Bewezen didactische principes en technologie-ondersteund leren en hoe je leertechnologie kunt gebruiken om studenten leerstof actief te laten verwerken

Vanaf 30 november heb ik geblogd over online bijeenkomsten die ik als deelnemer heb bijgewoond. Vandaag mocht ik weer zelf presenteren, tijdens de Onderwijsdag 2020 “Samen sterk in blended onderwijs” van de Universiteit Hasselt. Ik heb een webinar verzorgd over bewezen didactische principes en technologie-ondersteund leren, en een workshop over hoe je leertechnologie kunt gebruiken om studenten leerstof actief te laten verwerken.

Tijdens het webinar ben ik ingegaan op acht principes uit “Wijze lessen. Twaalf bouwstenen voor effectieve didactiek” en David Merrill’s First principles of instruction.

De organisatie had mij gevraagd om ook innovatieve toepassingen als voorbeeld te noemen.

  1. Laat leerstof actief verwerken. Je onthoudt leerstof beter als je deze actief verwerkt, in plaats van passief consumeert. Ik heb daarbij drie vormen van interactie onderscheiden. Interactie tussen lerenden kun je bijvoorbeeld online realiseren door middel van break-out room opdrachten. Als voorbeeld van lerende-content interactie heb ik virtual en augmented reality genoemd. Ik heb daarbij ook verwezen naar hubs.mozilla.com waarin je zelf VR-omgevingen kunt maken.
  2. Besteed voldoende tijd aan duidelijke, gestructureerde en uitdagende instructie. Als studenten niet begrijpen wat er geleerd moet worden, wordt leren lastig. Afgebakende lesfasen en doelen brengen structuur. Uitdagende doelen en een snel lestempo in een warm leerklimaat motiveren je leerlingen. Daarbij heb ik het belang benadrukt van een heldere structuur binnen een online cursusomgeving. In de praktijk wordt daar nogal eens tegen gezondigd.
  3. Demonstreer nieuwe kennis. Modelleren en visualiseren zijn daar belangrijke aspecten van. Maar ook een passende begeleiding. Om passende begeleiding te kunnen realiseren, kan learning analytics worden gebruikt.
  4. Activeer voorkennis. Mensen leren effectief als zij nieuwe kennis kunnen verbinden met datgene wat zij al weten. Die kennis moet je wel eerst ophalen uit het lange termijn geheugen. Dat kan bijvoorbeeld door middel van brainwriting in applicaties zoals Lucidspark of Miro.
  5. Betrek lerenden bij het oplossen van realistische taken of problemen. Volgens Merrill zouden realistische vraagstukken uit de (beroeps)praktijk het startpunt moeten zijn voor leren. Deze vraagstukken geven betekenis aan het leren. Je zou de taak moeten laten zien aan lerenden. Ook zou je moeten beginnen met eenvoudige problemen. Als je eenvoudige problemen kunt oplossen, dan kun je vervolgens werken aan meer complexe vraagstukken. Dat kun je bijvoorbeeld doen door te werken aan casussen waarbij game-elementen worden gebruikt.
  6. Gebruik tests als leeractiviteiten. Laat leerlingen meerdere keren toe en geef relevante feedback. Een exit ticket is daar een voorbeeld van.
  7. Feedback is belangrijk binnen leren. Daarvoor kun je ook chatbots gebruiken, die reageren op antwoorden die de lerende geeft.
  8. Integreer nieuwe kennis in het dagelijks leven. Volgens Merrill moeten lerenden de mogelijkheid hebben om te laten zien wat zij hebben geleerd. Dat kan bijvoorbeeld door lerenden een webinar te laten verzorgen. Verder kunnen lerenden ook video’s of infographics maken van datgene wat zij hebben geleerd. Ruimte voor reflectie is daarbij ook van belang. En daarbij kun je weer gebruik maken van reflectievloggen.

Deze principes hebben te maken met didactiek. Ik heb echter ook een toegift gegeven vanuit pedagogisch perspectief. En dat is het belang om, naarmate je meer online leert, ook meer aandacht besteed aan online socialisatie. Een voorbeeld hiervan is dat je als docent af en toe een korte video maakt waarin je vertelt wat jou opvalt bij het online leren of waarin je lerenden een hart onder de riem steekt.

Mijn tweede bijdrage ging over de vraag: hoe kun je leertechnologie gebruiken om studenten leerstof actief te laten verwerken? Ik ben daarbij dus meer uitgebreid ingegaan op het eerste principe dat ik tijdens het webinar heb besproken. Via een aantal vragen heb ik daarom voorkennis geactiveerd. Vervolgens heb ik verschillende voorbeelden gegeven van werkvormen, waarbij ik deels ook heb gevraagd naar de ervaringen hiermee:

  • Quiz (bijvoorbeeld via Mentimeter).
  • Brainwriting (bijvoorbeeld via Lucidspark of Padlet).
  • Verwerkingsopdracht.
  • Studenten testvragen laten construeren (bijvoorbeeld via Peerwise).
  • Elevatorpitch (bijvoorbeeld door te bloggen).
  • Think, pair, share. Daar heb ik de aanwezigen ook een opdracht voor gegeven.
  • Offline opdracht maken.
  • Actuele dilemma’s (niet besproken ivm tijdgebrek).
  • Stellingen maken (niet besproken ivm tijdgebrek).
  • Jigsaw-methode.
  • Intermezzo in het veld.

Meer voorbeelden?

Hieronder vind je mijn slides van de twee sessies:

Bewezen didactische principes en technologie-ondersteund leren

Hoe je leertechnologie kunt gebruiken om studenten leerstof actief te laten verwerken

This content is published under the Attribution 3.0 Unported license.

Delen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

* Checkbox GDPR is verplicht

*

Ik ga akkoord