Halverwege de jaren negentig van de vorige eeuw kwam ik in aanraking met de leernetwerktheorie van Ferd van der Krogt. Van der Krogt beschrijft hierin onder andere de relatie tussen de wijze waarop arbeid georganiseerd is en de manier waarop leren binnen arbeidsorganisaties georganiseerd wordt. Daarbij kijkt hij naar een breed scala aan leeractiviteiten (van cursussen en trainingen tot werkplek leren). Van der Krogt besteedt -ook in zijn latere werk- geen aandacht aan de wijze waarop technologie hierbij wordt ingezet. Een groot gemis, al is zijn gedachtengoed verder m.i. nog steeds actueel (ik heb daartoe in 2003 een poging ondernomen).
Vlak voor de zomervakantie verscheen de uitgave 'Leernetwerken. Kennisdeling, kennisontwikkeling en de leerprocessen' van mijn collega's Peter Sloep, Marcel van der Klink, Francis Brouns, Jan van Bruggen en Wim Didderen (tot stand gekomen dankzij bijdragen van een groot aantal andere CELSTEC-medewerkers). Zij zien 'leernetwerken' als een nieuwe benadering van leren in de huidige kennissamenleving. Leernetwerken definiëren zij als online sociale netwerken die speciaal zijn ontworpen om non-formeel leren te ondersteunen. Non-formeel leren omschrijven zij als bewust en doelgericht leren uit interesse of om een probleem op te lossen. Hierbij is sprake van een bepaalde mate van (zelf)organisatie van leren, echter niet in de context van traditioneel formeel onderwijs.
Technologie is in feite driver (één van de) en enabler van leernetwerken. Daarmee vullen Sloep cs een belangrijke tekortkoming van Van der Krogt op. Wat ik echter jammer vind, is dat zij geen relatie leggen met de theorie van Fred van der Krogt. Sterker: zij typeren leernetwerken als een 'noviteit' (p. 14).
Dit is echter ook meteen mijn voornaamste kritiekpunt op deze bundel. Want de auteurs verbinden in deze publicatie op een heldere en bondige manier theoretische achtergronden met praktische uitwerkingen en voorbeelden.
- Zij gaan in op verschillende dimensies van leernetwerken (kennisvraag, leerproces, regie, startpositie, lidmaatschap, toegankelijkheid, platformkeuze en populatie).
- In hoofdstuk twee besteden de auteurs aandacht aan het type leeractiviteiten binnen een leernetwerk, en voorwaarden voor leren in een leernetwerk (waar 'digisociale bekwaamheid' er één van is.
- In een apart hoofdstuk bespreken zij de kwaliteit en het succes van een leernetwerk, die zij definiëren in termen van (waargenomen) sociaal kapitaal, dat een structurele, een relationele en een cognitieve dimensie heeft.
- De samenstellers beschrijven het toepassen van een participatieve ontwerpmethode voor leernetwerken.
- In het hoofdstuk over technologie besteedt men onder meer aandacht aan het structureren en waarderen van kennis door middel van 'BRATS'en (bookmarken, raten, annoteren, taggen en sharen).
- Zij onderscheiden diensten die leerprocessen binnen een leernetwerk ondersteunen (zoals collegiale ondersteuning of recommender-systemen).
- De auteurs bespreken het perspectief van de individuele lerende, die bijvoorbeeld zelfsturend moet kunnen leren om met succes in een leernetwerk te kunnen participeren.
- Uiteraard ontbreekt ook een hoofdstuk over het organisatieperspectief op leernetwerken niet. Hierin benadrukken Steven Verjans, Marlies Bitter en Wim Didderen onder andere het belang van vertrouwen en veiligheid voor een gemanaged leernetwerk. Een hybride professioneel netwerk zien zij als veelbelovend perspectief omdat hierin persoonlijke leernetwerken gekoppeld worden aan leernetwerken onder regie van de organisatie.
Zeer sterk vind ik de epiloog waarin met behulp van een casus samenhang wordt aangebracht tussen de verschillende hoofdstukken. In dit onderdeel stellen de auteurd o.a. terecht dat leernetwerken niet de ultieme oplossing zijn voor alle leer- en opleidingsvraagstukken (p. 174). Hier zou een verbinding met Van der Krogt's theorie versterkend kunnen werken: is er een relatie tussen het type arbeid (en de wijze waarop deze is georganiseerd) en de relevantie van de inzet van leernetwerken?
De auteurs maken in deze veelomvattende publicatie duidelijk dat het ontwerpen en toepassen van leernetwerken niet alleen veelbelovend is als benadering van leren, maar ook een complex proces is.
Het boek is prima studiemateriaal binnen opleidingen over leren en ontwikkelen, maar biedt opleidingsfunctionarissen volgens mij ook concrete handvatten voor het innoveren en versterken van hun positie binnen arbeidsorganisaties. Onderwijsorganisaties kunnen zich tenslotte ook afvragen wat zij van de benadering van leernetwerken kunnen leren als het gaat om de vormgeving van leerarrangementen. Hybride leeromgevingen vormen waarschijnlijk ook een 'wenkend perspectief' voor het onderwijs.
Aanstaande vrijdag verzorgt Jan van Bruggen, één van de auteurs van Leernetwerken, een online masterclass over de vraag 'Hoe breng je leven in een online community?'