De gevolgen van COVID-19 voor drie aspecten van het Europese hoger onderwijs

De Europese Unie heeft onlangs een analyse gepubliceerd van de gevolgen van  COVID-19 op het hoger onderwijs in Europa. Drie thema’s krijgen daarbij speciale aandacht: onderwijs en leren, de sociale dimensie van hoger onderwijs (d.w.z. het effect op achtergestelde doelgroepen) en studentenmobiliteit.

De auteurs hebben gebruik gemaakt van veertien “rapid-response surveys” en een literatuurstudie. Zij maken een onderscheid in drie niveaus van impact:

  • Onmiddellijk (bestaande studiejaar).
  • Korte termijn (komende studiejaar).
  • Middellange termijn (rond 2025).

Behalve bevindingen, formuleren de auteurs ook aanbevelingen. De samenvatting beslaat trouwens bijna een derde van het rapport.

Een paar opvallende zaken uit het rapport:

  • Er was sprake van “emergency remote teaching” waarbij het bestaande onderwijs is omgezet in een digitale variant, zonder veranderingen op het gebied van curriculum of didactiek.  De belangrijkste vorm van onderwijs tijdens de pandemie aan de Europese universiteiten waren colleges via live-streaming (74,6 %), presentaties die aan studenten worden verstrekt (44,5 %) en asynchrone vooraf opgenomen colleges die online beschikbaar waren via video (32,1 %) of audio (20,6 %).
  • Bijna de helft van alle studenten denkt dat hun leerprestaties slechter zijn geworden dankzij het ‘Corona-onderwijs’. Meer dan de helft van de ondervraagde studenten ervaart een grotere werkdruk sinds de overgang naar online onderwijs. Sommige studenten ervaren problemen met toegang tot online communicatiemiddelen. Zij ervaren ook een tekort op het gebied van digitale vaardigheden. Studenten ervaren ook problemen op het gebied van het psychologisch en emotioneel welzijn. Zij hebben vaak te maken met negatieve emoties zoals verveling, angst, frustratie en woede.
  • Er zal op middellange termijn veel aandacht geschonken moeten worden aan ondersteuning van medewerkers en studenten (voorbereiden op online leren, voorkomen van voortijdige uitval, digitale vaardigheden, aanpassen curricula en didactiek).  De auteurs adviseren o.a. gebruik te maken van multidisciplinaire teams, bestaande uit didactische en technologische specialisten, om docenten te ondersteunen bij de voorbereiding en uitvoering van online onderwijs. Zij pleiten voor toegankelijke en gebruiksvriendelijke advisering en begeleiding voor studenten om passende oplossingen te vinden voor uitdagingen op het gebied van studeren, gezondheid en loopbaan.
  • De auteurs pleiten voor het vaststellen van nieuwe regels voor kwaliteitsborging en erkenning van kwalificaties in de context van online leren op afstand, inclusief bepalingen voor het waarborgen van ‘academische integriteit’.
  • De bestaande ongelijkheid binnen het onderwijs is dankzij de transitie naar emergency remote teaching waarschijnlijk nog vergroot door een gebrek aan toegang tot leermiddelen, het ontbreken van een geschikte leeromgeving thuis en onvoldoende steun van de ouders. Het effect is een geringere toegang tot en participatie in het hoger onderwijs van ondervertegenwoordigde, kansarme en kwetsbare groepen.
  • Wet- en regelgeving moeten onderwijsinstellingen in staat stellen flexibel te handelen en passende oplossingen te vinden om deze omstandigheden te kunnen hanteren. Daarnaast zouden studenten uit achtergestelde groepen financiële ondersteuning moeten krijgen, en ondersteuning bij het studeren.
  • Er is op middellange termijn veel onzekerheid als het gaat om deelname van studenten uit andere landen aan het hoger onderwijs. Het aandeel ‘internationale studenten’ is op korte termijn in elk geval flink afgenomen.
  • Het risico bestaat dat COVID-19 desastreuze gevolgen heeft voor het hoger onderwijs in de hele wereld. Denk daarbij aan grote financiële bezuinigingen van de overheid, aanzienlijke verliezen van collegegelden, mogelijke sluitingen van bepaalde instellingen voor hoger onderwijs, en negatieve effecten op deelname van achtergestelde groepen (minder toegang en meer voortijdige uitval). Tegelijkertijd biedt de COVID-19-pandemie volgens de auteurs de gelegenheid om kritisch na te denken over de wijze waarop het hoger onderwijs wordt georganiseerd en verzorgd. Creatieve oplossingen en alternatieve mogelijkheden voor het hoger onderwijs van de toekomst kunnen worden voorbereid. Voorbeelden zijn dan het gebruik van online leren om leren te versterken en de organisatie van het onderwijs te innoveren, de mogelijkheid om creatieve benaderingen van internationalisering toe te passen (virtuele mobiliteit en internationalisering thuis) en de kans om meer prioriteit te geven aan de toegankelijkheid van het hoger onderwijs.

This content is published under the Attribution 3.0 Unported license.

Delen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

* Checkbox GDPR is verplicht

*

Ik ga akkoord