Didactische kenmerken van de ‘Maker Movement’

Eén van de trends van dit moment op het gebied van ICT en leren is de ‘Maker Movement’. Wat zijn didactische kenmerken van deze ontwikkeling?

Maker tools

Afbeelding: sandraschoen, Flickr

Bij de ‘Maker Movement’ -toegepast op het onderwijs- ontwerpen en ontwikkelen lerenden nuttige en vaak ook complexe producten met behulp van technologieën en gereedschappen zoals 3D printers, sensoren, e-textiel, de Raspberry Pi en robotica. Ze doen dat in zogenaamde Fablabs of ‘makerspaces’.

Om deze producten te kunnen ontwerpen en ontwikkelen heb je kennis nodig die je vervolgens moet toepassen. Bovendien kunnen lerenden hiermee bekwaamheden ontwikkelen als samenwerken, ‘Computational Thinking’, projectmatig werken en creatief zijn.

Lerenden gebruiken dus ICT en online bronnen om te creëren, om ontwikkelde kennis te verwerken in vaak meer complexe producten.

De Why is the Maker Movement Important? + Great Tools and Resources bevat onder meer een overzicht van wat je zou kunnen noemen ‘didactische kenmerken’ van deze ontwikkeling:

  • Het leren is in hoge mate persoonlijk. De lerende kan zelf veel keuzes maken ten aanzien van wat h/zij wil leren, en waar de lerende gebruik van wil maken. Volgens mij is het hierbij wel belangrijk dat docenten bewaken dat lerenden een bepaalde brede kennisbasis ontwikkelen en zou er geen sprake moeten zijn van ‘vrijheid, blijheid’ waarbij lerenden alleen dat leren wat zij ‘leuk’ vinden.
  • Het leren is gericht op groei en ‘meesterschap’. Lerenden beginnen met eenvoudige producten en gaan geleidelijk aan de slag met steeds complexere producten. Zij ontwikkelen vaardigheden om oplossingen te zoeken voor ingewikkelde vraagstukken.
  • Het leren is gericht op het bevorderen van een groepsgevoel (Sense of Belonging). Lerenden werken samen in een groep en helpen ook elkaar. Ze leren samen met andere lerenden die dezelfde interesse delen.
  • Het leren is gericht op het ontwikkelen van vertrouwen in eigen kunnen doordat zijn werken aan kleinschalige en haalbare projecten. De succeservaringen vergroten het zelfvertrouwen en motivatie.
  • Het leren is gericht op het verlenen van betekenis. Lerenden zien de relevantie van het leren doordat zij aan relevante producten werken.

Je ziet deze ontwikkeling vooral terug in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs. Verder zie ik ook relevantie voor het middelbaar beroepsonderwijs, al staat ‘maken’ in sectoren als techniek daar als vanouds centraal.

In Nederland is ook veel aandacht voor deze ontwikkeling. Bij het iXperium kun je bijvoorbeeld experimenteren met programmeren en Robotica. Verder worden aparte ‘makerspaces’ voor scholen opgericht waar scholen ook begeleiding kunnen krijgen. De MakerSchool is daar een voorbeeld van. Eén van de winnaars van de IPON Award is Maker Education Nederland dat een plek wil bieden voor al diegenen die meer willen weten over de ‘Maker Movement’ in het onderwijs.

Don Zuiderman heeft een kennisclip gemaakt over de ‘Maker Movement’ (ik deel overigens niet zijn opvatting dat dit een vorm van informeel leren is; de school organiseert immers:

This content is published under the Attribution 3.0 Unported license.

Tags: , ,
Top

%d bloggers liken dit: