Authentiek leren met behulp van ICT: de klas uit

Vanmiddag verzorgde Pedro de Bruyckere een livesessie binnen de OpenU Kennisnet masterclass over authentiek leren met behulp van ICT. Eén van de conclusies was dat we ons meer moeten richten op authentieke opdrachten dan op authentieke leeromgevingen.

Pedro stond stil bij authenticiteit, bij authenticiteit in het onderwijs en uiteraard bij de wijze waarop je ICT kunt gebruiken om authentiek leren te faciliteren. Hij bleek een boeiend verteller, die zijn opvattingen met verschillende anekdotes illustreerde.

Volgens Pedro is het begrip ‘authenticiteit’ complex van aard. Hij liet bijvoorbeeld twee afbeeldingen van de Mona Lisa zien die beiden door Da Vinci geschilderd zijn, maar twintig jaar van elkaar verschillen. Welke is de echte? Wat maakt een kunstvoorwerp authentiek? Rubens (geen familie van) zette bijvoorbeeld zijn naam onder schilderijen die door zijn leerlingen waren geschilderd.

Wat is echt? Een uitgangspunt is datgene wat de goegemeente als echt beschouwt. Volgens Pedro is authenticiteit een “essentially contested concept“: een begrip waarover eindeloos wordt gediscussieerd. De vraag is zelfs of je het begrip moet definiëren. Moet je liefde definiëren?

Volgens Pedro zijn er binnen het onderwijs drie stromingen op het gebied van authenticteit:

  1. Rousseau: naturalistische stroming. Emile is puur. De wereld die hem vormt, de leerkracht die stuurt, corrumpeert. Authenticiteit is dat je zorgt dat de leerling puur blijft. Sugata Mitra en Ken Robinson sluiten daar volgens Pedro ook nauw op aan. Authenticiteit van personen is dus belangrijk. Maar als een leerkracht authentiek moet zijn, mag het dan ook een authentieke hork zijn?
  2. John Dewey: waar bereidt onderwijs voor? Op de echte wereld. We moeten dus de echte wereld de klas binnen halen. Hoe kunnen we authenticiteit in de klas gaan creëren? Dewey vindt dat lesgeven het structureren van de werkelijkheid in de klas is.
  3. Rogers: de persoon van de mentor. Authenticiteit is daar een belangrijk element van. Daar is Pedro niet verder op ingegaan.

Authenticiteit heeft volgens hem dus vele voorvaders, maar perceptie van authenticiteit is belangrijker. Binnen het beroepsonderwijs wordt dikwijls gesproken over authenticiteit in relatie tot relevantie. Ook stelde hij naar aanleiding van een vraag dat een leerkracht die zich niet laat belemmeren door kerndoelen, vaak authentiek is.

Authenticiteit en onderwijs

Als het gaat om onderwijs en authenticiteit, wordt vaker gesproken op authentieke leeromgevingen, leermaterialen, opdrachten, leerkrachten, en leerlingen. Pedro focuste in de rest van zijn bijdrage op authentieke leeromgevingen en authentieke opdrachten.

Bij authentieke leeromgevingen streef je er naar dat de leeromgeving lijkt op de echte wereld. Dus dat een elektronische leeromgeving bij economie-onderwijs is opgebouwd als een winkel. Bij authentieke opdrachten let je minder op de aankleding, maar op opdrachten die zijn gericht op datgene wat je later ‘in de echte wereld’ gaat doen.

Volgens Pedro geven authentieke opdrachten grotere leereffecten, maar het is de vraag of authentieke leeromgevingen dat doen. Hij introduceerde daarbij aan de hand van het hoorspel War of the Worlds het begrip ‘suspension of disbelieve‘: de lerende is daardoor bereid te aanvaarden dat hij ‘voor het echt’ leert. Suspension of disbelief is krachtige prikkel van de verbeelding. Bij goede authentieke opdrachten treedt dit fenomeen volgens Pedro snel op. Binnen leeromgevingen minder snel. Een mogelijke verklaring daarvoor is dat authentieke leeromgevingen vaak te veel toeters en bellen bevatten (redundancy principle). Er wordt wellicht ook minder geleerd omdat conflicten tussen percepties van authenticiteit kunnen optreden.

Volgens Pedro speelt een authenticiteit overigens minder direct een rol bij effectief leren, dan vertrouwen. Maar vertrouwen wordt volgens hem weer gevoed door authenticiteit.

Pedro ging naar aanleiding van een vraag ook in op de overgang van studie naar beroepspraktijk. Studenten verliezen zich vaak in praktijksituaties en zijn zich niet meer bewust van de theorie achter de praktijk. Begeleiding is daarbij volgens hem erg belangrijk. De overgang van studie naar beroepspraktijk zou daarmee veel geleidelijk moeten verlopen.

Authenticiteit en ICT

In het derde deel van deze masterclass is Pedro expliciet ingegaan op de relatie tussen authenticiteit en ICT. Volgens Pedro is het principe “Keep it simple and stupid” belangrijk voor authenticiteit. Het reducdancy principe komt helaas vaker voor als het gaat om online leeromgevingen (overdaad).
Volgens Pedro is gesitueerd leren ook belangrijker voor authenticiteit dan elektronische leeromgevingen die lijken op echte omgevingen. Je kunt dankzij ICT naar de authentieke omgeving gaan, en daar leren. Mobiele technologie en augmented reality maken dat mogelijk. Dan is sprake van een veel authentiekere leeromgeving. Volgens Pedro wordt bij tablets helaas vaak te eenzijdig gekeken naar het gebruik in de klas. Terwijl de kracht juist ligt in het mobiel gebruik. Buiten de klas.
Pedro keek ook naar de toekomst. Hij ging in op Holodecks voor leerdoelen. Daarbij wordt hologramtechnologie gebruikt waardoor je in feite een geavanceerde vorm van virtual reality gebruikt. Hij erkende daarbij dat een holodeck niet KISS is, en daarmee averrechts kan werken. De toekomst zal het leren. Het is bijvoorbeeld niet duidelijk hoe suspension of disbelieve daarin werkt.

Dichterbij liggen games en gamification. Pedro meent dat bepaalde principes van gamification, zoals de badges en levels voor beoordelingen, goed werken. Games kunnen echter ook erg redundant zijn. Bovendien zijn docenten die games inzetten lang niet authentiek (het past niet bij hen). Als de leerkracht aankomt met zaken die niet bij zijn persoon passen, dan ben je ten dode opgeschreven. De leerkracht kan wel leerlingen uitnodigen om zaken uit hun leefomgeving mee te nemen, en aan te geven: leer mij.

Pedro ging tenslotte in op de relatie tussen verwachtingen van leerlingen en authenticiteit. De perceptie van authenticiteit wordt volgens hem gevoed door verwachtingen van leerlingen. Die moet je kennen. Waarvoor zijn ze hier? Wat willen zij leren? Daar moet je vervolgens mee omgaan. Dat is wat anders dan dat je aan alle verwachtingen beantwoordt. Dat is de taak van de docent, en niet van technologie.

Zoals gezegd een boeiende masterclass. Ik had wel het gevoel dat Pedro switchte tussen Rousseau’s opvatting over authenticiteit (de leerkracht, leerling) en Dewey’s benadering van dit begrip (het onderwijs, de leeromgeving, opdrachten). Dat illustreert wellicht nog eens de complexiteit van deze materie.

This content is published under the Attribution 3.0 Unported license.

Tags: , , ,
Top

%d bloggers liken dit: