Wat betekent het om innovatief te zijn?

Volgens Carl Hooker heeft het World Economic Forum onlangs zijn “Top 10 Job Skills of the Future” bijgewerkt die de vaardigheden beschrijven die toekomstige werknemers in 2025 nodig zullen hebben. Deze update omvat nu ook “analytisch denken en innovatie“. Hooker reflecteert op wat innovatief zijn eigenlijk betekent. En wat de implicaties voor scholen zouden moeten zijn.

InnovationOnderwijsinstellingen richten zich volgens de auteur meer op conformiteit en naleving, in plaats van innovatie en het nemen van risico’s. Hij stelt onder meer dat risico’s nemen en fouten durven maken, innovatie en creativiteit mogelijk maken. Je hebt volgens hem daarvoor ook meer open concepten en probleemgestuurd leren nodig. Binnen het huidige onderwijs is daar weinig ruimte voor, zo meent Hooker. In zijn bijdrage verkent hij eerst blokkades voor creativiteit en innovatie:

  • Tijd en werkdruk. Hooker wijst daarbij vooral naar de druk die centrale toetsen veroorzaken.
  • Ondersteuning. Een gestructureerde, op aanpassing gerichte omgeving, ondersteunt innovatief denken niet.
  • Angst. Angst om anders te denken, angst voor het onbekende, angst om je werk niet goed te doen, angst om kostbare tijd te verspillen.

Vervolgens schetst Hooker een manier om meer aandacht te besteden aan innovatief denken binnen het onderwijs. Dat begint met het erkennen dat echte innovatie risico’s en mislukkingen impliceert. Een andere belangrijke stap is de erkenning dat opdrachten van de overheid, financieringskwesties en traditioneel denken belemmerend kunnen werken. Kleine mogelijkheden creëren om risico’s te nemen en te falen schept volgens Hooker de sfeer voor innovatief denken. Belangrijke handreikingen zijn:

  • Stel vragen in plaats van antwoorden te vertellen. Er is volgens de auteur geen “juiste manier” om een taak af te handelen. Vertel lerenden niet hoe ze iets stap voor stap moeten doen, maar stel hen vragen. Lerenden het antwoord laten verkennen en raden creëert volgens Hooker een omgeving waarin zij zich op hun gemak voelen om kleine risico’s te nemen en vragen te stellen.
  • Creëer gezamenlijke uitdagingen voor het nemen van risico’s. Er bestaan grote psychologische verschillen tussen het nemen van een risico waar iedereen bij is en het samen nemen van een risico. Activiteiten van vijf minuten waarbij leerlingen (en leerkrachten) risico’s nemen, stimuleren volgens hem een omgeving van innovatie en creativiteit.
  • Leren vindt plaats via een iteratieve cyclus. Ontwerpen, bouwen, testen, aanpassen. Het gebruik van een iteratieve cyclus om te leren is volgens Hooker de sleutel tot het creëren van een echt innovatieve omgeving. Lerenden worden aangemoedigd om prototypes van een oplossing vele malen te ontwerpen, te bouwen en te testen. Dit moedigt inherent ook het nemen van risico’s en falen aan, omdat er geen negatieve perceptie is van het maken van fouten. Het proces is vaak belangrijker dan het product.
  • De antwoorden op het leven staan niet achter in een tekstboek. Als schoolleiders de stap willen zetten van innovatief in naam naar innovatief in de praktijk, moeten ze zich volgens Carl Hooker eerst realiseren welke rol het nemen van risico’s en mislukkingen spelen. Ruimte geven voor het stellen van vragen, fouten maken, nadenken over mislukkingen en het creëren van gezamenlijke ervaringen met het nemen van risico’s zullen volgens Carl Hooker onderwijsinstellingen helpen om innovatie te bevorderen.

Mijn opmerkingen

  • Carl Hooker gebruikt de termen ‘innovatie’, ‘creativiteit’ en ‘risico’s nemen’ te gemakkelijk door elkaar. Een echte definitie van ‘innovatie’ ontbreekt naar mijn mening. Bij innovaties gaat het normaliter om een nieuw of significant verbeterd product, proces, organisatiemethode of organisatie, die zelf is ontwikkeld door of die een significante impact heeft op de activiteiten van een organisatie en/of andere belanghebbenden.
  • Al decennia lang krijgen onderwijsinstellingen het verwijt om vooral conformiteit na te streven. Ivan Illich pleitte mede daarom begin jaren zeventig al voor ‘ontschoolsing’. De werkelijkheid is echter veel genuanceerder. Ook dat weten we al heel lang.
  • Carl Hooker miskent m.i. dat er vaak wel sprake is van een juiste manier van het oplossen van een taak. Je verspilt veel tijd als je lerenden steeds zaken laat uitproberen. Als lerenden niet over voorkennis beschikken, dan is dat ook niet effectief.
  • De ’skills’ die het Wereld Economisch Forum onderscheidt, zijn m.i. lang niet altijd op elke werknemer van toepassing. Bovendien ben je als werknemer niet continue bezig met innoveren. Je zou daar volgens mij ook gek van worden.
  • Je leert van fouten. Maar je hebt niet geleerd als je steeds dezelfde fouten maakt. Er moet dus ruimte zijn voor het maken van fouten. Daar moet echter niet voortdurend sprake van zijn. Bovendien is dit contextgebonden. In gevaarlijke praktijksituaties kun je beter geen fouten maken. Voorbereiding in een gesimuleerde omgeving is dan van belang.
  • Je kunt innovatie m.i. prima binnen bestaande curricula integreren. De voorbeelden die Hooker geeft, illustreren dat ook. Het is ook de vraag of centrale toetsen de hoofdoorzaak van werkdruk zijn.

Innovatief zijn is belangrijk, maar geen doel op zich. Innovatief zijn vraagt een open houding, ontwikkelingen in de omgeving verkennen, een duidelijk en concreet beeld hebben van de toekomst, cyclisch werken, reflecteren, feedback vragen en verwerken, onderzoeken. Een kritische blik is ook essentieel. Wat is het probleem? Voor wie is dat een probleem? Draagt de innovatie waarschijnlijk/daadwerkelijk bij aan het probleem? Wat zegt onderzoek over de innovatie? Zijn er alternatieven?

This content is published under the Attribution 3.0 Unported license.

Delen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

* Checkbox GDPR is verplicht

*

Ik ga akkoord

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.