Impressie 49ste MBO Digitaal conferentie

Gisteren vond in Apeldoorn de conferentie van MBO Digitaal plaats, met een diversiteit aan presentaties en onderwerpen (zoals flexibilisering en generatieve AI). In deze blogpost doe ik verslag van deze interessante bijeenkomst.

MBO Digitaal
Foto: MBO Digitaal, https://www.linkedin.com/posts/mbodigitaal_conferentie-keynote-vette-activity-7171819254034354178–kbT

Technologiefilosoof Rens van der Vorst mocht de dag openen met zijn keynote over digitale Gremlins. Rens gaf een boeiende en bij vlagen hilarische presentatie. Volgens Van der Vorst vergemakkelijkt technologie ons leven vandaag de dag op vele manieren. Technologie wordt ook intiemer. Hij gaf als voorbeeld een toilet die in staat is data te verzamelen over de ontlasting om deze eventueel door te geven aan een arts. Hoe weet de toilet dan van wie de ontlasting is? Door ‘anusherkenning’ (elke anus is, net als een sneeuwvlokje, uniek). Dit is schijnbaar geen grap.

Tegelijkertijd hebben technologische ontwikkelingen ook geleid tot minder ruimte voor spontaniteit, toeval, humor en spontane gesprekken. We moeten ons volgens Van der Vorst afvragen of technologie een beter mens van ons maakt. Want kijkt maar naar de smartphone om te zien hoe technologie ons gedrag beïnvloedt (niet altijd ten goede).

Van der Vorst stelt dat het er op lijkt dat we vooral de grote technologiebedrijven helpen om nog meer geld, macht en data te vergaren. Hij waarschuwde ook voor een verkeerd gebruik van data. De meest waarde volle dingen zijn ook niet meetbaar. Data en algoritmes beperken ook onze keuzes. We krijgen op Netflix films aangeboden die aansluiten op ons kijkgedrag. Daardoor krijg je de neiging om steeds het zelfde type films te kijken. Verder bekritiseerde hij intransparantie van systemen. We weten niet waarom iets werkt. Terwijl we wel geloven dat AI kan redeneren. Uber chauffeurs zijn op die manier ‘vlees dat aangedreven wordt door een algoritme’. Rens van der Vorst gaf het voorbeeld van de CAPTCHA. Internetgebruikers moeten dagelijks aantonen aan een computerprogramma dat zij zelf geen robot zijn. Zij moeten dan bijvoorbeeld afbeeldingen met verkeerslichten selecteren, vakjes aanvinken of onduidelijke woorden overtypen. Daarom heeft Rens met zijn studenten de CEPTCHA ontwikkeld. Dit is een test die een beroep doet op typisch menselijke eigenschappen, zoals humor. Hiermee kun je bewijzen dat je een mens bent, in plaats van een robot.

Mensen horen te bepalen wat ze verwachten van technologie, niet omgekeerd. Je moet dus veel kritischer nadenken over technologie. Wat betekent het om mens te zijn. En gebruik dan technologie om jou te ondersteunen.

Hoe kun je dit bevorderen? Rens van der Vorst is in dit verband sceptisch over bewustwording. We weten vaak heel goed dat bepaalde technologie, zoals sociale media, donkere kanten heeft. Toch laten we ander gedrag zien. Daarom zouden we de ‘digitale Gremlin’ in ons zelf wakker moeten schudden. Dit concept houdt in dat kleine, slimme acties of ‘sabotages’ kunnen worden ingezet om ons te onttrekken aan de heerschappij van digitale technologie en grote technologiebedrijven.

Een voorbeeld van een ‘digitale Gremlin’ actie is het fotograferen van QR-codes op terrassen, om vervolgens bestellingen te doen als je niet op het terras zit. Van der Vorst stelt dat het terrasbezoek een ervaring is die juist draait om ontspanning en menselijke interactie, in tegenstelling tot de efficiëntie die QR-codes bieden. Verstoor het proces en de nadruk komt weer te liggen op menselijk contact. Persoonlijk heb ik trouwens liever menselijke interactie met degenen waarmee ik aan tafel zit. Ik gebruik liever een QR-code dan dat ik op een zomerse dag, terwijl ik smacht naar een Paulaner Hefe Weizen, op een vol terras de aandacht van een ober probeer te trekken die net altijd de andere kant op kijkt.

Een ander voorbeeld betreft de manier waarop we omgaan met Google. Van der Vorst suggereert dat we indirecte vragen aan Google stellen om onze privacy te beschermen. Door vragen te formuleren alsof ze over iemand anders gaan (‘Een vriend van mij heeft…’), krijgen we dezelfde antwoorden, maar blijft onze privacy gewaarborgd.

Van der Vorst gaf ook het voorbeeld van de invloed van gepersonaliseerde, maar niet persoonlijke communicatie van online winkels. Gepersonaliseerd is namens iets anders dan ‘persoonlijk’ (net als ‘suiker’ en ‘gesuikerd’). Hij gaf als voorbeeld een vrouw die bij het bestellen van producten de naam van het bedrijf als voornaam gebruikt (denk aan Zara of H.M). Vervolgens ontvangt zij mails van bedrijven waaraan zij kan zien van wie het bedrijf haar data heeft gekregen.

We moeten volgens Van der Vorst dus meer aandacht besteden aan menselijke interactie, en betere mensen worden. Wees kritisch op technologie, maar voor vooruitgang. Wij verdienen betere technologie. ‘Digitale gremlins’ zijn dan kleine, speelse acties die een grotere vraag stellen over de manier waarop digitale technologieën ons leven beïnvloeden en in hoeverre we nog controle hebben over onze digitale omgeving. Ze dagen ons uit om na te denken over de balans tussen efficiëntie en menselijkheid in het digitale tijdperk.

Internationaal XREATE project: Metaverse in educatieve context, digital twinning!

Deze sessie van Horizon College ging over een internationaal project XREATE waarin de Metaverse in educatieve context wordt gebruikt. Eerst ging men in op wat de Metaverse is. Vervolgens stond men stil bij XREATE. Dat is een internationaal gesubsidieerd project. Ze ontwikkelen twee onderwijsmodules in de Metaverse. Bijvoorbeeld alvast kennis maken met Gran Canaria als je daar stage wilt lopen, of een les op het gebied van burgerschap. Met een 3D camera maak je bijvoorbeeld een opname van een ruimte. De werking van de camera werd ook gedemonstreerd. Je kunt er zelfs een gebouw van 100 meter hoog mee scannen. Vervolgens lieten ze voorbeelden van omgevingen zien. Bijvoorbeeld een omgeving die in Coronatijd gebruikt werd om introducties te verzorgen voor aankomende studenten. In deze omgeving is bijvoorbeeld MS Teams  geïntegreerd om ook live voorlichting te geven. Of check deze omgeving van het Zuiderzeemuseum waar je dankzij toegevoegde informatiepunten extra informatie krijgt over gebouwen. Bouwopleidingen ontwikkelen bijvoorbeeld ook virtuele excursies van bouwplaatsen die niet breed toegankelijk zijn.
Verder zijn ze ingegaan op het belang van richtlijnen en afspraken te maken en om echt leeractiviteiten te creëren die niet een klaslokaal simuleren, maar echt passen bij een Metaverse. We hebben daarna gesproken in groepjes over mogelijkheden voor het onderwijs (zoals risicovolle leersituaties simuleren) en risico’s.

Wendbaar onderwijs bij Firda met de onderwijscatalogus van Educator       

Firda noemt flexibilisering het realiseren van wendbaar en responsief onderwijs. Zij gebruiken daar een onderwijscatalogus bij. Meer wendbaar en responsief onderwijs sluit nauw aan bij de visie van Firda. In 2026/2027 moeten alle nieuwe cohorten daarmee werken. Inspelen op een veranderende markt en aansluiten op verschillen tussen studenten zijn belangrijke drijfveren. Firda is echter een fusieschool. Dit betekent dus een omslag.

Een belangrijke stap is het ontwikkeling van leerroutes (afgerond met certificaat of diploma, leereenheden (5 weken of een veelvoud daarvan; met een leeruitkomst) en leeractiviteiten. Leereenheden hebben geen vaste studielast. Leereenheden zijn verplicht, of (niet)volgorderlijk of keuze. Leereenheden worden ook binnen domeinen afgesloten. Leereenheden zijn gebaseerd op een herkenbare beroepstaak of thema. Leereenheden kunnen ook worden benut bij meerdere leerroutes. Bij LLO kan een leerroute zelfs ook een leereenheid zijn. Wendbaarheid kan plaats vinden rond dimensies van flexibiliteit (waar, wanneer, hoe, wat etc). Het grofontwerp wordt nu gemaakt, het fijn ontwerp later.

De student schrijft zich in Eduarte in voor een leerroute en kiest vervolgens in Educator voor onderwijsactiviteiten. Dat zijn niet alleen leereenheden, maar kunnen ook leeractiviteiten kunnen zijn. Op basis daarvan krijgt de student een rooster in Xedule.
De catalogus is de bron van alle onderwijsgegevens. De gegevens worden op de kleinste eenheid gelabeld. Je OER is er een product van, binnen een LMS zie je de opbouw ook terug. Binnen de onderwijscatalogus bepaal je de leerroute, maar monitor je ook de voortgang. Binnen Educator ben je ook erg vrij om je workflow met rollen en rechten in te richten. Het gebruik van Educator vraagt m.i. wel om een duidelijke planning en gestructureerd werken.

Succesfactoren voor flexibel onderwijs bij mboRijnland

Deze presentatie ging over de aanpak van mboRijnland ten aanzien van de invoering van flexibel onderwijs, via vier fasen : richten,  inrichten, proberen en opschalen.
Richten doe je vanuit je visie en doelstellingen (inspelen op behoeften arbeidsmarkt, gepersonaliseerd en hybride onderwijs). In die fase heeft men ook een student journey vormgegeven, en bijvoorbeeld de propositie van flexibiliteit expliciet gemaakt. Gedeelde en realistische verwachtingen scheppen maakt daar ook deel van uit, evenals het formuleren van ambities ten aanzien flexibilisering.
Een sterke leiding die de rug recht houdt, is daarbij van groot belang. Je moet ook accepteren dat veranderen pijn doet. Commitment, heldere doelen en kwaliteit van het team zijn naast bestuurlijke verankering in deze fase belangrijke succesfactoren.
Bij inrichten ligt de focus niet op het waarom, maar op het wat en hoe. Zij hebben vijf modellen onderscheiden die hoofdkeuzen ten aanzien van versnellen, verlengen, verbreden en verdiepen bevatten. Het eerste model is het informatiemodel voor het onderwijs, voor groepen (o.a. roostering), voor processen (de MORA), een model voor applicaties en een model voor keuzes die studenten kunnen maken. Keuzes kun je maken ten aanzien van een opleiding of keuzedeel, ten aanzien van een leereenheid en keuzes ten aanzien van een leeractiviteit. Flexibiliteit is nu gerealiseerd op het niveau van de leereenheid. Een module is dan tien weken, bij voorkeur van 120 uur. Studenten volgen meerdere modules naast elkaar.
Succesfactoren bij inrichten zijn: gezamenlijke betrokkenheid en commitment (van onderwijs en ondersteuning) en de kwaliteit van afspraken en principes (bijvoorbeeld over standaarden). Ook is de kwaliteit van het ontwerpen van groot belang.
Proberen. Op dit moment is men pilots binnen zes pilotteams aan het uitvoeren. Ze doen dat op basis van vier scenario’s zoals versnellen en verlengen van een leertraject, en keuze ten aanzien van de manier van aanbieden. Zij adviseren ook om het maken van keuzes niet te ingewikkeld te maken.
Succesfactoren bij proberen zijn: keep it simple, gezamenlijke betrokkenheid en commitment, bereidheid om samen te leren, en kwaliteit van processen en procesuitvoering.

De fase van ‘opschalen’ is nog niet aangebroken. Ik ben heel benieuwd of het deze organisatie wel lukt om de kloof tussen de early adopters en de grote meerderheid wel te overbruggen. In veel gevallen mislukken dergelijke grootschalige onderwijsinnovaties namelijk in die fase.

Laat ChatGPT het examen niet maken?

Deze sessie werd verzorgd door medewerkers van ROC van Amsterdam-Flevoland. Zij starten met de stand van zaken bij hun ROC ten aanzien van generatieve AI en hoe zij met examinering omgaan. Zij hebben bijvoorbeeld algemene richtlijnen ten aanzien van generatieve AI opgesteld, inclusief aanwezigen voor examinering. Die aanwijzingen geven docenten handvatten. Verder hebben alle docenten en studenten toegang gegeven tot Bing Chat. Ook zijn ze bezig met een routekaart AI (ROC breed). Docentprofessionalisering op het gebied van AI neemt ook veel tijd in beslag. Maar er doen wel veel docenten aan mee. Daarnaast werken er AI ambassadeurs op het college van de sprekers. Deze enthousiastelingen hebben een account voor ChatGPT 4 gekregen en delen een keer per maand hun ervaringen. Dat liep storm.
Intern onderzoek laat ook zien dat docenten zijn bezorgd over de impact van generatieve AI op de integriteit van examens (64% is enigszins tot zeer bezorgd). Bijvoorbeeld wat is het beleid of hoe moeten we ermee om gaan? Vooral op MBO niveau 4 zijn zorgen.
De discussie gaat nu hoe men meer op proces kan beoordelen.
Daarna zijn we op basis van een casus met elkaar in gesprek gegaan. De casus bestond uit realistische examenopdrachten. Hoe moeten we daar nu mee omgaan nu studenten generatieve AI kunnen gebruiken. Hier zie je de cases en de uitkomsten van de gesprekken. Hier is

– de presentatie.

– de Copilot explainer voor docenten (met onder andere richtlijnen).

Op deze pagina vind je de digitale ‘goodiebag’ van deze conferentie, gevuld met veel goods for thought. Hier komen ook workshop-presentaties, keynote- en beeldmateriaal.

This content is published under the Attribution 3.0 Unported license.

Delen

2 reacties

  1. Mooi verslag weer Wilfred!
    Heb je niet gesproken dit keer 👋🏻

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.