Terugblik op een jaar coronaonderwijs

Een jaar geleden ging het onderwijs dankzij de uitbraak van Covid-19 voor het eerst noodgedwongen over op online onderwijs. Ik maakte me toen grote zorgen over de kwaliteit, over een nieuwe golf van technologie-gedrevenheid en voor de gevolgen voor de acceptatie van online en blended learning op langere termijn. Ik heb toen beloofd daar een jaar later op terug te blikken. Gisteren herinnerde Willem Karssenberg mij aan die belofte. En belofte maakt schuld.

Verleden jaar maakte ik me via Twitter zorgen over de zeer vele vragen over tools die werden gesteld. Daarnaast was ik bang dat de gedwongen overstap en de negatieve ervaringen met het noodgedwongen overhaast gaan toepassen van online onderwijs als een boemerang zou werken voor de adoptie van online en blended learning. Pierre Gorissen zag dit wat anders. Volgens Pierre zou in elk geval een deel van de docenten hierdoor ook gaan nadenken over de mogelijkheden voor het onderwijs op langere termijn. Docenten zouden zich realiseren dat ze nu het beste moesten maken van een slechte situatie. Zij zouden het verschil zien tussen ‘coronaonderwijs’ en kwalitatief goede vormen van online en blended learning.

Ik verwachtte toen dat we na een paar maanden binnen het onderwijs konden overgaan tot de orde van de dag, en beloofde daarom hier een jaar later op terug te blikken. Een jaar later wordt het onderwijs nog steeds sterk geraakt door de coronacrisis. Volgens mij kunnen we ook nog geen definitieve balans opmaken over de vraag wat deze crisis betekent voor online en blended learning. Toch wil ik in deze blogpost mijn huidige gedachten hierbij met jullie delen.

Deze gedachten zijn gebaseerd op een evaluatieonderzoek dat ik bij een instelling heb uitgevoerd na de eerste ‘lock down’, op gesprekken die ik heb gevoerd, op reacties van docenten tijdens de vele workshops die ik heb gegeven en op vele bijdragen die ik heb gelezen. Het gaat om mijn interpretatie. Er is dus sprake van een hoge mate van subjectiviteit.

