Vijf manieren waarop je ‘om-en-om’-onderwijs kunt vormgeven

De laatste tijd verzorgen scholen onderwijs waarbij de ene groep lerenden onderwijs thuis volgt, en de andere groep onderwijs online volgt. Ik heb dit het ‘om-en-om’-model genoemd.  John Spencer beschrijft vijf manieren om het beste te maken van deze complexe aanpak.

Spencer is, net als ik, eigenlijk geen voorstander van deze manier om onderwijs te geven.:

By trying to merge together two incompatible formats, you’re left designing lessons that lack the full range of options in either environment.

Hoe kun je toch de voordelen van online en face-to-face leren combineren, als de helft van je lerenden online en de andere helft face-to-face participeert? Volgens Spencer kan dat op de volgende manieren:

Het differentiatiemodel

Lerenden nemen op het zelfde tijdstip deel. Maar de docent faciliteert gedifferentieerde activiteiten lerenden die online leren, en die fysiek aanwezig zijn. Je begint gezamenlijk, maar daarna voeren de lerenden verschillende activiteiten uit. Lerenden bekijken thuis bijvoorbeeld een instructievideo, die lerenden in de klas gezamenlijk bekijken. Alle lerenden gebruiken online tools om vragen te stellen. In de klas werken lerenden in subgroepen, online in break out rooms. De groepen hebben ook samen regelmatig contact via de online omgeving. Je kunt deze aanpak ook gebruiken voor samenwerkend leren.

Het multi-track model

Hierbij fungeren de online groep en de face-to-face groep in feite als twee aparte cohorten. Ze werken aan dezelfde leerdoelen, maar op een heel verschillende manier. Je kunt bijvoorbeeld kiezen uit face-to-face (klassikale instructie, klassikaal werken aan opdrachten), synchroon online en asynchroon online (bijvoorbeeld instructievideo’s bekijken en in eigen tijd en tempo aan opdrachten werken). Lerenden kunnen daar ook eventueel uit kiezen. Lerenden uit de verschillende groepen hebben nauwelijks contact met elkaar.  De auteur noemt dit model een “real challenge in terms of prep work and logistics“.

Het gesplitste A/B-model

Dit is het model waarbij de ene groep op maandag en woensdag naar school komt, en de andere groep op dinsdag en donderdag. De vrijdag is dan bedoeld voor individuele afspraken met een docent, leren in studieruimtes of zelfstandig leren thuis. Daarbij is het niet zo dat lerenden, die thuis zijn, online deelnemen aan face-to-face sessies (wat volgens mij nu regelmatig gebeurt). Nee, de face-to-face sessies worden vooral gebruikt voor interactie met lerenden. Daarnaast bekijken lerenden thuis instructievideo’s en werken zij thuis aan opdrachten en projecten.

Het virtuele accomodatiemodel

Dit model pas je toe als een kleine groep lerenden niet in staat is een klassikale sessie fysiek bij te wonen. Daarbij gebruik je een student als moderator. Deze student, die zich vlak bij de docent bevindt, heeft dan vooral online contact met degenen die op afstand aan de bijeenkomst deelnemen. Als lerenden in groepjes aan een opdracht werken, dan werken de online lerenden online samen (het geluid van de computer staat dan uit). Je checkt de voortgang regelmatig bij de online groep.

Het onafhankelijke projectmodel

Hierbij werken lerenden individueel aan projecten. Meestal vanuit huis. Dit model zul je sporadisch toepassen, omdat lerenden anders snel het gevoel hebben ‘eenzaam te leren’. John Spencer noemt als voorbeeld het ‘genius hour’ waarbij lerenden één uur per week aan een project naar keuze mogen werken. Het gebruik maken van adaptieve leerprogramma’s rekent hij ook hiertoe.

Volgens Spencer heeft elk model voor en nadelen, en zijn de modellen niet in elke situatie relevant. Persoonlijk zou ik de keuze maken voor het gesplitste A/B-model, als ik mijn groep lerenden in twee subgroepen face-to-face zou zien. In feite pas je hierbij dus modellen van ‘blended learning’ toe, die uitgaan van een behoorlijke mate van online leren op afstand (zoals het flipped classroom-model). Je behandelt lerenden dan namelijk gelijk en je combineert de sterke eigenschappen van online en face-to-face leren m.i. op de beste manier.

 

This content is published under the Attribution 3.0 Unported license.

Wilfred Rubens (1964) currently works as an independent consultant, project leader, blogger and teacher in the field of technology enhanced learning. He leads innovative projects, he provides advice, keynotes, presentations, workshops and classes about technology enhanced learning. Wilfred has been professionally involved in e-learning for more than 20 years. For more than 15 years he blogs about ICT and learning. He is (co-)author of a book about elearning trends and developments (in Dutch), and a book about social learning. Wilfred is also one of the editors of the Dutch portal e-learning.nl, member of the advisory board of the anual Dutch Next Learning conference and member of the advisory board of the ONLINE EDUCA BERLIN. wilfred@wilfredrubens.com http://www.wilfredrubens.com

Tags: , , , ,
Top

%d bloggers liken dit: