De lange weg van onderwijsvisie naar de inrichting van de digitale leeromgeving

Wat zijn cruciale elementen bij de inrichting van een digitale leeromgeving? Wat mij betreft vooral het gezamenlijk ontwikkelen van een concreet onderwijsmodel, een duidelijke focus op functionaliteiten, en veel aandacht voor user interaction design.

Visie
Foto: @Hans, Pixabay: https://pixabay.com/en/telescope-by-looking-view-122960/

Vandaag heb ik deelgenomen aan een ronde tafelgesprek bij SURFnet naar aanleiding van een concept-discussienotitie “Van onderwijsvisie naar de inrichting van de digitale leeromgeving”. SURFnet wil met deze publicatie “een bijdrage in de discussie leveren door niet vanuit de applicatie aanbod en de technische mogelijkheden te redeneren, maar door juist vanuit onderwijskundige en didactische trends te kijken wat nodig is om invulling te geven aan de digitale leeromgeving.”

Zij definiëren de term “digitale leeromgeving” -de term digitale leer- en werkomgeving is schijnbaar weer achterhaald- als “het geheel van systemen dat het studenten en docenten mogelijk maakt om hun activiteiten uit te voeren”. Het gaat dus nadrukkelijk niet (meer) om een alles-in-één oplossing, maar om verschillende applicaties en services die met elkaar geïntegreerd en op elkaar afgestemd worden.
Ik ben blij met deze brede insteek. Deze insteek doet recht aan een belangrijke trend: deels uit onvrede met de gesloten, complexe en weinig gebruikersvriendelijke elektronische leeromgevingen komen steeds vaker ’slanke’ applicaties beschikbaar die goed zijn in één of enkele functionaliteiten. Tegelijkertijd maakt deze verbreding het leven er niet makkelijker op.
Ik merk vaak dat veel gebruikers -lerenden en docenten- het liefste maar met één omgeving willen werken (zoals éénmaal inloggen en look-and-feel). Portaaltechnologie faciliteert dit maar ten dele. Vermoedelijk is het gebruik van diverse applicaties voor leren overigens ook een kwestie van wennen. Hoeveel verschillende apps gebruiken we immers niet op onze smartphones, tablets en laptops?
Een andere complicerende factor, dat de discussienotitie in feite ook signaleert, is de beperkte bruikbaarheid van generieke elementen uit onderwijsvisies. De samenstellers merken terecht op dat de onderwijsvisie van een instelling te abstract geformuleerd is om in concrete eisen voor een digitale leeromgeving te worden vertaald. Bovendien, zo constateert men, hanteren onderwijsinstellingen een verschillende betekenis voor begrippen als
  • Flexibel onderwijs
  • Persoonlijk onderwijs
  • Leeruitkomsten centraal
  • Gerichte feedback
  • Verantwoordelijkheid bij studenten
De artsen van Gaius Delirius worden het eerder eens over de behandelwijze van de vergiftiging van Claudius Centus, dan dat tien onderwijskundigen consensus bereiken over een begrip als ‘flexibel onderwijs’. (Asterix en de Helvetiërs).
Dat maakt het schier onmogelijk om op basis van generieke elementen uit onderwijsvisies te kiezen voor een digitale leeromgeving. Bovendien bevatten applicaties voor leren -zoals de discussienota deels terecht constateert- zo veel functies dat praktisch elke onderwijsvisie er mee kan worden vormgegeven. Op de beperkingen van zo veel functies kom ik nog terug.
Volgens mij moet je een stap verder gaan dan het vastleggen van een onderwijsvisie. Maak op het niveau van de opleiding de vertaalslag naar een concreet model waarin leer- en doceeractiviteiten worden beschreven (wat, hoe, waarom?). Kijk daarna met welke ICT-functionaliteiten je deze activiteiten wilt vormgeven, en welke applicaties en services deze functionaliteiten mogelijk maken. Faciliteer als leidinggevende dit proces van gezamenlijk ontwikkelen. De factor ‘leiding geven’ ontbreekt volgens mij echt in de notitie.
De discussienota besteedt verder aandacht aan de functionele inrichting van de digitale leeromgeving. Het belangrijkste onderdeel hierbij is volgens mij de interactie van de gebruiker (met name de lerenden en de docenten), met de digitale leeromgeving. Veel digitale leeromgevingen kunnen vaak ongeveer hetzelfde. De wijze waarop functionaliteiten zijn vormgegeven, de interactie tussen gebruiker en systeem en de vormgeving, verschilt vaak sterk. Juist dáár zou je bij de selectie of ontwikkeling op moeten letten.
Houd het strak en eenvoudig. Maak geen kerstboom van je digitale leeromgeving. Als je probeert elke functionaliteit mogelijk te maken, dan creëer je een zeer complexe omgeving. Wat gebruik je nu echt? Wat voegt daadwerkelijk waarde toe? Neem online toetsen. George Moerkerke van de Open Universiteit wees me er onlangs op dat veel vraagtypes binnen online toetsapplicaties vooral varianten zijn op de multiple-choice vraag. Bovendien worden ze nauwelijks gebruikt.
Verder vind ik Michael Fullan’s vier criteria (pdf), waar ook een digitale leeromgeving aan zou moeten voldoen, in dit verband relevant:
  • Onweerstaanbaar boeiend voor lerenden en docenten
  • Uitdagend maar gemakkelijk te gebruiken (elegantly efficient)
  • Technisch alomtegenwoordig (24/7)
  • Volledig gericht op het oplossen van authentieke problemen
Mensen worden bovendien niet gelukkiger als je hen steeds meer keuzemogelijkheden biedt (paradox of choice). Verder vind ik het belangrijk dat we vooral het leren faciteren. Veel digitale leeromgevingen zijn vooral sterk in het managen van het leren. Vraag je ook af wat daadwerkelijk belangrijk is om te monitoren.
In de notitie wordt aangegeven dat leren deels buiten het zicht van een docent plaats vindt (bijvoorbeeld via sociale media). Dat is maar goed ook. Het is juist belangrijk voor de ontwikkeling van lerenden als zij ook ‘onbespied’ kunnen leren. Bovendien moet je er ernstig voor waken dat docenten worden overspoeld met data, waarvan het de vraag is of ze relevant zijn om te monitoren.
Deel drie van de nota richt zich op de vraag hoe je als instelling de (door)ontwikkeling van de digitale leeromgeving kunt aanpakken. In de discussienota wordt geschreven dat het in de praktijk lastig blijkt te zijn om leertechnologie te vinden die past bij de hoge eisen en wensen. Daarbij doelt men op “vernieuwende ideeën over onderwijs”.
Volgens mij komen de hoge eisen en wensen eerder voort uit privé ervaringen met betrekkelijk eenvoudige applicaties als Facebook, WordPress of Twitter, in combinatie met de behoefte over een ‘alleskunner’ te beschikken (die vervolgens onderbenut blijft). “Waarom kan een digitale leeromgeving niet net zo eenvoudig werken als mijn WordPress-blog?”
Veel gebruikers -docenten en studenten- hebben vaak helemaal niet zo’n vernieuwende opvattingen over onderwijs, is mijn ervaring. Ik ben op zich voorstander van het nauw betrekken van eindgebruikers bij de stapsgewijze -agile- ontwikkeling van een digitale leeromgeving. Maar zorg er ook voor dat mensen met een duidelijk beeld van effectief, efficiënt en aantrekkelijk online of ‘blended’ onderwijs duidelijke input geven ten aanzien van de ontwikkeling van een digitale leeromgeving. Want als je doet wat je altijd deed….
Terecht wijst “Van onderwijsvisie naar de inrichting van de digitale leeromgeving” ook op het belang van het managen van verwachtingen, het meenemen van gebruikers en professionalisering. Graag voeg ik daar aan toe: professionaliseer niet alleen, maar ondersteun ook en ontzorg (deze term heb ik in dit verband van Robert Schuwer).
Op verzoek rond ik af met twee stellingen:
  1. Leidinggevenden binnen instellingen voor hoger onderwijs moeten de gezamenlijke ontwikkeling van een concreet onderwijsmodel actief faciliteren.
  2. Focus, focus, focus. Maak geen kerstboom van je digitale leeromgeving.

This content is published under the Attribution 3.0 Unported license.

Delen

10 reacties

  1. Interessant stuk, dank voor het delen. Zoals je stelt moet een digitale leeromgeving aansluiten aansluiten bij de visie van een opleiding, maar wat als een onderwijsinstelling tientallen opleidingen aanbiedt met ieder een (mogelijk) andere visie en doelgroep?

  2. Dat is inderdaad een lastige. Volgens mij zijn er twee wegen. Of je gebruikt een DLO die alle onderwijsmodellen faciliteert, of je kiest voor een basis DLO -die de grootste gemene deler afdekt- met daar bovenop diverse functionaliteiten. Let wel: we hebben het in beide gevallen niet persé over één alomvattend systeem.

  3. Zoals je weet zitten we binnen Zuyd in dit proces. Mooie en herkenbare inzichten. Dank voor het delen. Is het al bekend wanneer deze discussienota beschikbaar komt?

  4. Dank voor dit stuk Wilfred. Altijd goed om een inkijkje te krijgen in lopende discussies. Als je bovenstaande stuk leest, jouw eerdere blog over Pearson die zich terugtrekt, berichten over andere platforms die omvallen (bijvoorbeeld Lore) en de reactie van Sebastiaan Terpstra dan kun je maar één conclusie trekken: voor de ontwikkeling van een leerplatform/ digitale omgeving moet je beginnen vanuit de vakinhoud. In combinatie met een visie op onderwijs kun je vervolgens gaan nadenken over digitaal. Probleem: vakinhoud is moeilijk en lastig schaalbaar.

  5. Dat klopt, Henk. Onderwijsinhoud en didactiek moeten leidend zijn. Maar gezien de diversiteit binnen een onderwijsinstelling is het lastig om dat in 1 alomvattend systeem onder te brengen. Zie mijn reactie op Sebastiaan.

  6. Daar hebben we niet expliciet over gesproken, nee. Maar als je het hebt over het integreren van applicaties, dan kom je daar wel op uit.

  7. Sorry, had je reactie gemist. Hoe dan ook, volgens mij zijn we het met elkaar eens dat een DLO ook het totaal van tools kan zijn die binnen de leeromgeving kunnen worden ingezet. Als alles wat men wil in één applicatie zou kunnen, dan zouden we nogal saaie App Stores hebben op onze smartphones. Ik denk in ieder geval dat we naar een omgeving moeten die naast het borgen van de basis en de processen, de verschillende apps en webtools weet te integreren (lever in vanuit app x, beoordeel met app y, open resultaten in app z, etc.).

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

* Checkbox GDPR is verplicht

*

Ik ga akkoord