Het veranderende landschap van online onderwijs als gevolg van de Coronacrisis

COVID-19 heeft bijgedragen aan een versnelde en ingrijpende verkleining van de digitale kloof. Dat concluderen Quality Matters en Eduventures Research. Zij hebben 422 ‘chief online officers’ van Amerikaanse colleges en universiteiten bevraagd naar de gevolgen van COVID-19 voor de toekomst van online onderwijs. Volgens mij is de financiële kloof tussen instellingen echter gegroeid als gevolg van deze veranderingen.

Campus Technology focust zich in hun bijdrage over dit rapport op veranderingen in investeringen in leertechnologie. Zevenentachtig procent van de Amerikaanse instellingen voor hoger onderwijs past nu videoconferencing toe. Dit percentage was voor ‘Corona’ nog 51%. Verder is het gebruik van videoplatforms in twee jaar tijd toegenomen van 44 naar 60%, terwijl tools voor het bewaken van de integriteit van beoordelingen -zoals online proctoring- nu door 49% wordt gebruikt (een stijging van 20% in twee jaar tijd). Andere stijgers zijn:

  • Tools voor toegang: van 42% in 2019 naar 51% in 2021
  • Tools voor het ondersteunen van studenten zoals online studie-oriëntatie of training in het gebruik van het LMS : van 32% in 2019 naar 43% in 2021
  • Open educational resources: van 15% in 2019 naar 25% in 2021
  • Virtuele labs en simulaties: van 11% in 2019 naar 28% in 2021

Het LMS werd in 2019 al door 93% van de organisaties gebruikt. Inmiddels bedraagt dit percentage 96%.

Volgens Campus Technology verwachten de analisten dat veel leertechnologieën uiteindelijk in elk geval gedeeltelijk door 80% van de onderwijsinstellingen gebruikt zal worden. Videoconferencing en het LMS zullen door praktisch alle instellingen geheel of gedeeltelijk worden gebruikt, verwacht men.

Andere veranderingen

Het rapport zelf gaat ook nog in op andere gevolgen van COVID-19 voor onderwijsinstellingen. Zo is het aantal inschrijvingen voor bacheloropleidingen afgenomen, met name onder oudere studenten en studenten uit achtergestelde groepen. Het aantal masterstudenten is daarentegen toegenomen. Verder zijn naar verhouding iets minder studenten geslaagd, onder andere doordat deadlines zijn uitgesteld.

Verder besteedt het rapport aandacht aan de gevolgen voor het collegegeld (in zo’n 64% van de gevallen gelijk gebleven) en voor additionele ondersteuning voor studenten (63% van de instellingen hebben die gegeven). Zesenvijftig procent van de instellingen hebben laptops en tablets ter beschikking gesteld aan studenten die hier niet over beschikten. De grote meerderheid van de respondenten vindt het verstrekken van apparaten en toegang tot computers buiten de campus echter niet als een belangrijke toekomstige verantwoordelijkheid.

Deze acties hebben er in elk geval voor gezorgd dat lerenden uit achtergestelde groepen betere toegang hebben gekregen tot digitale technologie. De digitale kloof is daardoor in elk geval tijdelijk verkleind. Ooit moeten deze apparaten namelijk weer vervangen worden.

De analisten nemen ook een aanzienlijke toename van de toepassing van kwaliteitsnormen voor online-onderwijs waar.

Verwachtingen voor de toekomst

De respondenten, inclusief van instellingen die voorheen weinig aan online onderwijs deden, verwachten dat het gebruik van online onderwijs ook na de pandemie zal toenemen. Zij verwachten onder meer dat synchroon online leren een grotere component zal gaan uitmaken van online onderwijs.

De ervaringen met online onderwijs tijdens de Coronacrisis leidt er bij een meerderheid van de instellingen (57%) toe dat zij hun strategische prioriteiten op dit terrein gaan herbezien. Dit leidt waarschijnlijk tot een uitbreiding van online onderwijs. Ook hebben de ervaringen geleid tot een positiever beeld van de effectiviteit van online onderwijs.

Tenslotte geven respondenten aan te willen werken aan meer flexibiliteit; studenten zouden vaker moeten kunnen kiezen tussen verschillende vormen van onderwijs, waaronder van online en ‘simultane’ modellen (een deel van de studenten neemt face-to-face deel, een deel online).

Mijn opmerkingen

  • Quality Matters en Eduventures Research hebben ‘chief online officers’ bevraagd. Ik vraag me af of zij ook de mening van docenten en lerenden hierin representeren.
  • Het Amerikaanse hoger onderwijs is lastig te vergelijken met het Nederlandse hoger onderwijs en al helemaal met het middelbaar beroepsonderwijs en voortgezet onderwijs. Amerikaanse studenten betalen veel hogere collegegelden, moeten meer schulden maken en verder reizen om te studeren. De kwaliteitsverschillen tussen de onderwijsinstellingen zijn groot. De toegankelijkheid voor achtergestelde groepen is beroerder dan in ons land. Dit maakt dat online onderwijs voor veel studenten in de VS een aantrekkelijker alternatief is. In ons land zullen instellingen eerder kiezen voor een blended variant. De leerervaringen tijdens de pandemie kunnen daar wel een impuls aan geven.
  • De verschillen in financiële draagkracht tussen Amerikaanse onderwijsinstellingen zijn groot. Doordat onderwijsinstellingen veel meer zijn gaan investeren in leertechnologie, zullen met name de armere instellingen op andere posten moeten bezuinigen. Dat is geen goed nieuws. Een alternatief is om scherper op prijs te selecteren. Dat kan wel betekenen dat rijkere instellingen over meer geavanceerde en wellicht kwalitatief betere leertechnologie gaan beschikken dan armere instellingen.

Garrett, R., Simunich, B., Legon, R., & Fredericksen, E. E. (2021). CHLOE 6: Online Learning Leaders Adapt for a Post-Pandemic World, The Changing Landscape of Online Education, 2021. Gehaald van de Quality Matters website: qualitymatters.org/qa-resources/resource-center/articles-resources/CHLOE-project (je moet je gegevens invullen om het rapport te kunnen downloaden).

This content is published under the Attribution 3.0 Unported license.

Delen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

* Checkbox GDPR is verplicht

*

Ik ga akkoord