  • Docenten, ondersteunend personeel (o.a. ICT-ers en i-Coaches) en leidinggevenden hebben zich het snot voor de ogen gewerkt om er het beste van te maken. Er werden veel ervaringen online gedeeld en er is fors geïnvesteerd in professionalisering en ondersteuning. Niet alleen in het voorjaar, maar het hele jaar door. Docenten hebben veel ervaring opgedaan met leertechnologieën, die zij eerst niet gebruikten. ‘Het onderwijs’ bleek bijzonder wendbaar te zijn. Er zijn veel leerervaringen opgedaan, maar wel tegen een hoge prijs. Ik denk daarbij aan een extra hoge werkdruk en stress.
  • Universiteiten, hogescholen en voor een groot deel ook mbo-instellingen beschikten over de noodzakelijke technische voorzieningen om onderwijs op afstand te verzorgen, al blijven docenten wensen op dit terrein houden. Binnen het voortgezet onderwijs was dat lang niet altijd het geval. Ik heb geen zicht op het basisonderwijs, maar ik vermoed dat basisscholen veelal ook niet over de noodzakelijke faciliteiten beschikten. Dit verklaart mogelijk de vele vragen over tools in maart 2020.
  • Er waren in het voorjaar van 2020 tussen en binnen onderwijsinstellingen grote verschillen in de kwaliteit van online (en blended) onderwijs. Er werd niet voor niets gesproken van ‘emergency remote teaching‘ om het verschil te benadrukken met online en blended onderwijs waarin veel aandacht is besteed aan een doordacht ontwerp en didactiek, en waarbij lerenden zijn voorbereid op online leren. Publicaties over ‘emergency remote teaching‘ zijn belangrijk geweest voor het besef dat er een groot verschil is met kwalitatief goede vormen van online en blended learning.
  • De verschillen in kwaliteit hebben m.i. vooral te maken met de deskundigheid van docenten, bij de start van het coronaonderwijs. Verder verschillen onderwijsinstellingen zeer sterk in de mate waarin docenten ondersteund worden bij het vormgeven van online en blended learning. Daarnaast werden bestaande roosters vaak gehandhaafd en werd synchroon online leren overmatig toegepast. Er was geen tijd en er waren vaak onvoldoende faciliteiten om bijvoorbeeld goede leermaterialen en leeractiviteiten te ontwikkelen zodat een doordachte combinatie van asynchroon en synchroon online leren mogelijk gemaakt kon worden.
  • Online leren wordt in de regel in ons land weinig toegepast. Normaliter pas je online leren toe als het niet mogelijk of zeer lastig is om fysiek bij elkaar te komen. Bovendien doet online leren een groot beroep op zelfregulering. Zelfs degenen die veel ervaring hadden met blended learning, werden door de lock down overvallen. Ook hierin wijkt het ‘coronaonderwijs’ sterk af van de situatie, straks, waarin ‘blended learning’ de norm kan zijn.
  • Toen lerenden weer in kleine groepen op locatie mochten komen, werd ‘simultaan onderwijs‘ toegepast. Hierbij loop je het risico om lerenden die de sessie face-to-face bijwonen te bevoordelen ten opzichte van de groep die online participeert. Er is vaak niet gekeken naar modellen van blended learning waarmee je de psychologische en communicatieve afstand die dankzij online leren kan ontstaan, kunt helpen voorkomen.
  • Toen leerlingen rond de zomer weer volledig naar school mochten gaan, zijn veel scholen voor voortgezet onderwijs ook weer volledig overgegaan op fysiek onderwijs. Er is toen bij deze scholen niet gekeken naar wat men wilde behouden van de ervaringen met online leren. Er was weinig tijd en gelegenheid voor reflectie. Dit is trouwens helaas vaak het geval, ook buiten de coronacrisis.
  • Menig docent heeft mede op basis van ervaringen in de loop van het jaar verbeteringen aangebracht in de didactiek die wordt gehanteerd bij online leren. In vergelijking met anderhalf jaar geleden zijn docenten bijvoorbeeld tijdens workshops nu meer in staat voorbeelden te noemen van leeractiviteiten waarmee zij voorkennis activeren of die zij gebruiken voor het actief verwerken van leerstof. De kwaliteit van online en blended learning is daardoor in de loop van het jaar volgens mij verbeterd.
  • Er is nog steeds ruimte voor verbetering. Veel docenten hebben hun didactische aanpak aangepast. Het ontwerp van het onderwijs is lang niet altijd veranderd (ik heb wel voorbeelden van ontwerpen gezien). Dit vraagt om tijd en ruimte om te ontwerpen en te ontwikkelen. Ondersteuning is hierbij ook van belang. De verschillen binnen onderwijsinstellingen zijn waarschijnlijk weer groter dan de verschillen tussen onderwijsinstellingen. Bij ‘volledig fysiek onderwijs’ is dat trouwens niet anders.
  • Er is meer aandacht gekomen voor het bevorderen van betrokkenheid en sociale verbondenheid. We hebben ons gerealiseerd hoe belangrijk het is, hier expliciet in te investeren via online activiteiten, naarmate we meer aan online leren doen. Bij blended learning besteden we daar aandacht aan, als we fysiek bij elkaar komen.
  • Veel lerenden ervaren een gevoel van isolement. Hun welbevinden staat onder druk. Dit komt echter niet alleen door online leren, maar ook doordat zij mede-lerenden en vrienden sowieso moeten missen en weinig mogelijkheden hebben om te sporten, uit te gaan, enzovoorts. Het is de vraag of zij dit gevoel van isolement op langere termijn zullen associëren met online leren.
  • Lerenden, docenten en betrokkenen ervaren niet alleen beperkingen en nadelen, maar ook voordelen en mogelijkheden van leren met behulp van leertechnologie. Ik hoor en lees vaker dat ‘het onderwijs’ niet meer helemaal terug wil naar volledig face-to-face onderwijs, maar dat blended learning de norm zou moeten worden (op basis van welk model dan ook). Ik hoor dit echter vooral van leidinggevenden en stafmedewerkers. Ik vermoed dat lerenden na de coronacrisis eerst “gewoon weer naar school” willen, maar na een tijd de voordelen van de combinatie van online en fysiek onderwijs willen benutten. Zij hebben nu ervaren dat je voor bepaalde leeractiviteiten niet naar school hoeft. Ik heb geen idee hoe docenten hier tegen aan kijken. Zijn docenten die eerst terughoudend waren in het gebruik van blended learning nu meer enthousiast? Is het enthousiasme van aanvankelijk ‘blended learning-minded’ docenten nu bekoeld? Ik zou het niet weten. Er is waarschijnlijk sprake van een zeer wisselend beeld.
  • Zie ook Zeven geleerde lessen rond onderwijs tijdens de COVID-19-pandemie.

