Gaat platformisering van leren, opleiden en onderwijs een succes worden?

Digitalisering heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van ‘platformisering’. In deze blogpost beschrijf ik wat deze ontwikkeling is, en wat je moet doen om van een platform een succes te maken. Platforms falen namelijk nogal eens. Ik ga ook in op de mogelijke gevolgen van platformisering voor leren, opleiden en onderwijs.

Er is sprake van ‘platformisering’ als vraag en aanbod van (tijdelijke) dienstverlening via een digitaal platform bij elkaar worden gebracht. Volgens David B. Yoffie, Annabelle Gawer en Michael A. Cusumano hebben platforms zich ontwikkeld tot de meest succesvolle business modellen van deze tijd. De auteurs ontwikkelen twee typen platforms:

  1. Innovatieplatforms die derden in staat stellen om aanvullende producten en diensten toe te voegen aan een kern-product of -technologie. Voorbeelden zijn Google Android, Apple iPhone OS ene Amazon Web Services.
  2. Transactieplatforms die derden in staat stellen om informatie, goederen en diensten uit te wisselen met afnemers. Uber voor taxidiensten, Airbnb voor overnachtingen en Thuisbezorgd.nl voor maaltijden zijn voorbeelden.

Volgens Yoffie cs genereren dergelijke platforms veel inkomsten, terwijl zij relatief weinig werknemers in dienst hebben. Dergelijke platforms zijn dikwijls ook berucht over hoe men met leveranciers en werknemers omgaan. Maar daar wil ik het nu niet over hebben.

Yoffie, Gawer en Cusumano hebben namelijk onderzocht dat veel platforms niet succesvol zijn. In de laatste 20 jaar hebben zij 43 Amerikaanse platforms succes zien hebben, en 209 platforms zien falen. Deze falende platforms hebben gemiddeld 4,9 jaar bestaan. Onder meer omdat men onvoldoende budget had om een lange aanloopfase met veel investeringen en minder inkomsten te overleven.

Volgens hun onderzoek zijn de meest gemaakte fouten bij platformisering:

Verkeerd prijzen aan een kant van de markt

Een platform vereist vaak dat benadrukt wordt dat de ene kant van de markt, de andere kant van de markt aanmoedigt om deel te nemen. Maar dan moet je weten welke kant moet worden belast en welke kant gesubsidieerd moet worden. Moeten leveranciers bijvoorbeeld een deel van de inkomsten afdragen of moeten leveranciers juist beloond worden? Je moet het belang erkennen om beide kanten van de markt aan te trekken. Verder moet je in staat zijn om investeringskapitaal aan te trekken om door te kunnen ontwikkelen.

Gebrek aan vertrouwen bij gebruikers en partners

Partijen die elkaar al dan niet kennen, komen via het platform met elkaar in contact. Zij zullen elkaar moeten leren kennen, en elkaar leren vertrouwen. Het opbouwen van vertrouwen gebeurt vaak via beoordelingssystemen, betaalmethoden en/of verzekeringen. Zo is eBay in China geflopt omdat men werkte met Paypal. De Chinese klanten waren echter niet gewend aan e-commerce en vertrouwden dit niet. Alibaba hanteerde daarentegen een aanpak waarbij betaling pas vrij werd gegeven als de consument tevreden was.

Voortijdig afschrijven van de concurrentie

Realiseer je dat winnaars ook verliezers kunnen worden. Als een platform overmoedig en arrogant wordt, dan kan het gaan falen. Volgens de onderzoekers is de Internet Explorer van Microsoft daar een goed voorbeeld van. Ze hadden ooit een marktaandeel van 95% (in 2004), en konden ontwikkelaars dwingen om websites aan hun browser aan te passen. In tien jaar tijd heeft men de leidende positie verloren. Vanwege slechte productuitvoering en inferieure productinnovatie, concluderen Yoffie cs.

Te laat toetreden

Dit noemen de auteurs de meest klassieke platformfout. De Windows Phone van Microsoft is daar een voorbeeld van.

Adviezen zijn dan:

  • Managers en ondernemers moeten gezamenlijk moeite doen om van mislukkingen te leren. Het nastreven van een platformstrategie leidt niet noodzakelijkerwijs tot succes voor een bedrijf.
  • Denk goed na over wie de juiste prijzen krijgt en welke partijen gesubsidieerd moeten worden. Uber heeft bijvoorbeeld succes gehad met het vergroten van het volume en het drastisch verlagen van prijzen en kosten aan beide zijden van de markt. Bedrijven als Google, Facebook, en Alibaba subsidiëren ten minste één kant van de markt en maken veel winst.
  • Stel het vertrouwen voorop. Het is te veel gevraagd als je klanten of leveranciers verzoekt “to take a leap of faith”, zonder geschiedenis en zonder voorafgaande contacten met de andere kant van de markt. Geef klanten bijvoorbeeld de keuze om achteraf te betalen en bouw ook zekerheden voor leveranciers in dat zij kunnen rekenen op hun geld.
  • Denk goed na over de timing. Je kunt beter te vroeg zijn dan te laat. ‘Vroeg zijn’ garandeert echter geen succes. Ook heb je een lange adem nodig.
  • Vermijd overmoed. Schrijf nooit je concurrentie af, zelfs als je een grote voorsprong hebt.

Platformisering en leren, opleiden en onderwijs

Je zou kunnen zeggen dat MOOC-aanbieders als Coursera en edX voorbeelden van platformisering op het gebied van leren, opleiden en onderwijs zijn. Aanvankelijk ging het hierbij om producten die voor afnemers gratis waren. Op een gegeven moment zijn daar betaalde diensten aan toegevoegd (betaalde certificaten, betaalde cursussen, enzovoorts).

Udemy is ook een voorbeeld van platformisering. Docenten bieden daar cursussen aan die door individuen worden afgenomen. Een alternatief voor Udemy is Treehouse.

Daarnaast heb je ook learning servicepartners als Bloomville die aanbod van diverse opleiders ‘makelen’ voor grote klanten. De meeste transactieplatforms richten zich echter op consumenten, en niet op ‘businesses’.

Op dit moment is Linkedin Learning waarschijnlijk het meest succesvolle platform op dit terrein.

Andere toepassingsmogelijkheden zijn:

  • Het kunnen zoeken en inschrijven voor cursussen binnen het hele hoger onderwijs (regulier en leven lang leren).
  • Het kunnen zoeken en inschrijven voor keuzedelen bij alle mbo-instellingen.
  • Het kunnen zoeken en inschrijven voor tal van cursussen voor professionals, binnen bepaalde branches.

Er is nog geen platform op dit terrein dat qua omvang vergeleken kan worden met Uber.

De succesfactoren -met name rond juist prijzen en het creëren van vertrouwen- zijn volgens mij ook op het gebied van leren, opleiden en onderwijs relevant. Maar wellicht is de markt -zowel vraag- als aanbodkant- hiervoor ook te beperkt.

Of verloopt de aanschaf van een product als een cursus toch heel anders dan het bestellen van een taxi. Je maakt als afnemer op een andere manier afwegingen, er zijn vaak meer belanghebbenden bij betrokken (denk aan leidinggevenden) en er zijn ook hoge kosten in het geding (en niet alleen cursuskosten).

Wellicht ontbreekt het potentiële platforms ook aan middelen om een aanloopperiode van enkele jaren te hebben.

This content is published under the Attribution 3.0 Unported license.

Wilfred Rubens (1964) currently works as an independent consultant on technology enhanced learning. He provides advice, keynotes, presentations, workshops and classes about technology enhanced learning. Wilfred has been professionally involved in e-learning for more than 20 years. For more than 13 years he blogs about ICT and learning. June 2013 he published a book about elearning trends and developments (in Dutch). Recently he was co-author of a book about social learning. Wilfred is also one of the editors of the Dutch portal e-learning.nl, member of the advisory board of the anual Dutch Next Learning conference and member of the advisory board of the ONLINE EDUCA BERLIN. wilfred@wilfredrubens.com http://www.wilfredrubens.com

Tags: , , , , ,
Top

%d bloggers liken dit: