Mijn gedachten bij de discussie over het STAP-budget

Gisteren publiceerde Follow the Money een kritisch artikel over het STAP-budget. Dit is een regeling waarmee de arbeidspositie van volwassenen gestimuleerd moet worden. Burgers kunnen duizend euro krijgen voor deelname aan een opleiding, training of cursus. In deze blogpost deel ik mijn gedachten ten aanzien van deze kritiek.

Educational researchIn het verleden konden burgers uitgaven voor scholing aftrekken van de belasting. Daarvoor moesten zij deze uitgaven wel eerst zelf maken. Om deelname aan een leven lang ontwikkelen via scholing te vereenvoudigen, is het STAP-budget ingevoerd. Elke Nederlander tussen de 18 jaar en de AOW-leeftijd kan jaarlijks duizend euro aanvragen. Je zoekt via het STAP-scholingsregister naar een opleiding, training of cursus. Ruim drieduizend opleidingen, trainingen en cursussen van zo’n tweehonderd aanbieders staan in dit register.

Vervolgens meld je je bij de aanbieder aan, en krijg je van de aanbieder een STAP-aanmeldingsbewijs. Met dat bewijs vraag je het budget aan. Het UWV betaalt dit budget aan de aanbieder. Voor opleidingen, trainingen en cursussen die duurder zijn dan duizend euro moet je bijbetalen. Ook moet de scholing vier weken na de aanvraag starten.

In 2023 is er 200 miljoen euro voor deze regeling beschikbaar. Dit budget is verdeeld over 5 aanvraagrondes. Hiermee kunnen ruim 200.000 personen scholing volgen. In 2022 werd ruim 180 miljoen euro uitgegeven, waar ongeveer 215.000 mensen gebruik van maakten. De vraag bleek ook groter dan het beschikbare budget.

De kritiek van de auteurs van het Follow the Money-artikel komt op het volgende neer:

  1. Ruim de helft van het beschikbare budget is terechtgekomen bij een beperkte groep commerciële aanbieders (ongeveer twintig).
  2. Het is twijfelachtig of veel van de opleidingen, cursussen en trainingen bijdragen aan versterking van de arbeidspositie van de deelnemers. Het gaat vaak om hobby-achtige cursussen, cursussen die worden getypeerd als “financiële astrologie” of om cursussen over niet-bewezen of ronduit twijfelachtige aanpakken (zoals neurolinguïstisch programmeren of edelsteentherapie).
  3. De meeste deelnemers en het meeste budget gaat naar scholing in sectoren die niet te maken hebben met personeelstekorten ((digital) marketing en sales, coaching en uiterlijke verzorging). Het STAP-budget wordt amper gebruikt voor scholing op het gebied van onderwijs en zorg.

Ad 1.

Het feit dat een beperkte groep commerciële aanbieders profiteert van het STAP-budget heeft m.i. meerdere redenen. Deze aanbieders zijn zeer ondernemend en beschikken over slagkracht om snel te reageren op deze nieuwe regeling. Zij hebben in korte termijn specifiek aanbod voor deze regeling ontwikkeld en volgens RTL Nieuws ook de prijs van bestaand aanbod naar duizend euro verhoogd (aanbieders ontkennen dit overigens). Verder besteden commerciële aanbieders veel budget aan marketing. Een enkele aanbieder hanteerde ook slinkse marketingstrategieën (zoals affiliate marketing, waarbij je beloond wordt voor het aanbrengen van nieuwe deelnemers).

Reguliere onderwijsinstellingen, zoals de Universiteit Utrecht, de Open Universiteit of de Hogeschool Leiden, staan ook in het STAP-scholingsregister. Hun aanbod in dit register is echter beperkt. Reguliere instellingen zijn minder gefocust op een leven lang ontwikkelen dan commerciële aanbieders. Hun reguliere interne processen, bijvoorbeeld op het gebied van cursusontwikkeling, staan slagvaardig en ondernemend opereren vaak in de weg. Het aanbod is minder flexibel, bijvoorbeeld doordat cursussen maar één keer per jaar worden aangeboden. Vaak heeft dit een goede reden (beperkte groep deelnemers die in interactie met elkaar leren). Het is gevolg is wel dat je  als deelnemer dus niet altijd in staat bent om binnen vier weken na aanmelding te starten. Daarnaast bieden reguliere onderwijsinstellingen lang niet altijd losse cursussen aan en hebben hun opleidingen een langere doorlooptijd en een grotere omvang (en hogere kosten). Als je in korte tijd en met een beperkte studielast (bijvoorbeeld 12 uur) wilt werken aan je arbeidspositie, dan ben je bij een reguliere onderwijsinstelling vaak niet aan het juiste adres.

Ad 2.

Het is zorgwekkend dat een groot deel van het STAP-budget terecht komt bij aanbod dat niet gericht is op versterking van de arbeidspositie of bij aanbod dat zelfs het predicaat ‘kwakzalverij’ verdient. Dit heeft te maken met de manier waarop instellingen worden geregistreerd. Om geregistreerd te worden, moet je voldoen aan één van de volgende criteria:

  • De opleider is erkend door het ministerie van OCW.
  • De opleider beschikt over het NRTO-keurmerk.
  • De opleider biedt opleidingen aan die leiden tot een door het NLQF ingeschaalde kwalificatie.
  • De opleider is erkend door een sector-en brancheorganisatie.
  • De opleider is erkend door CEDEO.
  • De opleider biedt opleidingen aan met CPION-erkenning.

Je zou zeggen dat één van bovenstaande erkenningen voldoende zegt over de kwaliteit. Dat is echter niet automatisch het geval. Bij een CPION-erkenning wordt bijvoorbeeld gekeken of de aanbieder inschrijfvoorwaarden heeft, over een klachtencommissie beschikt en of de opleider evaluaties uitvoert. Er wordt echter niet gekeken of de inhoud ‘wetenschappelijk bewezen’ is (hoe lastig dat vaak ook is).

Vervolgens is het de verantwoordelijkheid van de opleider om zelf te bepalen of een opleiding, training of cursus arbeidsmarktgericht is. Opleiders krijgen wel de beschikking over een checklist. Deze werkwijze lijkt echter tekort te schieten waarna ‘reparatie achteraf’ plaats moet vonden. Bij zo’n drieduizend opleidingen, trainingen en cursussen is dat geen sinecure.

Als een onafhankelijke auditcommissie de kwaliteit zou moeten beoordelen van individuele opleidingen, trainingen en cursussen, dan zou dit de uitvoeringskosten van deze regeling drastisch verhogen. Ook zou het dan veel langer duren voordat aanbod wordt opgenomen in het STAP-scholingsregister. Het is echter m.i. een prijs die betaald moet worden om het aanbod in dit scholingsregister op kwaliteit en doelstelling van het STAP-budget te screenen. Dat kan volgens mij in twee fasen:

  • Globaal. Erkende opleidingen worden al op kwaliteit gescreend. Dat hoeft niet nog eens te gebeuren.
  • Gedetailleerd. Daarbij gaat het om aanbod dat nog niet door instanties als de NVAO op kwaliteit wordt gescreend.

Daarnaast ben ik ook benieuwd naar de uitvalcijfers van het aanbod dat met het STAP-budget wordt gefinancierd. Commerciële aanbieders schetsen vaak het beeld van ‘gratis cursussen’. We weten echter dat de drempel om ‘gratis cursussen’ voortijdig te verlaten ook laag is. In het artikel van Follow the Money lees ik dat bijna 80% van de ongeveer 38.000 mensen die bij aanbieder NHA een STAP-cursus heeft gevolgd, de keuze heeft gemaakt voor een cursus van duizend euro of minder. Wat betekent dit voor voortijdige uitval?

Ad. 3.

Het STAP-budget wordt amper gebruikt voor scholing op het gebieden waar sprake is van personeelstekorten. Daar was deze regeling echter ook niet voor bedoeld. Het STAP-budget is bedoeld ter versterking van de arbeidspositie van individuen. Voor het opleiden van docenten, verpleegkundigen of technici zul je andere maatregelen moeten treffen. Een bijdrage van duizend euro is ook slechts een druppel op een gloeiende plaat.

This content is published under the Attribution 3.0 Unported license.

Delen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

* Checkbox GDPR is verplicht

*

Ik ga akkoord

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.