Hoe MOOCs hebben bijgedragen aan onderwijsinnovatie

Tanja de Bie en Leontine van Melle van de Universiteit Leiden blikken terug op tien jaar massive open online courses. Hoe heeft de relevantie van MOOC’s zich in die tijd ontwikkeld? Welke kansen en leerervaringen heeft deze trend voor de universiteit opgeleverd?

Kernpunten uit deze reflectie zijn wat mij betreft:

  • MOOCs hebben Gartner’s hypecycle doorlopen: van overspannen verwachtingen, naar een punt waarop MOOCs (m.i. ten onrechte) ‘dood’ zijn verklaard naar de fase van heropleving (en productiviteit).
  • Sinds 2013 heeft de Universiteit Leiden 35 MOOCs, tientallen Small Private Online Courses (SPOC’s) en ‘Flip the Classrooms’ ontworpen. Tijdens de Coronapandemie heeft de universiteit korte tijd volledig online onderwijs verzorgd.
  • MOOCs hebben er aan bijgedragen dat de Universiteit Leiden een veel breder publiek heeft bereikt.
  • De universiteit deelt de nieuwste onderzoekskennis open om innovatie te stimuleren en gebruikt MOOC’s om nieuw onderzoek te doen. Dankzij MOOCs heeft men kennis ontwikkeld over het verzorgen van online onderwijs en zijn richtlijnen voor kwaliteitsborging bij het ontwerpen van online onderwijs opgesteld. Het verzorgen van MOOCs heeft de Universiteit Leiden ook voorbereid op de het plotseling moeten overstappen op online leren op afstand tijdens de pandemie.
  • Deze ontwikkeling is een voorbeeld van hoe je innovatie-experimenten moet opschalen.
  • De aard van MOOCs is veranderd. Zij hebben in feite een impuls gegeven aan ook minder grootschalige en ‘open’ vormen van online leren in het algemeen en blended learning. Mede hierdoor is nu sprake van een levensvatbaar businessmodel.
  • Dankzij betaalde geverifieerde certificaten, de ontwikkeling van specialisaties en zelfs volledige online masters, is nu sprake van een intensievere samenwerking met het bedrijfsleven. De online cursussen richten zich nu vooral op het aanleren van vaardigheden voor professionals, vooral in het bedrijfsleven, de gezondheidszorg en de datawetenschappen. Zij zijn dus vooral belangrijk voor een leven lang leren.
  • De didactische formats van online cursussen zijn in de loop der jaren veranderd. Het community-aspect is bijvoorbeeld nagenoeg verdwenen. Dat is mede veroorzaakt doordat er minder gebruik wordt gemaakt van synchroon online leren en meer van asynchroon online leren.
  • De Universiteit Leiden is gestopt met vrijwilligersprogramma’s toen het bedrijfsmodel van Coursera -waar de universiteit bij is aangesloten- veranderde in meer winstgerichtheid.
  • De rol van de docenten is veranderd. Zij zijn minder actief betrokken bij de uitvoering, maar zijn dankzij meer gebruikersvriendelijke auteursomgevingen actiever op het gebied van het ontwikkelen van content voor online cursussen. Begeleiding bij de kwaliteit van het didactisch en mediaontwerp blijven nog steeds van belang.

Tanja de Bie en Leontine van Melle zijn, zo te lezen, erg enthousiast over deze ontwikkeling bij de Universiteit Leiden. Mooi om te lezen hoe deze ontwikkeling heeft bijgedragen aan onderwijsinnovatie.
Ik had bij een terugblik op tien jaar MOOCs echter wel een wat meer kritische reflectie verwacht. Was tijdens de Coronapandemie bij de Universiteit Leiden namelijk geen sprake van “emergency remote teaching“? En indien ja: hoe kan het dat de geleerde lessen van het werken van MOOCs in die situaties weinig invloed hebben gehad? Ervaart de universiteit geen beperkingen ten aanzien van asynchroon online leren (bijvoorbeeld meer uitval)? Heeft de commercialisering van het aanbod geen beperkingen (zoals de realisatie van een meer beperkt aanbod)?

This content is published under the Attribution 3.0 Unported license.

Delen

Een reactie

  1. Goede vragen Wilfred! Ik had ook de vraag over effectiviteit – gezien er zoveel mensen uitvallen. En de vraag of het wegvallen van het community aspect niet meer komt door kosten reduceren dan uit effectief ontwerp om deelnemers te laten leren.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

* Checkbox GDPR is verplicht

*

Ik ga akkoord