Logistieke innovaties en onderwijs #cvimc

Kunnen ontwikkelingen op het gebied van logistiek inspiratie bieden voor onderwijslogistiek? Ja. Weet men ook al hoe? Nog niet.

Iris Vis van de Rijksuniversiteit Groningen ging in op logistieke uitdagingen binnen het onderwijs. Zij is thuis in de logistiek, maar houdt zich onderzoeksmatig ook bezig met flexibilisering en personalisering van het onderwijs en de impact op logistiek.

Iris vertelde over de grote impact die internettechnologie heeft gehad op de logistiek.
Dankzij internettechnologie kunnen vandaag bestelde producten heel snel in huis zijn. Je wilt als klant bepalen wanneer iets bezorgd wordt, en bij voorkeur in één keer. Dat leidt tot de volgende mogelijkheden:
Webshop -> centraal magazijn -> thuis
Webshop -> winkel -> thuis

Waar haal je het product vandaan, hoe bezorg je het thuis (fietskoeriers, pakketboot, bus)? Als dienstverlener moet je nadenken over die modaliteiten. Maar je moet ook nadenken over zaken als kosten en duurzaamheid (lege bussen vervuilen).

Andere ontwikkelingen zijn:

  • Crowdsourcing: laat klanten de bestelling meenemen? Mensen worden ‘assistent-logistiek dienstverlener’. Via een app kun je je daar voor aanmelden.
  • Drones. Daar wordt ook mee geëxperimenteerd. Interessant voor afgelegen gebieden.
  • Zelfrijdende voertuigen.Via een SMS-code maak je een kluisje open waar jouw product in ligt.
  • Leidingnet. Vergelijk het met de buizenpost van vroeger. Dat betekent wel ingrijpende aanpassingen van de fysieke omgeving.

Nieuwe modaliteiten impliceren ook andere processen. Hoe kom je tot een goed logistiek ontwerp? Welke doelen streef je na? Welke keuzes en afwegingen maak je? Met welke randvoorwaarden heb je te maken? Deze vragen liggen ten grondslag aan je ontwerp.

Hoe gaan we bijvoorbeeld de vraag voorspellen? Willen klanten een product binnen een dag hebben? Kun je bijvoorbeeld bij voorbaat producten verspreiden? Big data spelen daarbij een rol. Nespresso kan bijvoorbeeld jouw koffiedrinkgedrag voorspellen, en daar op inspelen. Als je een nauwkeurig idee hebt van de vraag, dan kun je anticiperen. Kun je aan twitterdata bijvoorbeeld zien dat een boek populair wordt?

Welk transportmiddel willen we gebruiken, hoeveel voorraad willen we hebben? Hoe maken we een planning voor de aflevering? Welke capaciteit hebben we om te kunnen bezorgen?

Waar gaan we deze dienst aanbieden? Meteen landelijk of voeren we stapsgewijs in? Denk aan de bezorgservice van AH? Zij hebben dat geleidelijk ingevoerd.
Hoe weten we of iets een succes is? Wat zijn prestatiematen? Kosten, klanttevredenheid, werkomstandigheden, personeel, duurzaamheid, veiligheid? Neem diverse facetten mee, voordat je een ontwerp gaat maken.

Elke organisatie is uniek en maakt zijn eigen business case. Verder geldt dat een hogere dekkingsgraad leidt tot een eenvoudiger verlopende distributie.

Volgens Vis zijn hierbij veel parallellen met logistiek in het onderwijs te trekken. Scholen willen gepersonaliseerd onderwijs realiseren, maar lopen aan tegen de organiseerbaarheid.

De lerende is dan de evenknie van de klant, al gaf zij ook een voorbeeld van roostering waarbij de lerende toch eigenlijk als ‘product’ werd beschouwd.

Iris Vis schetste ook de ontwikkeling waarbij de productie van push naar pull gaat. Massaproductie past daar niet meer goed bij. 3D-printers zorgen er zelfs voor dat je geen onderdelen meer op voorraad hoeft te hebben.

Je wilt exact maken wat de klant wil, op het juiste moment, zonder verspillingen. Je wilt als bakker aan het eind van de dag namelijk geen brood over hebben. Je wilt ook niet dat talenten van je medewerkers niet goed worden benut.

Iris stelde dat de lean filosofie veel potentie biedt voor onderwijslogistiek. Deze filosofie gaat er vanuit dat experts op de werkvloer weten hoe ze processen moeten regelen. Teams zijn dan zelfsturend binnen kaders. Binnen de zorgsector wordt ‘lean’ bijvoorbeeld al gebruikt om wachttijden voor operaties korter te maken. Dit concepten werken ook binnen dienstverlenende organisaties.

Vervolgens ging Iris Vis in op Zo.Leer.Ik! Daarbinnen werken 18 scholen aan de invoering van gepersonaliseerd onderwijs. Lerenden kiezen eigen leerpaden. Leerstof is aan de hand van leerdoelen opgedeeld in modules en thema’s. Via gesprekken met een coach wordt bewaakt dat lerenden ook werken aan de leerdoelen. Via een logboek worden vorderingen beschreven, en wordt de voortgang gemonitord.

Hoe organiseer je onderwijs op maat? Hoe stel je groepen samen? Welke werkzaamheden voeren docenten wanneer uit? In sessies zijn binnen dit initiatief de primaire processen in kaart gebracht en via value stream mapping is gekeken naar activiteiten en processen nu en straks.

Kun je de leervraag van lerenden voorspellen? Als dat mogelijk is, kun je een inschatting maken waneer je welke docenten nodig hebt. Kun je data uit het verleden en data via sociale netwerken daarbij gebruiken? Lerenden blijken bijvoorbeeld vooral te kiezen wat zij lastig vinden.

Via formatieve toetsen kun je checken of lerenden naar een ander onderdeel kunnen gaan. Dit betekent dat leerlingen onderdelen gaan volgen in groepen met een andere samenstelling. Je moet als school ook bepalen bij hoeveel lerenden je les gaat geven. Ook in de logistiek van andere sectoren bezorgt men pakjes gezamenlijk, en niet één voor één.

Iris Vis benadrukte terecht dat je bij het ontwerp van onderwijslogistiek veel vragen moet beantwoorden, voordat je je tot een ontwerp kunt komen. Persoonlijk had ik gehoopt meer antwoorden te krijgen. Binnen het MBO en HBO wordt immers al meerdere jaren gezocht naar vormen waarom onderwijs meer gepersonaliseerd kan worden, en naar de impact op de onderwijslogistiek. Het lastige hierbij is ook dat de lerende de ene keer ‘klant’, en de ene keer ‘product’ lijkt te zijn.

Ik vind het sowieso best ingewikkeld om de vergelijking te maken tussen -bijvoorbeeld- Cool Blue en het beroepsonderwijs. Desondanks is het waardevol om je te laten inspireren door andere sectoren.

This content is published under the Attribution 3.0 Unported license.

Profielfoto van Wilfred Rubens

Wilfred Rubens (1964) currently works as an independent consultant on technology enhanced learning. He provides advice, keynotes, presentations, workshops and classes about technology enhanced learning. Wilfred has been professionally involved in e-learning for more than 20 years. For more than 13 years he blogs about ICT and learning. June 2013 he published a book about elearning trends and developments (in Dutch). Recently he was co-author of a book about social learning. Wilfred is also one of the editors of the Dutch portal e-learning.nl, member of the advisory board of the anual Dutch Next Learning conference and member of the advisory board of the ONLINE EDUCA BERLIN. wilfred@wilfredrubens.com http://www.wilfredrubens.com

Geplaatst in CvI-congres Getagd met , ,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*