jul 302013
 

Op zich geloof ik in zelfgestuurd leren, leren in netwerken en communities. Ik sta dan ook best positief ten opzichte van de onderliggende visie van de zogenaamde cMOOCs (massive open online courses gebaseerd op connectivistische opvattingen over leren). Tegelijkertijd ben ik van mening dat deze manier van leren ‘didactisch-elitair’ is, omdat het concept slechts past bij een beperkte doelgroep. Ik word hier in bevestigd door de bijdrage In Connectivism, No One Can Hear You Scream: a Guide to Understanding the MOOC Novice van Keith Brennan.

Brennan schrijft dat het connectivisme onvoldoende rekening houdt met de relatie tussen inspanning, motivatie en zelfinschatting.

Motivation is the engine of effort, and the sense of self is the ticking heart of motivation.

Connectivism

Foto: Ryan2point0

Zelfinschatting -een centraal begrip binnen Bandura’s Social Learning Theory- is de mate waarin de lerende inschat dat hij een bepaalde taak zelf kan uitvoeren. Hoe hoger de zelfinschatting, des te beter de leerprestaties. Een hoge mate van zelfinschatting in combinatie met hoge verwachtingen leiden dan tot de beste leerprestaties.

Zelfinschatting wordt sterk beïnvloed door eerdere ervaringen van lerenden, die binnen een bepaalde context zijn opgedaan. Volgens Brennan kun je binnen een leeromgeving zelfinschatting versterken door taken te gebruiken waarvan lerenden het idee hebben dat deze uitdagend maar haalbaar zijn (zie ook Vygotsky’s zone van naaste ontwikkeling en Ryan en Deci’s begrip ‘competence‘ als één van de centrale factoren die intrinsieke motivatie beïnvloeden). Daarbij moet eveneens rekening worden gehouden met de cognitieve belasting en de voorkennis van lerenden. Ook daar houdt het connectivisme volgens Brennan onvoldoende rekening mee. Dit paradigma maakt volgens hem geen onderscheid tussen ervaren lerenden en lerenden die nog geen of weinig ervaring hebben.

Volgens Keith Brennan kun je zelfinschatting op vier manieren versterken of ondermijnen:

  1. Het bieden van structuur en ondersteuning om fysieke en psychologische drempels te slechten.
  2. Het aanmoedigen en verleiden van lerenden.
  3. Waarnemen dat andere lerenden, die vergelijkbaar zijn met jou, taken volbrengen.
  4. Ervaringen opdoen die leiden tot meesterschap (steeds beter worden). Daarbij speelt bijvoorbeeld correctieve feedback en een passende cognitieve belasting een belangrijke rol.

Brennan vat de tekortkomingen van het connectivisme als volgt kernachtig samen:

Connectivism, as a theory, generally does not provide support for, or recognition of, prior knowledge, cognitive load, or novice issues, or recognise particular novice needs, even though individual connectivists sometimes do, or try to. It fails to structure experiences to follow that moving target. Its lens does not focus. Difference is blurred, and opportunity is lost. People fail.

De auteur illustreert hoe weinig passend cMOOCs voor nieuwelingen zijn doordat zij bijvoorbeeld lerenden overspoelen met massa’s bronnen en nieuwe technologie waar zij vertrouwd mee moeten raken. Niet elke lerende is volgens hem in staat om te participeren in een cMOOC vanwege de hoge eisen die deze cursussen stellen aan lerenden.

Keith Brennan wijst terecht op de tekortkomingen van het didactisch ontwerp van cMOOCs. Je kunt wel je neus ophalen voor de didactisch van xMOOCs, het is echter ook belangrijk om je te realiseren dat cMOOCs een zeker didactisch-elitair karakter hebben. Tot nu toe benaderde ik dit karakter vooral vanuit het perspectief van intrinsieke motivatie. De waarde van Brennan’s bijdrage is dat hij deze kritiek vanuit een breder onderwijskundig perspectief onderbouwt.

This content is published under the Attribution 3.0 Unported license.

Sorry, the comment form is closed at this time.

%d bloggers op de volgende wijze: