MOOCs: volop in ontwikkeling (bloemlezing 11)

Nog steeds verschijnen er dagelijks artikelen en papers over Massive Open Online Courses (MOOCs). Deze bijdragen laten zien dat deze e-learningtoepassing volop in ontwikkeling is. In deze elfde bloemlezing ga ik onder meer in op een evaluatierapport, een special over MOOCs (met aandacht voor het ‘sociale karakter’ van MOOCs), het behalen van een masterdiploma met behulp van MOOCs, de gespannen relatie met open educational resources en op de toegevoegde waarde van MOOCs voor community colleges.

Via Donald Clark ben ik gestuit op een interessant evaluatierapport van de Universiteit van Edinburgh over de MOOCs die zij het afgelopen jaar hebben verzorgd. Deze zes cursussen hadden een geheel verschillende structuur (variërend van sterk docent-gecentreerd tot en met het inbedden van content die door lerenden is ontwikkeld). Bij de ontwikkeling is veel aandacht besteed aan kwaliteitszorg. Ook was hier sprake van een duidelijke “funnel of participation“. 70% van de deelnemers had al een academische graad. 98% van de deelnemers gaf na afloop aan dat zij hun leerdoelen in enige mate of zelfs volledig hadden bereikt. Wat betreft doelen valt op dat deelnemers het behalen van een certificaat of het verbeteren van carrièreperspectief minder belangrijk vonden (was ook afhankelijk van de betreffende MOOC). De vragenlijsten in de bijlagen kunnen gebruikt worden voor eigen evaluaties.

eLearning Papers nr 33 is geheel gewijd aan MOOCs. Het themanummer bestaat uit vier verdiepende artikelen en zes praktijkgerichte bijdragen.

  • In ‘MOOCs are More Social than You Believe‘ beschrijven Blom cs dat lerenden elkaar bij xMOOCs dikwijls virtueel gaan opzoeken om ervaringen uit te wisselen. Blom en zijn collega’s hebben xMOOCs zelf gecombineerd met studiegroepen. De mate waarin een MOOC ‘sociaal’ is, is volgens hen afhankelijk van de manier waarop MOOCs binnen campusonderwijs zijn ingebed.
  • Purser cs illustreren aan de hand van hun ervaringen met de MOOC Elearning and Digital Cultures dat ‘peer-to-peer learning‘ ook binnen een Coursera-cursus mogelijk is. Daarbij maakt men dan wel gebruik van andere sociale media om groepswerk te faciliteren.
  • Li Yuan en Stephen Powell betogen dat de huidige MOOCs -gebaseerd op investeerders en fondsen- niet duurzaam zijn, maar dat MOOCs onderwijsinstellingen wel de gelegenheid bieden om op een creatieve en vernieuwende wijze nieuwe business modellen en manieren van flexibel onderwijs te ontwikkelen.
  • Lourdes Guàrdia cs gaan in op het didactisch ontwerp van MOOCs. Zij formuleren tien ontwerpprincipes voor MOOCs vanuit het perspectief van de lerende. Volgens hen zouden MOOCs zich moeten richten op datgene wat lerenden na afloop kunnen, in plaats van wat zij hebben geleerd. Verder zou sprake moeten zijn van een duidelijke planning en van samenwerkend leren, van ondersteuning en feedback door ‘peers’ en van kwaliteitscriteria voor kenniscreatie en -generatie.
  • David Bowen plaatst MOOCs in historisch perspectief. Hij laat bijvoorbeeld zien dat nieuwe ontwikkelingen in het verleden -zoals het monitorial leersysteem van Bell en Lancaster- gezien werden als impuls voor veranderingen van het bestaande onderwijssysteem. Uiteindelijk zijn deze verwachtingen niet waargemaakt. Een groot verschil is dat binnen MOOCs lerenden grote vrijheid hebben om zelf te bepalen hoeveel zij willen investeren in hun onderwijs. Ook hebben instellingen bij MOOCs veel vrijheid om te bepalen wat er geleerd gaat worden. Juist deze vrijheden komen onder druk te staan bij inbedding in bestaande onderwijssystemen (zie de discussie over drop out).

Volgens Vala Ashar kunnen MOOC bijdragen aan het vergroten van de toegankelijkheid van hoger onderwijs. Zijn bedrijf heeft onlangs een enquête gehouden onder enkele honderden opleiders wereldwijd. Op basis van deze niet-representatieve steekproef zou je een sterke toename van het aantal MOOCs mogen verwachten, voornamelijk als aanvulling op het bestaande onderwijs. De belangrijkste reden (72%) is volgens respondenten het faciliteren van een leven lang leren, de grootste toegevoegde waarde is bij blijven met ontwikkelingen in het onderwijs. Het ontbreken van een consistent review- en beoordelingssysteem wordt als belangrijkste beperking van MOOCs gezien (41%). 67% van de respondenten gelooft dat MOOCs het traditionele onderwijs nooit zullen vervangen.

Udacity gaat samen met Georgia Tech en AT&T een volledig online masterprogramma computerwetenschappen aanbieden. Dat is andere koffie dan een losse MOOC. Voor het masterdiploma zal uiteraard betaald moeten worden, ook als is de content gratis.

Paul Stacy gaat in vogelvlucht in op verschillende didactische benaderingen van MOOCs. Hij beschouwt als grootste uitdaging hoe je duizenden lerenden effectief en gelijktijd onderwijs kunt geven. Volgens hem maakt de massale schaal juist een didactische innovatie noodzakelijk. Hij beschrijft hoe de MOOCs van het eerste uur gericht waren op participatie (aggregate, remix, repurpose, feed forward), en lerenden zelfs betrokken werden bij het ontwikkelen van opdrachten bij cursussen met verschillende moeilijkheidsgraden. De xMOOCs waren wat dat betreft een stap terug, waarbij weinig gebruik werd gemaakt van de ervaringen opgedaan bij online leren. Op dit moment neigt Udacity er echter toe om meer elementen van ‘social learning‘ in cursussen in te bedden. Lerenden kunnen daarbij bijvoorbeeld aangeven of zij een discussiebijdrage waardevol vinden of juist niet. Daarnaast stimuleert Udacity onderlinge communityvorming. Andere xMOOcs miskennen volgens Stacey het sociale karakter van leren, en de waarde van open educational resources.

C. Osvaldo Rodriguez vergelijkt vanuit persoonlijke observaties en een literatuurstudie het format van twee xMOOCs met het format van een aantal cMOOCs. Hij concludeert onder meer dat lerenden volstrekt andere leerdoelen hebben en zich voorbereiden. Volgens de auteur hebben cMOOCs een vaste groep ‘lurkers’ (alleen kijken), terwijl dat bij de cursus over Artificiële Intelligentie niet het geval was (xMOOCs tellen wel veel meer drop outs). Docenten vervullen verder een verschillende rol binnen de cursussen. cMOOCs zijn meer gericht op massale onderlinge relaties, terwijl xMOOCs zich richten op ‘one-to-many’ relaties. Bij xMOOCs is sprake van van één platform, terwijl cMOOCs van meerdere tools en gedistribueerde interacties gebruik maken.

Collega van de faculteit Informatica Sylvia Stuurman heeft onlangs de MOOC Functional Programming Principles in Scala gevolgd. Zij blikt er met gemengde gevoelens op terug. Er was geen oefenmateriaal op het gebied van functioneel programmeren, en er was een grote kloof tussen wat je als lerende al weet en kunt, en wat je bij opdrachten moet doen. De studiebelasting was veel zwaarder dan voorgespiegeld werd. Positief vond zij dat studenten over assignments schreven, zonder de oplossing prijs te geven. De korte video lectures spraken ook erg aan, net als de specifieke Scala Buid Tool en het geautomatiseerd toekennen van beoordelingen.

Lorna Campbell betreurt het dat het Britse MOOC-initiatief FutureLearn geen gebruik lijkt te maken van open educational resources (OER). Volgens haar is dat typerend voor xMOOCs. De reguliere cursussen van Schotse universiteiten lijken vaak meer gebruik te maken van OER dan hun MOOC-variant doet. Zij vreest dat de toenemende aandacht voor MOOCs wel eens ten koste kan gaan van OER.

Volgens Mike Caulfield zijn xMOOCs zelfs ronduit schadelijk voor de OER-ontwikkeling, juist nu deze trend volwassen aan het worden is. Beslotenheid zou immers onderdeel zijn van het business model van xMOOCs.

J. Noah Brown gaat in op de relevantie van MOOC voor community colleges. Onze regionale opleidingencentra worden vaak vergeleken met deze colleges. Brown waarschuwt voor de hoge uitval bij online leren. Hij vraagt zich af of de in zijn ogen noodzakelijke interactie tussen lerenden en docenten via MOOCs wel vervangen kunnen worden. En wat hebben MOOCs te bieden voor remedial onderwijs? Volgens de auteur zijn er meer vragen dan antwoorden. Hij focust daarbij op studiesucces en leerprestaties. Deze twee aspecten zijn van groot belang voor community colleges en hun doelgroep. Volgens hem zijn deze aspecten gebaat bij de volgende didactische waarden:

hands-on, rigorous learning opportunities, programs with purpose and cumulative by design, a learning-centric community and emphasis on mentoring, and student/faculty interaction and feedback.

Het is volgens Brown de vraag in hoeverre MOOCs aan deze waarden voldoen. Traditionele vormen van online leren blijken al niet goed te werken voor lerenden uit lagere inkomensgroepen en “educationally disadvantaged students“. Als MOOCs de toegankelijkheid van het onderwijs daarentegen blijken te vergroten, dan kunnen ook community colleges er volgens Brown echter niet om heen.

Volgens newsinvestors.com zijn MOOCs in opkomst, maar is hun impact vooralsnog gering. Er zullen nog veel vragen beantwoord moeten worden. Bijvoorbeeld als het gaat om business modellen. Maar als overheden publieke onderwijsinstellingen verplichten studiepunten behaald via MOOCs te accepteren, dan kan dit een impuls geven aan de ontwikkeling van MOOCs. Vooral in Zuid-Amerika zouden MOOCs wel eens massaal omarmd kunnen worden.

Donald Clark doet verslag van een interview met twee vertegenwoordigers van het Britse Futurelearn. Hij vreest dat dit een typisch Britse oplossing is waarbij het noodzakelijke ondernemerschap ontbreekt:

I just hope to God it’s not another BBC Jam – all fur coat and no knickers.

Zie ook:

  1. Bloemlezing MOOC-artikelen, deel 1
  2. Bloemlezing MOOC-artikelen, deel 2
  3. Bloemlezing MOOC-artikelen, deel 3
  4. Bloemlezing MOOC-artikelen, deel 4
  5. Bloemlezing MOOC-artikelen, deel 5
  6. Bloemlezing MOOC-artikelen, deel 6
  7. Bloemlezing MOOC-artikelen, deel 7
  8. Bloemlezing MOOC-artikelen, deel 8
  9. Bloemlezing MOOC-artikelen, deel 9
  10. Bloemlezing MOOC-artikelen, deel 10

This content is published under the Attribution 3.0 Unported license.

Tags: , , , ,
Top

%d bloggers liken dit: