Is de diversiteit aan applicaties een vloek of een zegen voor het onderwijs? #cviov

Eén van de zaken die mij tijdens conferenties als het CvI-congres altijd opvalt, is de enorme diversiteit aan applicaties die enthousiaste docenten gebruiken om hun onderwijs mee te versterken of te vernieuwen. Deze diversiteit heeft echter meerdere kanten.

Apps

Foto: geralt, Pixabay

Tijdens conferenties zoals dé Conferentie voor ICT en onderwijsvernieuwing kom je altijd nieuwe applicaties tegen die binnen het onderwijs worden gebruikt. Of het nu gaat om applicaties waarmee je interactieve content kunt ontwikkelen, toepassingen om tijdens de les quizzes te houden, of om nieuwe communicatiemiddelen met lerenden. Steeds weer word je verrast.

Bring Your Own Technology krijgt daarmee een nieuwe dimensie: docenten en lerenden nemen hun eigen applicaties mee om van en mee te leren.

Deze ontwikkeling heeft sterke en minder sterke kanten.

Sterke kanten:

  • Je bent snel in staat je onderwijs te versterken of te vernieuwen. Er is sprake van een kort doorlooptijd van idee naar uitvoering.
  • Als experimenten mislukken, is de schade ‘beperkt’.
  • Als experimenten slagen, kun je geleidelijk aan opschalen en ontstaat er relatief snel een ‘olievlekwerking’.
  • Er is sprake van een hoge mate van eigenaarschap en motivatie bij gebruikers.
  • Docenten kiezen applicaties die bij hen past, en niet de applicaties die zij moeten gebruiken. Dat vergroot de acceptatie van ICT binnen het onderwijs.
  • Experimenten geven energie en zijn leerzaam.
  • Als je als organisatie een podium geeft aan deze ervaringen, dan kan dat het lerend vermogen en de creativiteit van de organisatie vergroten.
  • Het eigenaarschap ligt laag in de organisatie.
  • De financiële kosten en bureaucratie zijn vaak beperkt.

Zwakke kanten:

  • Het risico bestaat dat de ‘Teigetjes‘ binnen schoolorganisaties hun veel minder ‘e-ready’ collega’s omver stuiteren. Een overmatig enthousiast gebruik kan andere docenten afschrikken.
  • Lerenden staan niet altijd te wachten op nieuwe applicaties, en zien door de bomen soms het bos niet meer.
  • Op een gegeven moment wordt druk op de organisatie uitgeoefend om applicaties te gaan beheren. Dat betekent vaak het einde van vernieuwing.
  • De toepassing kan het haaks staan op het ICT-beleid van de organisatie.
  • Experimenten kosten ook energie en kunnen afleiden van de focus van de organisatie. Doen we nog wel de goede dingen?
  • Het gebruik van een grotere diversiteit aan applicaties kan leiden tot hogere kosten en minder overzichtelijk beheer. Dat is afhankelijk van de vraag of docenten een beroep moeten doen op anderen binnen de organisatie (zoals de ICT-afdeling). Bovendien interesseert het lerenden niet of een applicatie ‘officieel’ wordt ondersteund door de organisatie. Bij vragen of problemen zal men op diverse deuren kloppen tot men hulp heeft gekregen (dus ook op de deur van de helpdesk). Leidinggevenden worden daar erg zenuwachtig van.
  • Het gebruik van een diversiteit aan applicaties impliceert vaak redundantie van functionaliteiten. Dat gaat ten koste van de efficiency.
  • Initiatiefnemers overzien vaak niet de impact van het gebruik van dergelijke applicaties. Zo kunnen toepassingen niet veilig zijn, de privacy aantasten of bij opschaling hoge kosten met zich meebrengen. Tijdens presentaties wordt vaak gevraagd of de toepassing ‘gratis’ is. Daarbij kijkt men echter alleen naar de financiële kosten. ‘Gratis’ bestaat namelijk niet. Als je geen licentiekosten betaalt, betaal je een andere prijs. Wil je dat wel?
  • ‘Bring Your Own Applications’ impliceert een grote mate van eigen verantwoordelijkheid voor het beheer en de implementatie van de toepassingen. Kun je die verantwoordelijkheid aan?
  • Je loopt het risico dat het succesvol gebruik afhankelijk is van een enkele persoon. Wat doe je als deze persoon wegvalt?
  • Je kunt te maken krijgen met teleurstellingen doordat gebruikers na verloop van tijd aanvullende wensen krijgen, die niet waar gemaakt kunnen worden. Denk aan het koppelen van databases met studentgegevens aan de applicatie.
  • Het is de vraag hoe serieus de verschillende applicaties beheerd worden. Ook dat kan tot teleurstellingen leiden. Worden bijvoorbeeld back ups gemaakt voor het geval een systeem crasht? Of voor het geval de eigenaren de stekker uit een applicatie trekken?

Je zult wat mij betreft in elk geval bewust moeten zijn van de sterke en zwakke kanten van dergelijke toepassingen, voordat je het gebruik ervan omarmt. Enkele tips:

  • Communiceer erover. Met je lerenden, met je collega’s (inclusief de ICT-afdeling, uiteraard).
  • Organiseer als organisatie de dialoog tussen ICT en onderwijs.
  • Weet wat je kunt verwachten van je organisatie. Weet wat er van jou wordt verwacht.
  • Zorg als organisatie in elk geval voor experimenteerruimte. Dan heb je in elk geval een beeld wat er gebeurd.
  • Wees je ervan bewust dat jij en je collega-docenten vanuit je professie andere belangen en verantwoordelijkheden hebben dan bijvoorbeeld de ICT-afdeling en het management. Praat daarover met elkaar.
  • Gebruik applicaties bij voorkeur minimaal in teamverband.

This content is published under the Attribution 3.0 Unported license.

Geplaatst in Organisatorische aspecten e-learning Getagd met , , , ,
1 Reactie op “Is de diversiteit aan applicaties een vloek of een zegen voor het onderwijs? #cviov
  1. Niet alleen leerlingen zien door de bomen het bos niet meer, ook docenten moeten zich niet gek laten maken door de overvloed aan webtools, apps en social media.

    Daarom pleit ik voor professionele media die de beste tools integreren in een elektronische leeromgeving. http://vanhove-onderwijsadvies.nl/column.html#socialmedia

1 Pings/Trackbacks voor "Is de diversiteit aan applicaties een vloek of een zegen voor het onderwijs? #cviov"
  1. […] Eén van de zaken die mij tijdens conferenties als het CvI-congres altijd opvalt, is de enorme diversiteit aan applicaties die enthousiaste docenten gebruiken om hun onderwijs mee te versterken of te vernieuwen.  […]