Waarom doceren relatief weinig verandert

In Common Explanations for Change and Stability in Classroom Practice probeert Lary Cuban verklaringen te vinden voor de vraag waarom de praktijk van het doceren relatief weinig verandert. Cuban signaleert drie verklaringen. Ik denk dat er nog een vierde verklaring is.

Volgens Cuban is in de eerste plaats sprake van een eeuwenoude traditie van doceren. Dit wordt versterkt doordat docenten zelf ook op dezelfde manier les hebben gekregen, en er sprake is van een maatschappelijk geloof over hoe onderwijs effectief en efficiënt verzorgd moet worden (en dat is op de manier zoals we dat gewend zijn). Het onderwijs trekt juist mensen aan die overtuigd zijn van de zinvolheid van de bestaande manier van doceren. Daar komt bij dat de autonomie van docenten om de doceerpraktijk daadwerkelijk te veranderen, wordt belemmerd door een geïndustrialiseerd onderwijssysteem (curricula, wijze van beoordelen en groeperen via een jaarklassensysteem). De beperkte mate van autonomie van de docent ‘in de klas’ wordt echter vooral beperkt door diepgewortelde, traditionele, opvattingen over onderwijs (bij de docent en bij andere belanghebbenden).

Mijn commentaar: lerarenopleidingen spelen dus een belangrijke rol bij onderwijsinnovaties. Daar wordt immers de basis gelegd voor de ‘lespraktijk’. Daarnaast zouden nieuwe docenten op de werkvloer onder meer door leidinggevenden ondersteund moeten worden om andere manieren van doceren in de praktijk te brengen.

Op de tweede plaats is volgens Cuban sprake van actieve en passieve weerstand bij veel docenten tegen veranderingen. Actieve weerstand heeft te maken met overtuigingen van deze docenten dat veranderingen niet zulen leiden tot beter onderwijs. Passieve weerstand heeft te maken met de vrees dat veranderingen leiden tot een (nog) groter belasting. Docenten hebben het gevoel -mede op basis van ervaringen- dat innovaties tijd en energie kosten, en nieuwe bekwaamheden vragen. Hun werkomstandigheden faciliteren veranderingen onvoldoende.

Mijn commentaar: dit heeft wat mij betreft ook te maken met een onvoldoende concreet perspectief op de nieuwe situatie. Wat betekent die verandering nu daadwerkelijk voor het werk van de docent? Bij competentiegericht leren is dat bijvoorbeeld vaak onvoldoende concreet duidelijk gemaakt.

De derde en laatste verklaring heeft te maken met beleidmakers. Zij denken ten onrechte dat structuurveranderingen automatisch zullen leiden tot veranderingen in de onderwijspraktijk, en dat scholen en klassen gecompliceerde maar geen complexe systemen zijn. Ontwerpbenaderingen, directieven en verplichtingen/eisen leiden niet automatisch tot innovaties. Binnen complexe systemen, zoals de onderwijspraktijk, is sprake van veel onderlinge verbanden, onzekerheden en onverwachte gevolgen. Sterker, stelt Cuban:

Re-engineering complex organizations like schools to alter classroom patterns of teaching and learning is doomed to failure.

Mijn commentaar: dit impliceert ook dat onderwijsveranderingen een lange adem nodig hebben. Onderwijsvernieuwers zijn vaak ongeduldig. We moeten innovaties op een andere manier benaderen, waarbij een derde weg nodig is tussen een ontwerp- en ontwikkelbenadering (die vaak onvoldoende beklijft, maar blijft ‘hangen’ op het niveau van pilots).

Wat mij betreft zijn dit zinvolle verklaringen. Ik mis echter nog één belangrijke reden: het gebrek aan urgentie om de onderwijspraktijk te veranderen. “Er loopt geen bloed uit”, sprak gisteren iemand tijdens een bijeenkomst die ik heb bezocht. De samenleving vindt waarschijnlijk nog steeds dat het onderwijs voldoende bekwame burgers opleidt. De verspilling van talent is maatschappelijk gezien schijnbaar te beperkt en het aantal jongeren dat buiten de boot valt (‘collateral damage’ van het onderwijs) is ogenschijnlijk te gering om te innoveren.

This content is published under the Attribution 3.0 Unported license.

Tags: , ,
7 comments on “Waarom doceren relatief weinig verandert
  1. Elbert schreef:

    Denk ook eens aan de financiele kant. Klassikaal-frontaal is vermoedelijk de goedkoopste manier van kennisoverdracht. En de gehele financieringsmethodiek is er op gericht. Het eerste punt verbeteren en het tweede punt veranderen vraagt om een stevige bewijslast.

    • wrubens schreef:

      Ik weet niet of klassikaal-frontaal de goedkoopste manier van onderwijs is. Als e-learning de goedkoopste manier is, zouden we dat dan onmiddellijk en op grote schaal toepassen.

  2. Geert de Vries schreef:

    Ik me inderdaad ook af: “waarom onderwijs veranderen?” en “Wat wil men bereiken met onderwijsinnovatie?”

    Bovenstaande verklaringen zijn vanuit beleidsmakers en onderwijs(des)kundigen geredeneerd. Alsof docenten degenen zijn die niet willen. Draai het om en kijk naar de behoeften van docenten, luister naar hun en bedenk samen met hen oplossingen voor problemen, i.p.v. beleid dat wordt opgelegd zonder legitimiteit van een noodzaak.

    “If it works, don’t fix it”.
    http://www.geertdevries.net/blog/2011/12/27/innovatie/

    • wrubens schreef:

      Jouw reactie illustreert mijn vierde reden. Jij ervaart geen legitimiteit van noodzaak. Gevoel van urgentie, dus. Ik had nog willen schrijven dat betrokkenen vaak geen relatie zien tussen problemen als uitval, en de wijze van onderwijs geven. En dat beleidmakers onvoldoende in staat zijn om die relatie aan te tonen. Daarnaast ervaren docenten volgens mij een gevoel van onvermogen om iets aan die tekortkomingen te doen. Het bestaande onderwijssysteem schiet absoluut tekort als je ziet hoeveel jongeren bijvoorbeeld uitvallen. “It does not work sufficiently, so fix it”.

      • Geert de Vries schreef:

        Ik illusteer inderdaad jouw vierde reden: noodzaak 🙂

        Waaraan ik toevoeg dat het primaat van verandering bij de docenten dient te liggen. Een verzekeraar gaat toch ook niet een oncoloog vertellen hoe die zijn geneeskunst moet veranderen omdat sommige patienten niet beter worden? 😉

        Om te stellen dat ik geen legitimiteit van noodzaak ervaar: je kent mij niet.

        Ik kan niet voor anderen spreken, maar als hbo-docent ervaar ik het uitvalvraagstuk vaak als een probleem dat niet slechts aan het onderwijs ligt maar ook aan andere zaken zoals de wil om inspanning te leveren of niveau wat diegeen aankan. Als docent kan ik er wat aan doen, zoals studeerbaarheid, goede uitleg en feedback. Maar dat neemt niet weg dat er altijd uitval zal zijn en ik ga het niveau van mijn examens niet verlagen. School is niet makkelijk.

        Dat wat niet werkt, en dat wat gefixt dient te worden kunnen vaak verschillende dingen zijn.

      • wrubens schreef:

        Vergelijkingen gaan niet altijd op. Ik vraag me af of het primaat van verandering bij docenten moet liggen. Docenten moeten wel veel autonomie hebben om handen en voeten te geven aan veranderingen. Als relatief veel patiënten niet beter worden, dan zullen patiënten en de inspectie voor de gezondheidszorg aan de bel trekken. Schooluitval is een complex probleem, dat deels voortvloeit uit het onderwijssysteem. Maar in de onderwijspraktijk is ook vaak veel te verbeteren, bijvoorbeeld door op een andere manier te begeleiden (en intensiever te begeleiden).
        Ik ken jou inderdaad niet. Ik had moeten formuleren: jouw reactie geeft mij de indruk dat jij geen legitimiteit van de noodzaak van veranderen ervaart. Klopt dat?

  3. wytze niezen schreef:

    We moeten innovaties op een andere manier benaderen, waarbij een derde weg nodig is tussen een ontwerp- en ontwikkelbenadering (die vaak onvoldoende beklijft, maar blijft ‘hangen’ op het niveau van pilots).

    Ik zit precies in deze situatie met implementatie en vooral borging van draadloze didactiek (ipads, smartphones, enz) in het onderwijs op mijn school. We staab allemaal achter Ipads en nieuwe ict middelen en hebben 4 maanden kunnen experimenteren. Nu is het tijd voor de volgende stap, na de pilot/ gadgetfase. Hoe stel jij je deze ‘derde weg’ voor? Wanneer je hier met leerkrachten over in gesprek gaat kom je tot de kern van het onderwijs en heb je het niet over innoveren, maar over een cultuurverandering. Dat is een veel complexere uitdaging waar je tegen bovengenoemde punten aanloopt. Hoe zorg je ervoor dat je kunt innoveren zonder tegen de welbekende muren aan te lopen?
    Ik ben benieuwd!
    groet,
    Wytze

Top

%d bloggers liken dit: