Wat zijn volgens onderzoek trends op het gebied van leertechnologie voor leren en ontwikkelen?

Steve Foreman heeft onderzoek gedaan naar het gebruik van leertechnologieën en het belang ervan voor de ‘leren en ontwikkelen’ (L&D). Wat valt hem en mij daarbij op?

2022 Trends in Learning TechnologyForeman focust zich in zijn onderzoek op acht typen leertechnologieën:

  • Technologieën voor adaptief leren/intelligente tutoren
  • Augmented reality / Virtual reality
  • Kennis bases en kennismanagement technologieën
  • Learning experience platforms (LXP)
  • Leer management systemen
  • Learning record stores
  • Technologieën voor microlearning
  • Technologieën voor “social collaboration and learning” (of samenwerking ook niet ‘sociaal’ kan zijn, laat ik maar in het midden).

Helaas heeft Foreman geen voorbeelden van leertechnologieën opgenomen. Ik weet dus niet of hij ook het gebruik van performance support tools, tools voor synchroon online leren (zoals Zoom of Vitero Inspire) of reguliere auteursomgevingen in het onderzoek heeft betrokken. Applicaties voor toetsen en videoplatforms/tools lijken in elk geval te ontbreken.

Verder weet ik niet of hij uitsluitend heeft gekeken naar technologieën die specifiek voor leren en ontwikkelen zijn ontwikkeld of ook naar technologieën die niet specifiek voor leren en ontwikkelen zijn ontwikkeld, maar daar wel voor worden gebruikt. Vergelijk de acht typen leertechnologieën van Foreman bijvoorbeeld eens met Jane Hart’s Top Tools for Learning. Jane heeft nadrukkelijk ook oog voor tools die voor informeel leren worden gebruikt, maar die niet specifiek voor leren en ontwikkelen zijn bedoeld (zoals zoekmachines of Youtube).

Steve Forman kijkt naar het gebruik, het belang dat respondenten hechten aan de betreffende leertechnologie, naar de tevredenheid van gebruikers en naar de benodigde tijd om de technologie te implementeren.

Wat valt op?

Het LMS is nog steeds de meest dominante leertechnologie. Wereldwijd besteden organisaties hier bijna 14,5 miljard dollar aan. Bijna 87% van de ondervraagden geeft aan een LMS te gebruiken, terwijl meer dan 94% aangeeft een LMS zeer of extreem belangrijk te vinden. Dat is niet slecht voor een applicatie waarvan het overlijden al meer dan tien jaar wordt voorspeld.

Meer dan driekwart van de respondenten -bij deze vraag het het trouwens om een beperkte groep- is (zeer) tevreden met de ‘user experience’. De tevredenheid met de relatie met leveranciers is een stuk lager (67,6%).

Technologieën voor samenwerking en ‘sociaal leren’ worden door 42,5% van de respondenten gebruikt. 3,5% is bezig met de aanschaf, terwijl 9,4% overweegt dergelijke tools aan te schaffen. Bijna 70% van de respondenten vindt deze categorie leertechnologie zeer of extreem belangrijk. De tevredenheid met user experience is ruim 80%. Ook nu ligt de tevredenheid met de relatie met leveranciers beduidend lager (ruim 60%).

Kennis bases en kennismanagement technologieën -wat dit ook moge zijn- worden door 40,1% van de respondenten gebruikt. 4,3% is bezig met de aanschaf, terwijl 11,8% overweegt dergelijke tools aan te schaffen. 86,5% van de respondenten vindt deze categorie leertechnologie zeer of extreem belangrijk. De tevredenheid met user experience is 77,5%. De tevredenheid met de relatie met leveranciers is bijna 64%.

De andere categorieën leertechnologieën scoren als volgt op deze aspecten:

Foreman schrijft ook dat in vergelijking met een onderzoek uit 2018 het percentage respondenten dat gebruik maakt van een LMS en sociale leertechnologieën niet is veranderd. Deze markt is m.i. echter ook in beweging omdat organisaties wisselen van LMS. De relatief lage tevredenheid met leveranciers is daar volgens mij van invloed op.

Het gebruik van alle andere technologieën is volgens Foreman in vier jaar tijd toegenomen. Deze trend zal m.i. waarschijnlijk doorzetten. Een aantal categorieën leertechnologieën zal de komende jaren meer worden ingezet. Dat blijkt uit het percentage respondenten dat overweegt een bepaald type leertechnologie aan te gaan schaffen. Volgens Foreman kan het toegenomen gebruik van andere leertechnologieën worden verklaard uit het gegeven dat arbeidsorganisaties vaker andere manieren van leren -dan cursussen en trainingen- inzetten. Volgens mij is dat al langer het geval, maar wordt nu ook in toenemende mate leertechnologie ingezet om andere manieren van leren te faciliteren.

Met uitzondering van AR/VR hechten veel respondenten over het algemeen veel belang aan de leertechnologieën. Gezien de specifieke toepassing van AR/VR is dat m.i. niet verwonderlijk.

Het LMS zal ongetwijfeld nog lange tijd de meest dominante leertechnologie blijven. De diversiteit aan gebruikte leertechnologieën is en blijft groot. Volgens mij ook groter dan dit onderzoek suggereert.

Dit leidt wel tot een aantal uitdagingen voor organisaties:

  • Hoe realiseer je een digitale leeromgeving die bestaat uit een samenhangend geheel aan applicaties die met elkaar zo optimaal mogelijk geïntegreerd zijn? Lang niet alle applicaties voldoen aan standaarden, zoals LTI, om die integratie mogelijk te maken.
  • Hoe houd je regie op de doorontwikkeling van deze DLO?
  • Hoe zorg je ervoor dat gebruikers door de bomen het bos nog zien (welke applicatie binnen de DLO kunnen we het beste waarvoor gebruiken)? Zelfs bij een strakke regie is redundantie in functionaliteit niet te vermijden.
  • Hoe houd je de kosten van aanschaf, implementatie en gebruik in de hand? Leertechnologieën kunnen op zich goedkoper worden. Als we echter steeds meer leertechnologieën gaan aanschaffen, zullen we per saldo meer budget besteden aan technologie, inclusief indirecte kosten zoals kosten voor beveiliging en gegevensbescherming.

 

This content is published under the Attribution 3.0 Unported license.

Delen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

* Checkbox GDPR is verplicht

*

Ik ga akkoord

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.