Het gebruik van leertechnologie tijdens de coronacrisis heeft tot veel leerervaringen geleid. Positief en negatief. Wat de invloed hiervan is op de duurzame adoptie van, met name, blended learning is nog niet te zeggen.

Waarschijnlijk was ik een jaar geleden te pessimistisch.

De expliciete aandacht voor het verschil tussen ‘emergency remote teaching‘, ‘simultaan onderwijs‘ en blended learning is van belang geweest voor het scheppen van realistische verwachtingen. Het is duidelijk geworden dat professionalisering, ondersteuning, tijd en ruimte om een doordacht ontwerp te maken en investeren in een andere didactiek noodzakelijk zijn om te komen tot kwalitatief goede vormen van blended learning. Gebruikersvriendelijke en krachtige leertechnologie vormt daarbij een belangrijke randvoorwaarde.

Het is te hopen dat hier de komende jaren verder in wordt geïnvesteerd. Het bewustzijn omtrent de noodzaak hiervan is toegenomen. Nu moeten we dit bewustzijn nog vertalen in visie en gedrag.

This content is published under the Attribution 3.0 Unported license.

Delen

2 reacties

  1. Hoi Wilfred,

    Dank je voor deze tussentijdse terugblik. Ik denk dat we kunnen vaststellen dat we beiden een jaar geleden geen idee hadden wat ons allemaal te wachten stond. En inderdaad, de reacties toen het allemaal weer wat losser mocht tussen de eerste en tweede golf verschilden best wel van sector tot sector (en van onderwijsinstelling tot onderwijsinstelling). En ook: iedereen (ik ook!) snakt naar de mogelijkheid voor (meer) “normale” sociale contacten. Dat raakt ons in ons mens zijn. Maar zoals je bij je voorlaatste punt al aangeeft, we hebben ook (docenten, studenten, leerlingen, onderzoekers, ouders, …) allemaal ervaren dat niet *alles* zo slecht was. En dat er eigenlijk ook best heel veel dingen waren die we niet meer kwijt willen. Nee, geen 6 overleggen via Teams achter elkaar op een dag de hele week door, maar ook niet allemaal een uur enkele reis reizen naar een locatie “centraal gelegen” in het land voor een overleg dat eigenlijk ook prima wél via Teams kan (p.s. ook van ouders krijg ik al mee dat ze 10-minuten gesprekken met de juf ’s avonds via Teams best prima vinden ipv op en neer naar de school moeten komen voor een kort gesprekje over zoon of dochter).

    We zaten met z’n allen aan het ene uiterste van het spectrum voor COVID-19, nu noodgedwongen al heel lang aan het andere uiterste. Ik heb de hoop/verwachting van een plek ergens rond het midden nog niet opgegeven.

    Ik neem dat Willem ons over een jaar wel weer laat herinneren aan dit gesprek. Wie weet kunnen we het dan voortzetten met een goed glas bier erbij, in een restaurant ergens in Nijmegen!

  2. Helemaal mee eens, Pierre! Hopelijk duurt het geen jaar voordat we het gesprek kunnen voortzetten in een van de vele goede restaurants die Nijmegen rijk is! En we beginnen met een speciaal biertje bij Café Jos!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

* Checkbox GDPR is verplicht

*

Ik ga akkoord