Wat kun je doen om lerenden binnen een MOOC bij de les te houden?

Door een massive open online course ‘hapklaar’ samen te stellen, kun je er toe bijdragen dat lerenden gemotiveerd en actief blijven. Dat is de strekking van een onderzoekspaper van drie onderzoekers van de Universiteit van Graz.

MOOCs as granular systems: design patterns to foster participant activity van Elke Lackner, Martin Ebner en Mohammad Khalil gaat over de kloof tussen het aantal inschrijvingen voor een MOOC en degenen die actief deelnemen en de cursus afronden. De onderzoekers zoeken naar een bepaald ‘keerpunt’ waarin lerenden besluiten om te stoppen met de MOOC of passief deelnemer (‘lurker’) te worden.

De auteurs positioneren MOOCs niet ten onrechte in het kader van een levenlang leren, waar een zeer heterogene doelgroep aan deelneemt. Dat maakt het lastig te voorspellen hoe geparticipeerd zal worden in een MOOC.

Participation MOOC

Bron: Lackner cs (2015)

In hun theoretisch kader gaan zij in op redenen voor de betrekkelijk lage ‘completion rates’. Deze redenen hebben deels te maken met het didactisch ontwerp van een MOOC, zoals een gebrek aan interactiemogelijkheden of een te zware studielast (naast persoonlijke redenen). Een groot aantal deelnemers wil een MOOC ook bewust niet afmaken, maar aan ‘cherry picking’ doen.

In deel twee beschrijven zij het ontwerp van een zogenaamde xMOOC. Daarbij stellen zij dat de typische kenmerken van een xMOOC (zoals lezingen via video, online discussies en een beoordelingselement) heel verschillende kunnen worden ingevuld. Zij geven daarbij ook aan dat het ontwerp van een xMOOC expliciet rekening zou moeten houden met de heterogeniteit van de doelgroep (met hun specifieke leervragen en leerbehoeften) door gebruik te maken van kleine leereenheden die ook afzonderlijk kunnen worden bestudeerd.

Deel drie introduceert learning analytics als een manier om grip te krijgen op de logica van een MOOC. De onderzoekers stellen dat je dankzij de grote aantallen deelnemers en hun leeractiviteiten over grote hoeveelheden educatieve data beschikt (zoals log data), die inzicht kunnen geven in het gebruik van deze cursussen. Zij hebben deze data gebruikt om te kijken naar de activiteiten van studenten en naar de ‘completion rates’ van drie MOOCs. Deze drie MOOCs hadden een vergelijkbare opzet, maar wel bijvoorbeeld een verschillende studielast.

Vervolgens presenteren Lackner cs data over deze drie MOOCs. Zij constateren daarbij dat meer dan de helft of tweederde van de deelnemers op een gegeven moment hun belangstelling verliest, en passief wordt. Dat gebeurt volgens de onderzoekers vooral tussen week 4 en 5 (onder meer wat betreft deelname aan quizzes en forumdiscussies).

Op basis van de data analyses van drie Oostenrijkse MOOCs proberen zij patronen te ontdekken en aanbevelingen te formuleren voor het ontwerp van MOOCs zodat lerenden gemotiveerd en actief blijven. De kern van hun boodschap is dat je als ontwerper ’granular’ moet denken. Je hebt te maken met een doelgroep die leren moet combineren met andere drukke werkzaamheden, en vooral belangstelling heeft in specifieke onderwerpen.

Deze aanbevelingen richten zich vervolgens op drie ‘ontwerppatronen’:

  1. Zorg voor een doorlooptijd van vier weken. De doorlooptijd van een MOOC is belangrijk voor het volhouden van deelname. Je kunt daarom beter MOOCs over specifieke onderwerpen ontwikkelen, met een doorlooptijd van 3-4 weken.
  2. Maak gebruik van certificaten voor leerprestaties van beperkte omvang. Badges kunnen hierbij een rol spelen om lerenden gemotiveerd te houden. Verder zou je verschillende typen leeractiviteiten moeten ‘belonen’, niet alleen leeractiviteiten die zichtbaar zijn en zicht richten op de ‘actieve lerende’.
  3. Bouw de spanning op door niet vooraf duidelijk te maken wat er gaat gebeuren. Deelnemers blijven daardoor gemotiveerd. De onderzoekers vergelijken dit met het opbouwen van spanning in een verhaal. Zij spreken daarbij van ‘Suspense peak narratives’. Je zou je MOOC dan ook als een consistent verhaal moeten opbouwen.

Ik vind het sterk dat Lackner, Ebner en Khalil expliciet hebben gekeken naar de relatie tussen het ontwerp van een MOOC en de wijze van participatie. Ik heb zelf ook ervaren dat andere ontwerpkeuzes kunnen leiden tot meer participatie. Toch wil ik de volgende kanttekeningen plaatsen bij hun paper.

  • De onderzoekers geven geen definitie van ‘completion rates’. Je concludeert uit de tekst dat dit wat anders is dan ‘arfonden met een certificaat’. Vermoedelijk beschouwen zij ‘completion’ als het tot het einde toe volhouden.
  • Lurking’ heeft vaak ten onrechte een negatieve klank. Het kan echter ook een bewust gekozen leerstrategie zijn. In dit paper veranderen deelnemers schijnbaar bewust van leerstrategie. Lackner cs beschouwen dit als een probleem, maar dat hoeft het niet persé te zijn.
  • Als ik naar de grafieken kijk (zie bijvoorbeeld bijgevoegde afbeelding) dan, zie ik vooral een geleidelijke terugloop in participatie. Er is volgens mij niet echt sprake van een omslagpunt. Dat betekent bijvoorbeeld dat de doorlooptijd van een week tot nog betere ‘completion rates’ zal leiden. Maar of dat de bedoeling is van een cursus, is nog maar de vraag.

Lackner, E., Ebner, M. & Khalil, M. (2015). MOOCs as granular systems: design patterns to foster participant activity. In: eLearning Papers, 42 (june 2015). Op 10 juni 2015 gehaald van: http://openeducationeuropa.eu/de/article/MOOCs-as-granular-systems:-design-patterns-to-foster-participant-activity?paper=170920

This content is published under the Attribution 3.0 Unported license.

Tags: , , ,
Top

%d bloggers liken dit: