Vijf manieren waardoor je met online leren de plank mis kunt slaan

Het Canadese Contact North heeft een tijdje geleden de bijdrage Five Ways Online Learning Can Turn Into an Unmitigated Disaster gepubliceerd. Daarin levert men kritiek op -wat zij noemen- ‘emergency remote learning’, het op ad hoc basis en overhaast overstappen van fysiek onderwijs naar online onderwijs, zoals dat tijdens de coronacrisis heeft plaatsgevonden.

Ik ben zelf terughoudend in iets een ‘regelrechte ramp’ te noemen. De vijf manieren waarmee je volgens Contact North de plank met online leren flink kunt misslaan, zijn echter herkenbaar:

  1. Gebrek aan theorie, onderzoek en planning. Onderwijsinstellingen hebben het afgelopen jaar overleefd door op ad hoc basis online onderwijs aan te bieden. Succesvol online leren vergt echter vele jaren van theoretiseren en empirisch onderzoek, een zorgvuldige overweging van de relatie kosten, toegang, en kwaliteit, enzovoorts. Je moet nadenken over sociale aspecten, cognitieve aspecten en didactische aspecten.  Het gaat om het kiezen van een juiste mix van technologieën en vormen van ‘presence‘ (social, teaching, cognitive). Verdiep je dus in de rijke geschiedenis, theorieën en empirisch onderzoek die aan de basis liggen van succesvol online onderwijs.
  2. Sluipend digitaal toezicht. Doordat we meer online leren zijn gaan toepassen, beschikken we over meer gegevens, diverse gegevens, snel veranderende gegevens en fijnmazige gegevens. Veel van deze gegevens worden opgeslagen bij of via ed tech bedrijven. Er wordt niet altijd even zorgvuldig nagedacht over wie toegang mag hebben tot deze gegevens en hoe deze gegevens mogen worden gebruikt. Tijdens de coronacrisis zijn ten aanzien van het gebruik van leertechnologie pragmatische beslissingen genomen, waarbij privacy op de tweede plaats kwam. Naar mijn ervaring verschilt dit trouwens sterk per onderwijssector. Binnen het Nederlandse hoger onderwijs, is mijn ervaring, wordt hier over het algemeen zorgvuldig mee omgegaan. Bedrijven op het gebied van gegevensanalyse bieden niet alleen een gedetailleerde analyse van het gedrag van lerenden (en soms van medewerkers), maar doen ook voorspellingen over de gevolgen van dit gedrag. Het is van belang om kritisch na te denken over de morele grenzen van het toezicht op het gedrag van lerenden. Docenten en andere medewerkers moeten inzicht krijgen in de veronderstellingen en overtuigingen die aan het verzamelen en gebruiken van data ten grondslag liggen.
  3. Ingebed wantrouwen. Succesvol online leren vereist onderhandelen over een sociaal contract tussen de instelling, docenten en lerenden. Online onderwijs en leren brengen ook kwetsbaarheden, privacyproblemen en vertrouwenskwesties aan het licht. Wanneer instellingen online leren toepassen, ervaren managers en docenten een verlies aan controle. Zij vragen zich af hoe wij weten dat lerenden leren en het personeel werkt? Als gevolg daarvan moesten docenten en lerenden hun camera’s aanzetten tijdens virtuele bijeenkomsten. Er werden nieuwe vormen van rapportage gebruikt, bijvoorbeeld over aanwezigheid. Lerenden moesten veel opdrachten inleveren om te controleren of ze leerden. Er was weinig flexibiliteit of begrip als ze niet op tijd konden inleveren. Online proctoring werd gebruikt om te controleren en te rapporteren hoe lerenden zich gedragen tijdens een beoordeling. Er was vaak geen tijd om te onderhandelen over privacy en vertrouwenskwesties wanneer ‘emergency remote learning’ op afstand werd toegepast.
  4. Toegenomen (digitale) ongelijkheid. Online leren kan bijdragen aan de mythe dat we allemaal gelijk en verbonden zijn, dat we onbeperkte en betaalbare toegang tot het internet hebben, en dat we ons persoonlijke leven en onze leefruimte met anderen willen delen. De pandemie illustreerde wat velen in online leeromgevingen vaak vergeten: de intergenerationele uitdagingen waarmee veel lerenden en medewerkers worden geconfronteerd. Er is sprake van grote sociale ongelijkheid. Daardoor durfden lerenden bijvoorbeeld niet altijd hun camera aan te zetten. De leefomgeving wordt er zichtbaar door. Ook bleek dat lerenden daardoor lang niet altijd over passende voorzieningen beschikten om aan online leren te doen. Bij het ontwerp van online cursussen zul je hiermee rekening moeten houden, onder meer door te kiezen voor met name asynchrone leeractiviteiten en lage bandbreedte in plaats van synchrone leeractiviteiten en hoge bandbreedte opties.
  5. Beoordelen zonder integriteit. Het is belangrijk de integriteit van de beoordeling te bewaken. De overstap naar ‘emergency remote learning’, en de haast waarmee instellingen de integriteit van examens probeerden te waarborgen, leidde tot vragen rond privacy, algoritmische bias en toestemming. De haast waarmee instellingen op zoek gingen naar oplossingen om de integriteit van examens te waarborgen houdt verband met de noodzaak van kwaliteitsborging, accreditatie en de reputatie van de instelling. De noodzaak om in korte tijd online onderwijs toe te gaan passen, rechtvaardigt echter geen ondoordachte beslissingen.

This content is published under the Attribution 3.0 Unported license.

Delen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

* Checkbox GDPR is verplicht

*

Ik ga akkoord