan ook worden toegepast op volledig online leren, waarbij meer dan 80% van de leeractiviteiten online plaatsvindt. Ongetwijfeld zijn er nog varianten te bedenken op deze modellen. Deze modellen geven in elk geval richting bij visieontwikkeling. Tijdens deze stap oriënteer je je ook op voorbeelden van andere organisaties. In veel gevallen gaat het dan niet om volledige modellen, maar wel om succesvolle toepassingen. Organisaties denken immers niet altijd in termen van modellen voor technology enhanced learning.
Binnen deze stap maak je onder meer via een workshop een afweging van de voors- en tegens van de verschillende modellen, in relatie tot de doelen die je wilt bereiken. Je kijkt hierbij niet alleen naar wat belangrijk is om te realiseren, maar ook naar de haalbaarheid van een model. Deze haalbaarheid is mede afhankelijk van de mogelijkheden om te investeren in bepaalde leertechnologieën. De verschillende modellen stellen namelijk allemaal op hoofdlijnen bepaalde eisen aan leertechnologieën. Zo heb je in het ene model wel tools voor virtual classrooms nodig, en in het andere model niet.
Als organisatie kun je kiezen voor meerdere modellen. Dat ook afhankelijk van de opleiding of zelfs leereenheid (vak/module/project/arrangement).

Meso

Vervolgens ga je kijken naar het ontwerp van je curriculum. Het ontwerpen van een nieuw curriculum of het grondig herontwerpen van een curriculum vergen de nodige expertise, tijd en energie. Het aanpassen of bijstellen is eenvoudiger en sneller te doen. Ook dit is een systematisch proces.

Je kunt gebruik maken van verschillende ontwerpmodellen. Een voorbeeld is het model van Dick & Carey. Hun model bestaat uit negen stappen. In veel gevallen -zeker in het geval als je een curriculum op basis van evaluaties beperkt wilt aanpassen- kun je ook volstaan met minder stappen. De Carpe Diem-aanpak van Gilly Salmon is ook erg bruikbaar. Ik heb hier ooit een MOOC over gevolgd. Andere bruikbare benaderingen zijn het spinnenweb van Jan van den Akker en het TPACK-model.

Deze stappen doorloop je tijdens een intensieve ontwerpsessie, samen met een groep collega’s. Daarbij werken docenten/ontwikkelaars ook aan hun deskundigheid, bijvoorbeeld op het gebied van leertechnologieën. In twee dagen tijd kun je al veel bereiken. Zie ook mijn aanbevelingen bij deze aanpak.

e) Leerdoelen/leeruitkomsten
Je start in elk geval altijd bij leerdoelen of leeruitkomsten (beschrijvingen van wat een lerende dient te weten, begrijpen en toe te passen, waarbij het leerproces relatief open is). Hierbij is het ook heel belangrijk dat je kijkt naar de wijze van beoordelen en de beoordelingscriteria. Binnen deze stap kun je ook gebruik maken van de door Anderson en Krathwohl herziene taxonomie van Bloom (pdf), van de meer globale Piramide van Miller of van de SOLO-taxonomie van Biggs en Collis.
Probeer te voorkomen dat lerenden zich alleen bezig houden met ‘onthouden’. Maar realiseer je ook dat lerenden pas kunnen analyseren als zijn feiten begrijpen en onthouden. Een behoeftenanalyse maakt vaak ook deel uit van deze stap.
Nota bene: het is ook mogelijk dat lerenden zelf leerdoelen formuleren.

f) Leerinhouden
Een tweede belangrijke stap op meso-niveau is het identificeren van de leerinhouden: welke kennis, vaardigheden en houdingen moeten lerenden verwerven en ontwikkelen om aan de leerdoelen/leeruitkomsten te werken? Je hebt het dan over onderwerpen/thema’s of vakken. Verder kijk je hierbij naar bronnen en materialen die je kunt gebruiken (boeken, artikelen, video’s, tests, games).

g) Didactische keuzes
Stap drie heeft te maken met de didactiek die je toepast. Welke praktische didactische keuzes maak je ten behoeve van je ontwerp? Laat je daarbij vooral leiden door wat we weten over de effectiviteit van leeractiviteiten. Zelf gebruik ik hierbij regelmatig Merrill’s first principles of instruction. John Hattie’s werk is ook bruikbaar, al moet je verder kijken dan de effectgroottes. Je kijkt dus vooral naar zaken als het activeren van voorkennis, het geven van feedback en activiteiten om de leerinhoud actief te verwerken.
Hierbij is het ook erg belangrijk om na te denken welke leeractiviteiten online op afstand plaatsvinden en welke tijdens bijeenkomsten.
Ook nu kun je lerenden weer keuzemogelijkheden bieden in leeractiviteiten of hen zelf leeractiviteiten laten bedenken.

h) Leertechnologieën
In stap vier op meso-niveau besteed je expliciet aandacht aan het verkennen van leertechnologieën. Een leertechnologie is dan een technologie die speciaal voor leren is ontwikkeld, of die ook voor leren kan worden gebruikt (denk aan een wiki of weblog). Deze stap ontbreekt in veel ontwerpmodellen. Ik vind het echter een heel belangrijke stap. Veel ontwikkelaars/docenten/opleiders hebben beperkte kennis van leertechnologieën of voelen zich overdonderd door de enorme hoeveelheid tools waar je over kunt beschikken.
Waar het om gaat is dat je met een didactische bril kijkt naar leertechnologieën. Dat kan op twee manieren:

  • Welke leertechnologie is geschikt om leeractiviteit X mee te faciliteren of versterken (bijvoorbeeld een zelftest of peer feedback)?
  • Welke leeractiviteiten kan ik nu wel organiseren omdat ik de beschikking heb over leertechnologie X (bijvoorbeeld het geven van mondelinge feedback die vastgelegd kan worden dankzij podcasts)?

Ik heb een overzicht met typen leertechnologieën samengesteld. Dit overzicht kan worden gebruikt om leertechnologieën te verkennen of om gericht te zoeken op leertechnologie of leeractiviteit.

  • Kijk in eerste instantie naar reeds aanwezige leertechnologieën, die bijvoorkeur door de organisatie worden ondersteund. Houd er rekening mee dat waarschijnlijk geen enkele leertechnologie voor 100% voldoet aan jouw wensen. Dat is waarschijnlijk ook niet het geval als je een auto koopt of een vakantie boekt.
  • Wees selectief in het gebruik van leertechnologieën. Je doet er lerenden geen plezier mee als zij zich moeten oriënteren in veel verschillende leertechnologieën.
  • Zie ook mijn aandachtspunten bij het selecteren van leertechnologieën en mijn checklist die je kunt gebruiken bij het maken van keuzes op het gebied van leertechnologieën.

i) Ontwerp maken (synergie)
In de vijfde stap op meso-niveau ontwikkel je op basis van de vier voorgaande stappen een ontwerp. Je maakt dus een overzicht van leerdoelen/leeruitkomsten, bijbehorende leerinhouden, bijbehorende leeractiviteiten en leertechnologieën. Vaak geef je hierbij ook de volgorde aan waarbij je werkt aan de betreffende leeruitkomsten of leerdoelen. Je koppelt werkvormen en leertechnologieën ook aan de niveaus van de door Anderson en Krathwohl herziene taxonomie van Bloom. Dat doe je bijvoorbeeld door gebruik te maken van kaarten waarop je leerinhouden, werkvormen en technologieën hebt beschreven (zie bijvoorbeeld SHUFFLE). Zorg er daarbij voor dat leerinhouden van een concreet niveau zijn. Binnen het TPACK-spel zijn leerinhouden wat mij betreft op een te abstract niveau geformuleerd.
Binnen de Carpe Diem-aanpak maak je een storyboard waarin je bijvoorbeeld via post-its een processchema samenstelt met werkvormen en leeractiviteiten. Je kunt storyboards ook online maken (bijvoorbeeld met Storyboard That of Storyboard Generator). Het is handig om hierbij het perspectief van de student te kiezen.

Ook maak je binnen deze stap expliciet hoe je beoordeelt.

j) Ontwerp uitwerken
Het ontwerp werk je vervolgens concreet uit, bijvoorbeeld in een digitale leeromgeving. In veel gevallen beschik je daarbij over templates die al structuur geven aan het ontwerp. In deze fase ga je ook aan de slag met het ontwikkelen van instructies op basis van vrij verkrijgbare materialen, op basis van eigen gemaakte multimedia (kennisclips, screencasts, animaties, enzovoorts), en materialen van uitgevers. Saxion heeft een goed stappenplan ontwikkeld voor het maken van kennisclips. Zij besteden daarbij onder meer aandacht aan de multimedia-principes van Richard Mayer.
Je maakt in deze fase ook opdrachten (individueel, interactief leren, samenwerkend leren), zelftests en feedback. Daarnaast plan je -indien van toepassing- webinars en andere synchrone online sessies.

k) Uitvoeren, evalueren, aanpassen
Het ontwerp is nu af, en de leereenheid (cursus/module/project/arrangement) is ontwikkeld. Het is ook mogelijk om een leereenheid deels ‘agile’ te ontwerpen en ontwikkelen en op basis van ervaringen aan de doorontwikkeling te werken. Een onderwijs- en examenregeling stelt hier grenzen aan. Vervolgens wordt de leereenheid uitgevoerd, geëvalueerd en aangepast. Voor de evaluatie kun je onder weer weer het beschrijvingskader als reflectie-instrument gebruiken.

l) Reflectie

Tijdens het ontwerpproces kijk je voortdurend naar de consistentie van bepaalde beslissingen. Hoe verhouden praktische didactische keuzes zich tot leeruitkomsten? Past de geselecteerde leertechnologie wel bij de didactische keuzes? Ik heb bijvoorbeeld wel eens meegemaakt dat een opleidingsteam leertechnologie uitsluitend gebruikte voor het overdragen van kennis, terwijl men samenwerkend leren wilde toepassen. Door regelmatig terug te blikken en jezelf vragen te stellen met betrekking tot de consistentie, voorkom je dit.

Je kunt reflecteren om kleine aanpassingen door te voeren (single loop: vervangen, aanpassen en verbeteren van leeractiviteiten, werkvormen en het gebruik van leertechnologieën) of om grondige veranderingen te bewerkstelligen waarbij je bijvoorbeeld ook de leerdoelen, leerinhouden, het didactisch concept en het type leertechnologie ter discussie stelt (double loop: herontwerpen en innoveren). Zie: SAMR. Het beschrijvingskader kan ook tijdens de reflectiefase worden gebruikt .

Micro

Op het niveau van de leersituatie of sessie kun je stap e) tot en met l) ook doorlopen. Dat kost minder tijd en energie. Dit niveau leent zich beter voor agile ontwikkelen dan het meso-niveau.

Inspiratiebronnen (behalve bovenstaande links)

This content is published under the Attribution 3.0 Unported license.

Posted in Didactisch gebruik technologie
Tags: , , ,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Volg

Subscribe via RSS
augustus 2017
m D w d v Z Z
« jul    
 123456
78910111213
14151617181920
21222324252627
28293031  

Archief

Categorieën

%d bloggers liken dit:
Spring naar werkbalk