Hoe leerzaam is mobiele technologie voor leren?

Spoiler alert: deze blogpost geeft geen antwoord op deze vraag. Deze vraag wordt namelijk dikwijls niet gesteld -en beantwoord- in onderzoek naar het gebruik van mobiele telefoons (inclusief smartphones), tablets en ‘wearbles’ voor leren.

Ik kan me nog herinneren dat het gebruik van laptops voor leren nog onder ‘mobile learning’ werd geschaard. Sinds mobiele telefoons (in het bijzonder smartphones) en tablets massaal worden gebruikt (en in mindere mate ‘wearables’), wordt alleen nog het gebruik van deze apparaten tot mobile learning gerekend.

Het tijdschrift Contemporary Educational Psychology heeft onlangs een speciale editie over dit onderwerp uitgegeven. Zij hebben de befaamde Richard E. Mayer (bekend van de multimediaprincipes) gevraagd een commentaar te schrijven. Het resultaat is de bijdrage Where Is the Learning in Mobile Technologies for Learning? (Helaas niet vrij toegankelijk).

Mayer stelt dat mobiele technologie de potentie heeft tijd-en plaatsonafhankelijk leren te faciliteren, om gepersonaliseerde monitoring en advies te bieden en om micro-learning mogelijk te maken (kleine afgebakende eenheden bestuderen).

Mayer bespreekt in deze bijdrage zeer summier de resultaten van de andere onderzoeksartikelen in deze special. In één van de bijdragen constateren de auteurs bijvoorbeeld een correlatie tussen zelfeffectiviteit en “behavioral engagement”. In een andere bijdrage concluderen de onderzoekers dat lerenden de technologie met plezier gebruikten, en dat de mate van plezier die lerenden hadden bij het gebruik van de technologie, in verband werd gebracht met het waargenomen succes van het leren. Echter, stelt Mayer:

As there was no measure of learning outcome, it is not possible to determine whether using the app caused improvements in learning outcome.

Mayer constateert dat de bijdragen geen direct verband leggen met de centrale vraag hoe leren met mobiele technologie kan worden bevorderd. Vier van de vijf papers in de speciale editie hanteren zelfs geen objectieve maatstaf voor ‘leerresultaat’. Hij meent dat we bij onderzoek naar mobiele technologie vaak niet de juiste vragen stellen. Deze vragen zouden volgens Mayer betrekking moeten hebben op:

  • Het vergelijken van media: leren lerenden effectiever met behulp van mobiele technologie dan met conventionele media? Onderzoek laat zien dat dit niet altijd het geval is. Maar bijvoorbeeld wel dat lerenden meer gemotiveerd zijn om te leren (wat overigens vaak een tijdelijk effect is). Het komt ook voor dat onderzoek laat zien dat lerenden meer gemotiveerd zijn, maar dat resultaten op een toets minder goed zijn in vergelijking met een desktopcomputer. Dat is bijvoorbeeld het geval bij twee onderzoeken naar VR-toepassingen. Mayer stelt dat afleiding hierbij mogelijk een negatief beïnvloedende rol speelt.
  • Welke educatieve eigenschappen van mobiele technologie, bevorderen het leren? Bij tablets kunnen lerenden meer interacteren (zoals in- en uitzoomen). Dit werkt positief voor de interesse, maar heeft geen invloed op de leerresultaten.
  • Onder welke omstandigheden bestuderen leerinhoud met behulp van mobiele technologie beter dan met conventionele media? Daarmee doelt Mayer op de doelgroep, de leerinhoud en de context (leer je met mobiele technologie beter thuis dan op school).

Mayer formuleert daarom zes criteria voor toekomstig onderzoek naar mobiele technologie voor leren.

  1. Focus je op leeruitkomsten.
  2. Focus op de onderwijsmethoden die door mobiele technologie worden geboden in plaats van op de technologie op zich.
  3. Focus op wetenschappelijk rigoureuze experimenten.
  4. Focus op een wetenschappelijke houding in plaats van op belangenbehartiging.
  5. Focus op relevante theorieën over leren en motivatie.
  6. Gebruik mobiele technologie als onderzoeksinstrument.

Mijn opmerking

Volgens mij moet je niet alleen naar de impact op leerresultaten kijken, maar ook naar andere voordelen zoals aantrekkelijkheid en efficiëntie. Als mobiele technologie niet leidt tot betere leerresultaten maar lerenden wel in staat stelt hun tijd beter te benutten, dan kan het gebruik van mobiele technologie in plaats van gewone computers ook gerechtvaardigd zijn. Bovendien is mobiele technologie voor veel lerenden beter toegankelijk dan andere technologie (ik denk bijvoorbeeld aan Afrikaanse landen). Als mobiele technologie echter beduidend minder effectief blijkt te zijn dan conventionele technologie, dan zou dat in alle gevallen te denken moeten geven.

Mayer, R.E., Where Is the Learning in Mobile Technologies for Learning?,
Contemporary Educational Psychology (2019), doi: https://doi.org/10.1016/j.cedpsych.2019.101824

This content is published under the Attribution 3.0 Unported license.

Wilfred Rubens (1964) currently works as an independent consultant, project leader, blogger and teacher in the field of technology enhanced learning. He leads innovative projects, he provides advice, keynotes, presentations, workshops and classes about technology enhanced learning. Wilfred has been professionally involved in e-learning for more than 20 years. For more than 15 years he blogs about ICT and learning. He is (co-)author of a book about elearning trends and developments (in Dutch), and a book about social learning. Wilfred is also one of the editors of the Dutch portal e-learning.nl, member of the advisory board of the anual Dutch Next Learning conference and member of the advisory board of the ONLINE EDUCA BERLIN. wilfred@wilfredrubens.com http://www.wilfredrubens.com

Tags: , , , ,
Top

%d bloggers liken dit: